Argentijn is grootste fan van Oranje

De hockeyvrouwen beginnen morgen aan de Champions Trophy.

In Argentinië zit bij Oranje de Argentijnse assistent Max Caldas op de bank.

Als tophockeyer voor Argentinië was Max Caldas altijd al onder de indruk als Oranje zijn pad kruiste. De uitstraling, die shirts, het flitsende spel. „Je hoorde spelers van andere landen fluisteren: daar heb je de Nederlanders! Stiekem dachten wij altijd: beseffen ze wel hoe anderen tegen hen opkijken?”

Ex-international Max Caldas (33 jaar, 127 interlands) is één van de talloze buitenlandse hockeysterren die de laatste jaren naar Nederland trokken. Niet voor het aangename zeeklimaat, maar om de manier waarop de sport hier wordt bedreven. „Het is indrukwekkend voor buitenstaanders: de hockeyinfrastructuur, de hoeveelheid spelers, toeschouwers die wél verstand hebben van hockey.”

Caldas kwam zes jaar geleden als speler bij Klein Zwitserland terecht, aan de hand van zijn toenmalige echtgenote Alyson Annan, jarenlang sterspeelster van Australië. Ironisch genoeg zijn beiden dit seizoen elkaars concurrent: Caldas is hoofdcoach bij de vrouwen van Amsterdam, Annan bij Klein Zwitserland. Beiden bleven na hun actieve carrière in Nederland.

Na een aantal gasttrainingen bij de vrouwenploeg vroeg bondscoach Marc Lammers hem als assistent voor een aantal toernooien. Afgelopen zomer analyseerde Caldas op het WK in Spanje de tegenstanders van Oranje. Met succes, Nederland veroverde de titel en werd sportploeg van het jaar. „Terecht”, vindt Caldas. De voetballers van Jong Oranje waren geen A-ploeg, de Nederlandse springruiters – tja, hockeyers en ruiters zijn als appels en peren, zegt hij.

De Argentijnse kosmopoliet voelt zich in Nederland meer thuis dan waar dan ook. Om zijn hockeycarrière vertrok hij al op zijn 22ste naar het buitenland. Eerst naar Australië, waar hij vijf jaar in Perth en Sydney speelde en coachte voordat hij in 2000 naar het beloofde hockeyland trok. Nog steeds woont Caldas, die nagenoeg foutloos Nederlands spreekt, in hartje Den Haag. Als het aan hem ligt wordt hij oud in Nederland. „Voor zover ik dat nu kan overzien.”

Want Maximiliano Caldas is er de man niet naar ver vooruit te plannen. Hij blijft Argentijn: emotioneel, vaak impulsief. „Maar als Nederland tegen Argentinië speelt, ben ik voor Nederland. Echte vrienden in Argentinië vinden dat niet erg. Sommige Argentijnen schelden mij vanaf de tribune uit voor overloper, of klootzak. Dat is hun emotionaliteit. Ik maak me daar niet druk om.”

Jarenlang zag hij vanaf de Argentijnse kant de karakterverschillen met de Nederlanders. „Hun vrijheid van bewegen viel ons op, ook buiten het veld. Wij werden veel strakker geleid. Als je in het hotel je eten opschepte ging de looptrainer mee om te kijken of je niet te veel nam. Naast je nam een Nederlandse hockeyer lekker een eitje en een plak kaas. Wij mochten niet met een playstation spelen als we moesten uitrusten. Dan kwam de looptrainer langs de kamers om te controleren of we wel sliepen. Ik vond dat irritant. Bij Nederland gaat de één slapen, de ander leest een boek of kijkt tv. Zij maken ook geen misbruik van hun vrijheid. In Argentinië waren ze bang dat de spelersálles zouden pakken als ze een beetje ruimte kregen. Dat is ook de volksaard.”

Hoezeer hij geniet van de vrije Nederlandse geest, Caldas heeft er soms moeite mee. Bijvoorbeeld toen hij met Klein Zwitserland de halve finale van de play-offs verloor tegen Amsterdam, in 2004. „Ik vond dat vreselijk, we konden echt kampioen worden. Ik ben heel emotioneel, ik heb een tijd nodig zoiets te verwerken.”

Ook als coach botst zijn Argentijnse impulsiviteit nog wel eens met de realiteit. „Als coach moet je anders zijn dan als speler.” Rust uitstralen bijvoorbeeld. Maar hij laat zich goed begeleiden door adviseurs als oud-topspeler Ties Kruize („met hem praat ik dagelijks”) en de beide bondscoaches, Roelant Oltmans en Lammers. „Ik moet nog veel leren, geduldig blijven. Ik wil soms te snel iets veranderen als het niet helemaal loopt. Dan moet je eerst eens rustig afwachten. Dat is ook Nederland: doe maar rustig aan, het komt wel goed.”

Voorlopig zit Caldas met zijn dubbele baan tot over zijn oren in het werk. Rond nieuwjaar zat hij met de vrouwenploeg in Zuid-Afrika, ter voorbereiding op de Champions Trophy die morgen begint. Hij vindt het leuk in zijn vaderland te zijn, omdat hij zijn familie weer kan zien. „Niks meer, niks minder.”

Veel tijd om terug te blikken op de wereldtitel neemt hij niet. „Het was een prachtige ervaring, maar voor dit team zijn de Olympische Spelen van 2008 de grote droom.” Ondanks ‘Madrid’ is de ploeg nog lang niet verzadigd, merkt Caldas. Er is voldoende werk te doen, zoals jonge speelsters inpassen. En meer velddoelpunten maken. „We creëren wel veel kansen, maar leunen te veel op de strafcorner. We moeten doelgerichter zijn. Misschien hebben we te veel creatieve speelsters. Maar deze groep wil altijd beter worden.”

De Champions Trophy is een eerste stap op weg naar Peking. „Wij gaan om te kijken waar we staan. In augustus, op het EK in Manchester, moeten we bij de eerste drie eindigen om ons te plaatsen voor de Spelen.” Of hij daar bij zal zijn? „Ik weet nog niet hoe lang ik assistent blijf. De afspraak is dat we het per toernooi bekijken. Ik ga zeker naar Peking. Als ik geen begeleider ben, ga ik als toeschouwer.”

    • Rob Schoof