Eigenheimerig leven in de VS

Hans Krabbendam: Vrijheid in het verschiet. Nederlandse emigratie naar Amerika, 1840-1940.Verloren, 352 blz. € 29,–

Agnes Amelink: Gereformeerden overzee. Protestants-christelijke landverhuizers in Noord-Amerika.Bert Bakker, 301 blz. € 17,95

Veel orthodoxe gelovigen die zich in 1834 van de Nederlands Hervormde Kerk hadden afgescheiden, begonnen in de jaren veertig van de 19de eeuw onder aanvoering van dominee Hendrik Pieter Scholte hun heil te zoeken in Amerika.

Van een exodus kon je niet meteen spreken. De verhuizing komt langzaam op gang, en bereikt in 1847 een eerste hoogtepunt met ruim 3.300 vertrekkers. Pas in de jaren negentig is er een tweede piek. In dat decennium stappen bij mekaar zo’n 20.000 Nederlanders op een boot naar de nieuwe wereld.

Een cruciale theologische vraag voor de afgescheiden emigranten was of het in de Verenigde Staten veilig zou zijn. Ze bedoelden: is het land vrij van ‘de zonde van Pontius Pilatus’, die Jezus immers liet kruisigen, terwijl hij hem ook had kunnen vrijlaten. Geen regering in Europa, inclusief Nederland, had zich volgens de geloofsleer van die zonde bekeerd. Maar hoe zat dat in Amerika? Scholte, die in de eerste emigratiegolf zijn nieuwe gemeente voorging naar Pella, Iowa, antwoordde: ‘Het volk der Vereenigde Staten van Noord-Amerika, telt eene menigte zondaars in deszelfs midden, maar als volk heeft het zich niet schuldig gemaakt aan de zonde van het Romeinsche rijk.’

Aan de redenering moet de nodige moraalhistorische gewetensgymnastiek vooraf zijn gegaan, maar Pella werd tussen 1850 en 1900 een bloeiende en inderdaad ‘veilige’ gereformeerde volksplanting van Nederlandse snit – net trouwens als de meeste vestigingen in het westen van Michigan die tot op de dag van vandaag Overisel, Vriesland, Groningen of Harlem heten.

Waren de landverhuizers van de 19de eeuw de opvolgers van de Pilgrim Fathers uit de 17de? In zekere zin wel natuurlijk, al mag je de ‘geloofsvervolging’ van de Scholtianen op geen stukken na vergelijken met die van hun voorouders uit de dagen van de meest fanatieke godsdienstoorlogen. In het gastland, en met name in kringen van de Reformed Protestant Dutch Church, werd daar wat opgewondener over gedacht: papen en ketters hadden in Nederland vrij spel, verkondigden ze daar, en de afscheidingsbeweging werd onderdrukt.

Een degelijk en goedgedocumenteerd overzicht van de Nederlandse migratie naar Amerika tussen 1840 en 1940 – Vrijheid in het verschiet van de historicus Hans Krabbendam – maakt nog eens duidelijk dat religieuze overwegingen voor Nederlanders de doorslag gaven bij hun emigratiebesluit. Ze waren geen Ieren die hun land werkelijk van de honger moesten verlaten, of liberale Duitsers die vooral de politieke vrijheid zochten. Het koninkrijk floreerde tot over de helft van de 19de eeuw weliswaar niet bovenmatig, maar sociaal en politiek was het er uit te houden. De grote gereformeerde meerderheid onder de emigranten zocht in Amerika haar eigen, eigenheimerige, ‘veilige’ en rechtzinnige leven onder de hoede van de Heer, en daar kwam een egalitair samenlevingsklimaat zonder al te veel rangen en standen, goed bij van pas.

Agnes Amelink schreef met Gereformeerden overzee – ongewild mogen we aannemen – als het ware een vervolg op het boek van Krabbendam: haar verhuizers zijn overwegend van na 1945, ze zijn allemaal gereformeerd, ze hebben er intussen in de oorlogjaren nog weer een schismaatje bij gekregen, en gaan deels als leden van de Gereformeerde Kerken Vrijgemaakt deels de oceaan over, Amerika tegemoet.

Voor vervolgingen hoefden ze niet meer bang te zijn. Vrees voor een mogelijke Russische overheersing, die meteen na een Duitse bezetting des te ondragelijker leek, speelde een grotere rol. En weer ging het niet om reusachtige getallen; in dezelfde naoorlogse periode was de emigratie naar Australië (en deels Canada) vergelijkenderwijs een stuk massaler.

Amelinks boek is meer als het scenario voor een nostalgische EO-documentaire geschreven dan het studieuze overzicht van Krabbendam. Het is een huiselijk verhaal geworden – ook letterlijk omdat er soms sprake is van naaste familie – en het sluit naadloos aan bij haar eerdere ‘documentaire’ die kortweg De gereformeerden heette. Wat fascineert is het beeld dat zowel door haar als door Krabbendam wordt opgeroepen van ook in organisatorisch opzicht aan elkaar verkleefde geloofsgenoten, die eigenlijk nooit bewust op integratie in het nieuwe land uit zijn geweest, en in hun verstrooiing de Heilige Schrift hebben bewaard en gekoesterd als de joden hun thora. Ze zijn misschien een beetje Amerikaan geworden, maar bovenal op hun eigen ‘veilige’ manier gereformeerd gebleven.

    • Jan Blokker