De strijd om wie het middelmatigst schaatste

Gisteren waren er in dit land twee noodsituaties tegelijk afgekondigd: 1. het woei heel hard, en 2. er was een veertiende deelnemer nodig voor het programma Dancing on Ice.

Deze twee noodsituaties kwamen samen in een vochtige loods in Baarn, waar honderden meisjes met schaatsen zich hadden gemeld voor de audities voor de veertiende deelnemer. De veertiende deelnemer wordt dit seizoen namelijk geen BN’er, maar een nieuwe menssoort, genaamd de GN’er. Die term is door RTL4 uitgevonden en betekent ‘Gewone Nederlander’. (Een tweede definitie is ‘Goedkope Nederlander: volstrekt onbekende die uit alle macht wil meedoen aan Dancing on Ice, wat praktisch is omdat RTL4 geen Bekende Nederlanders meer kan vinden die in het programma willen.’)

Samen met de GN’ers stond ik in de loods, terwijl de gebruikelijke rugnummers uitgedeeld werden. Hier geen Idols-sfeertje van gospelende meiden en dansjongens die liggend op de vloer nog even wat zang-yoga-oerschreeuw-oefeningen deden. Nee, doodse stilte. Schaats-GN’ers zijn rustige mensen, zo bleek. Je hoorde alleen af en toe het ‘kloink’ van twee GN’ers die met sporttassen vol schaatsen tegen elkaar opbotsten, en het aanmoedigende geroep van een RTL-medewerker die de massa tijdens het wachten moest bezighouden. „Je moet niet een te goede schaatser zijn, maar ook niet al te best!” riep hij dan, of: „Life is a party if you want to!”

Toen begonnen de voorrondes. In een partytent die klepperde in de wind mochten steeds tien meisjes (en af en toe een verloren man) rondjes schaatsen voor de jury. Bij ieder groepje verliep dit hetzelfde: eerst schaatsten de meisjes vloeiend en mooi, en dan bedachten ze ineens dat ze niet al te goed moesten zijn, want het programma draait er natuurlijk om dat iedereen steeds omvalt en zijn lies scheurt. Dus dan lieten ze zich op het ijs neerkletteren of maakten ze een onhandige draai. Ik vroeg een jurylid of hij merkte dat de auditanten expres fouten maakten. „Nee, zo zijn ze echt”, zei hij blij en vol overtuiging.

In de strijd om wie het middelmatigst schaatste, ging het er hard aan toe. Er werd menige halfbakken kadet gesprongen, dit alles begeleid door het steeds onheilspellender geklepper van de partytent. Ik besloot dat ik hier niet wilde sterven en verliet Baarn. Ik draag GN’ers die doen alsof ze iets niet kunnen, een warm hart toe, maar dit was zelfs mij teveel.

    • Aaf Brandt Corstius