Amerikanen krijgen geen ‘wow gevoel’ van matte Bush

Ook zijn vurigste aanhangers vonden Bush’ Irak-speech erg matig.

Hij kiest voor een riskante en volgens sommigen zelfs kansloze strategie.

Het was vooraf beschouwd als de belangrijkste toespraak van zijn presidentschap. Veel Amerikanen hebben een pijnlijk gevoel van machteloosheid over de oorlog in Irak: that non winning feeling. En woensdag kreeg George W. Bush, gehavend door het dramatische verloop van de oorlog, een kans de bevolking te overtuigen van zijn project.

Bush maakte het zich zeker niet gemakkelijk: er gaan meer troepen naar het front en hij stuurt aan op verscherpte militaire confrontatie aan de grens met Syrië en Iran.

Maar ook zijn vurigste aanhangers moesten na afloop beamen dat de toespraak, live op primetime, wel erg mat was voor een man wiens politieke nalatenschap op het spel staat. Kenmerkend was de reactie van Bill Kristol, hoofdredacteur van de neoconservatieve Weekly Standard en voorstander van Bush’ troepenuitbreiding.

Om de negatieve spiraal te doorbreken was het noodzakelijk dat de president een vonk zou laten overslaan, zei hij. Maar dat „wow gevoel’’, zoals Kristol het op televisie noemde, wist Bush bij lange na niet op te roepen. „Ik ben bang dat de toespraak is verwaterd in het bureaucratische proces [van voorbereidingen]”, zei hij.

Ook de militaire oplossingen van de president stuitten in brede kring op scepsis. De 20.000 militairen die de VS extra naar Irak sturen, bovenop de circa 130.000 die er al zijn, zullen voor het grootste deel in Bagdad worden ingezet. Daar komen ze, aldus Bush, vanaf november op alle niveaus onder Iraaks commando.

Deze mantra werd gisteren vanaf het middaguur door het Witte Huis verspreid: dankzij dit plan zal de Iraakse regering voortaan zelf voor de veiligheid in het land zorgen. Het idee is dat de shi’itische premier Nouri al-Maliki zich dan boven de partijen opstelt: hij zal in korte tijd een leger en een politiekorps op de been brengen, die op het vertrouwen van alle facties in Irak kunnen rekenen.

Maar omdat de regering van Maliki nauw verbonden is met de shi’itische milities, is dat vrijwel ondenkbaar, zegt Wayne White, adviseur van de Studiegroep Irak en van 1979 tot in 2005 op het ministerie van Buitenlandse Zaken Irak-specialist. „Het zal voor de regering moeilijk zijn te functioneren als neutrale partij”, mailde hij gisteren op vragen van deze krant.

Volgens White gaat Bush met partijen in zee die nooit in staat zullen zijn de Iraakse burgeroorlog te pacificeren. „Het principiële probleem met dit plan is dat een groot deel van de veiligheidstroepen – vooral de politie – heeft samengewerkt met de shi’itische milities en doodseskaders. Zij zijn geen onderdeel van de oplossing, maar van het probleem.”

Over de vraag waarom het Witte Huis kiest voor deze riskante – en volgens sommigen kansloze – strategie, zal de komende tijd heftig worden gediscussieerd.

Senator Joe Biden, de Democratische voorzitter van de commissie Buitenlandse Zaken, liet zich vorige week in The Washington Post ontvallen dat prominente functionarissen in het Witte Huis in kleine kring al toegeven dat de VS in Irak een verloren spel spelen. Volgens hem is het enige streven van deze regering nog om de lastige beslissingen over het terugtrekken van de troepen over te laten aan de opvolger van Bush.

De Studiegroep Irak adviseerde vorige maand een terugtrekking van gevechtseenheden en het aanhalen van de diplomatieke banden met Syrië en Iran.

Bush deed gisteren precies het omgekeerde. Vooral de harde woorden aan het adres van Syrië en Iran vielen op. Hij kondigde een militaire confrontatie met Iran aan ter bescherming van de Iraakse grenzen en om Iran aan te pakken voor de steun die het land zou geven aan „aanvallen op Amerikaanse troepen” in Irak.

Volgens sombere diplomatieke waarnemers herbergen deze opmerkingen het gevaar dat Bush, met de Iraakse mislukking in het vizier, voor de verleiding komt te staan een andere militaire confrontatie op te zoeken om het land achter zich te verenigen.

De Democraten zullen de komende week een voorspelbaar spel spelen. Het staat nu al vrijwel vast dat prominente Republikeinen in het Huis en de Senaat het nieuwe plan van Bush zullen afvallen. De Democraten vragen daarom een stemming, waarbij Republikeinen worden gedwongen voor of tegen de president te kiezen.

Voor de oorlog heeft dat geen betekenis: het valt onder de bevoegdheid van de president als commander-in-chief om zelfstandig zijn militaire strategie te bepalen. Maar de verwachte afwijzing van de plannen door een meerderheid van het Congres, gesteund door prominente Republikeinen, heeft een hoge symbolische waarde en zet de president onder grote druk. De historische vergelijkingen met de Vietnam-oorlog zullen een en andermaal getrokken worden.

    • Tom-Jan Meeus