De theevisities van Tarin Kowt

Een maand of zo geleden doken uit NAVO-kringen ineens verhalen op dat onze jongens en meisjes in Uruzgan de kantjes er een beetje van zouden aflopen. Ze wáren er wel, ze schenen in hun kampementen ook corvee te doen, maar je zag ze eigenlijk zelden buiten en dan alleen nog opgesloten in een tank, dus nooit oog in oog met de Talibaan. Niemand had ze trouwens ooit echt zien vechten. Dan was het toch geen wonder dat er nog steeds niet eentje was gesneuveld?

Zulke berichten.

Ik schrok er van. Sinds Srebrenica en Karremans hebben we internationaal toch al een enigszins dubieuze reputatie als het om heldenmoed gaat. Maar kort tevoren had ik minister Kamp gelukkig nog horen verzekeren dat alles naar wens verliep, en hij reageerde niet op wat misschien ook wel jaloerse achterklap was geweest van andere soldaten, die wél doodgingen. Dus ik vergat ’t weer.

Tot ik begin deze week in NRC Handelsblad werd getroffen door een artikeltje onder het kopje ‘Strategie: Talibaan op de thee’, waarin de insinuaties naar aanleiding van een artikel in de Engelse Times verdorie wéér tevoorschijn kwamen. De NRC schreef:

„Nederlanders willen Talibaan verslaan door ze op de thee te vragen, kopte de Britse krant, refererend aan de qala, het traditionele Pashtun-huis dat de Nederlanders ten noorden van Tarin Kowt als vooruitgeschoven post hebben gebouwd. De qala heeft een grote ontvangstruimte waar de bevolking, inclusief de Talibaan-sympathisanten, thee en fruit krijgt en haar zorgen en wensen kan uiten”.

Een qala!

Dat is volgens mij géén afkickcentrum voor verslaafde Afghanen. Evenmin een waterput die ze daar broodnodig hebben. Laat staan een school waar moslimmeisjes aan de slag zouden kunnen gaan met hun zuurverdiende emancipatie. Terwijl het kabinet volgens mij juist had beloofd dat Dick Berlijn, tussen verbitterde veldslagen door, juist dát soort dingen voorrang zou geven om de hearts and minds van de bevolking te winnen.

De qala had voor mij ook meteen de onaangename associatie met burgemeester Cohen van Amsterdam, die in een moskee op bezoek gaat bij de imam, om met kopjes thee of koffie de boel bij mekaar te houden.

Wat moet Afshin Ellian daar wel van denken?

Afshin Ellian, intellectueel de eeneiige tweelingbroer van Leon de Winter, heeft als columnist van NRC Handelsblad het Nederlandse volk al eens berispt over de aan lafheid grenzende nonchalance waarmee het in de meidagen van 1940 verzuimd had van de Grebbeberg een Thermopylae van de 20ste eeuw te maken. Marco Pastors (kunt u zich die nog herinneren?) heeft daar later, zonder electoraal gewin overigens, nog een politiek punt van gemaakt. Maar voor hem, voor Afshin, voor Geert, voor Leon, voor Rita en voor Bart Jan Spruyt niet te vergeten, was Cohen steeds meer het symbool van bijna verraad geworden: iemand die zo stom is om te denken dat je zoete broodjes kunt bakken met een imam, zoals Chamberlain dacht dat hij vrede kon sluiten met Hitler.

„Een grote ontvangstruimte waar de bevolking – inclusief Talibaan-sympathisanten – thee en fruit krijgt en haar zorgen en wensen kan uiten.”

Ik kan er niet over uit.

En is het niet des te angstiger als je bedenkt dat straks in de nieuwe Haagse coalitie liberale houwdegens als Hans van Baalen, Arend Jan Boekestijn en Mark Rutte zo goed als zeker ontbreken? Als je de aanstaande partners, inclusief de formateur, met hun open schillerkragen uit de onderhandelingssessies ziet komen, slaat je toch de geur van gebroken geweertjes of op z’n minst christenpacifisme tegemoet? De goeie god mag ook weten wie ze daar volgende maand als minister van Defensie naar voren schuiven.

Het is me een raadsel dat het land intussen rustig door snurkt.

    • Jan Blokker