Een hart zo koud als porselein

Kate DiCamillo: De wonderbaarlijke reis van Edward Tulane. Uit het Engels vertaald door Martha Heesen. Querido, 138 blz. € 13,50.

Liever dan De wonderbaarlijke reis van Edward Tulane hier te bespreken, zou ik het boek van Kate DiCamillo aan u willen voorlezen. Ik zou de ontzetting op uw gezicht willen zien als Edward Tulane, door een noodlottig ongeval, wegglipt uit de armen van het meisje Abilene dat hem zo innig bemint. Ik zou uw blijdschap willen voelen als Edward Tulane, liggend in een vuilnisbak, voor het eerst in zijn leven de stem van zijn hart hoort. En ik zou willen zien hoe u iets wegslikt als Edward Tulane, zonder iets te kunnen doen, getuige is van de dood van een klein meisje.

Edward Tulane is een porseleinen konijn van goede komaf, gemaakt door een Franse meesterpoppenmaker. Hij draagt zijden kostuums, leren schoenen en een gouden zakhorloge. Hij kan wel denken, maar niet praten of bewegen. En aan het begin van het verhaal is zijn hart zo koud als het porselein waarvan hij is gemaakt. Als Edward tijdens een zeereis overboord slaat, schreeuwt Abilene: ‘Eédwáárd! Kom terug!’ En Edward denkt dan: ‘Kom terug! Bespottelijk om dat te roepen.’

Maar door een serie ontmoetingen leert Edward Tulane langzaam maar zeker wat liefde is. Hij wordt uit zee gered door een oude visser die zich samen met zijn vrouw over het konijn ontfermt. Dan heet hij opeens Susannah en krijgt een jurk aan. Hij trekt rond met een zwerver en een hond. Dan heet hij Malone en draagt een pak van een oude gebreide muts. En hij komt terecht bij een stervend meisje dat troost uit hem put en hem Jangles noemt.

Op Edward Tulanes wonderbaarlijke reis gebeuren gruwelijke dingen: niet alleen sterft het meisje Sarah Ruth, ook wordt in een cafetaria zijn hoofd aan stukken geslagen en heeft hij daarna een bijna-doodervaring. Maar deze verschrikkingen zijn voor jonge lezers nog net te doen, omdat tegelijkertijd Edward zijn hart steeds verder openzet.

Naarmate Edward leert wat het is om lief te hebben, wordt het voor hem ook pregnanter dat hij niet kan bewegen. Bij Abilene kon het hem niet zoveel schelen dat hij een hele dag op een stoel zat te wachten tot zij terug uit school kwam. Als hij maar naar zijn eigen spiegelbeeld in de ruit kon kijken. Maar als jaren later het jongetje Bryce hem touwtjes aan zijn armen en benen bindt om hem te laten dansen voor zijn doodzieke zusje Sarah Ruth, dan is hij gelukkig en fantaseert hij over vleugels. ‘Als hij vleugels had, dacht hij, zou hij hoog boven de aarde vliegen, waar de lucht helder was en schoon, en dan zou hij Sara Ruth meenemen [...] Zo hoog boven de aarde kon ze vast wel ademhalen zonder te hoesten.’ En hoe vreselijk is het dan voor Edward om op het moment dat Sara Ruth ophoudt te ademen, op de grond te moet liggen. ‘De avond tevoren was Edward uit Sarah Ruths armen gevallen en ze had niet meer om hem gevraagd. En dus lag Edward voorover op de vloer met zijn armen boven zijn hoofd en luisterde naar het gesnik van Bryce.’

De Amerikaanse schrijfster Kate DiCamillo liet in haar vorige boek Despereaux of het verhaal van een muis, een prinses, een schoteltje soep en een klosje garen al zien hoe fijngevoelig en indringend zij over de liefde schrijven kan: plechtstatig en speels tegelijkertijd. Met Edward Tulane schreef zij een werkelijk onvergetelijk boek over hoe een konijn (of een mens) wordt gevormd door de mensen die hem liefhebben en dat je – hoe vaak je hart ook is gebroken – altijd weer opnieuw van iemand houden kan. ‘Er komt wel iemand, er komt heus wel iemand om mij’, zingt het liedje in zijn hoofd als hij aan het einde van zijn reis, oud en onder de littekens, op een schap van een stoffige poppenwinkel zit.

Had ik het boek aan u voorgelezen, dan had ik bij het dichtslaan samen met u gelukzalig gezucht om het geluk van een porseleinen konijn dat de weg terugvond naar huis.

    • Monique Snoeijen