Bende van 18 + 1?

EU-sceptisch Nederland wordt door de rest van de EU gezien als buitenbeentje.

Het nieuwe kabinet moet op twee A4’tjes vertellen hoe het de toekomst van Europa ziet.

In de Europese Unie zijn we een soort buitenbeentje geworden. Achttien EU-lidstaten hebben het Europees grondwettelijk verdrag inmiddels geratificeerd, en deze landen oefenen sterke druk uit op Frankrijk en Nederland om alsnog belangrijke onderdelen van dat verdrag te onderschrijven. Deze ‘bende van achttien’ houdt deze maand krijgsraad in Madrid. Den Haag zit klem tussen enerzijds het ‘nee’ plus een ietwat eurosceptische verkiezingsuitslag, en anderzijds de noodzaak om weer volop mee te draaien in de EU. Wat te doen?

Allereerst moeten de banden met onze buren weer worden aangehaald. Uiteraard met EU-voorzitter Duitsland, maar ook met onze zuiderburen. Het Nederlandse ‘nee’ heeft kwaad bloed gezet bij België en Luxemburg, de twee landen waarmee wij een halve eeuw pionierswerk hebben verricht voor de Europese integratie. Zij beschouwen onze afwijzing als een soort verraad aan de gemeenschappelijke Europese zaak.

De samenwerking tussen deze drie kleinen moet dus nieuw leven worden ingeblazen, mede met het oog op de herziening van het Beneluxverdrag in 2008. Het Beneluxkader heeft in politieke zin niet veel om het lijf, maar het wordt elders in de EU nogal bewonderd, en het is voor Den Haag een belangrijke draaischijf om goodwill in Europa te herstellen.

Overigens moet men eens ophouden Nederland ‘naar binnen gericht’ of ‘provincialistisch’ te noemen. Nederland is een van de grootste donoren van ontwikkelingshulp ter wereld en heeft mede onder EU-vaandel verhoudingsgewijs meer troepen in het buitenland gestationeerd dan bijvoorbeeld Spanje of Duitsland. Ook de Nederlandse afdrachten aan de EU liggen per capita nog steeds hoger dan die van de partners, ondanks de korting die Balkenende eind 2005 in Brussel wist te bedingen.

Belangrijk is vaste koers te houden in het Europese constitutionele debat. Het grondwettelijk verdrag is formeel van de baan, en alle landen hebben het volste recht om met nieuwe voorstellen te komen. Het beste is een afgeslankte tekst, met alleen de noodzakelijke institutionele hervormingen om te kunnen draaien in een Unie met 27 en meer leden.

Het handvest van de grondrechten creëert te veel nieuwe bevoegdheden voor de EU en moet uit het verdrag. Dat geldt ook voor de onnodige grondwettelijke opsmuk. Ook een ‘Europese minister van Buitenlandse Zaken’ schept verwarring, want dat wordt de beoogde functionaris niet. De lidstaten behouden de macht op dit gebied, vooral de grote. Het officiële EU-budget voor de gemeenschappelijke buitenlandse politiek bedraagt slechts 100 miljoen euro – de prijs van één nieuwe Joint Strike Fighter. We moeten ook goed opletten bij wat in Brussel wel en niet met meerderheid moet worden besloten.

Een volgend kabinet moet zich bezinnen op de rol van de EU in de wereld, vooral de rol in het Midden-Oosten. Belangrijk is dat er zo min mogelijk ruimte komt tussen de Amerikaanse en Europese benadering. Alleen wanneer het Westen als één blok opereert kan nog enige invloed worden uitgeoefend op Teheran, of op de strijdende partijen in het Palestijns-Israëlische conflict.

Wat dat betreft liggen de kaarten niet erg gunstig. Grote landen als Spanje en Italië volgen momenteel openlijk een anti-Amerikaanse koers, net als Frankrijk. Nederland zou hier tegenwicht aan moeten bieden, samen met Groot-Brittannië en Duitsland, dat de laatste jaren weer een betere verstandhouding met Washington heeft opgebouwd.

Het nieuwe kabinet moet op twee A-viertjes aangeven waar het de komende jaren heen moet met de EU én met de Nederlandse soevereiniteit. Wie weet is er bij zo’n geruststellend toekomstbeeld van de EU niet meer nodig om een nieuw referendum te houden, zoals Wouter Bos tijdens de verkiezingscampagne heeft beloofd.

Ten slotte nog een lichtpuntje: de eurozone beleeft momenteel een periode van lichte economische groei. Niet alleen kleine landen als Nederland en Ierland, maar ook de twee centrumspitsen van de Europese integratie: Frankrijk en Duitsland. Zoiets kan de sfeer flink verbeteren bij moeizame besprekingen.

Alfred Pijpers is verbonden aan het Instituut Clingendael in Den Haag.

Suggesties voor het motto voor het nieuwe kabinet? Mail het in maximaal vier woorden naar opinext@nrc.nl