Achter de vijand aan

Bart Funnekotter: Ace. Aspekt, 427 blz. € 24,95

Jac. J. Baart: Schnellboote. Lanasta, 296 blz. € 36,95

R.E. van Holst Pellekaan: Abraham Crijnssen. Aprilis, 72 blz. €15,95

De jachtvlieger ziet tijdens WO II achter de raampjes van het vluchtende vijandelijke transportvliegtuig een moeder met een klein kind. Dat toestel vervoert vast hoge militairen en hun familie, vermoedt de jachtvlieger. Maar de moeder doet hem ook denken aan een vroegere lerares. Hij gebaart de piloot dat hij kan doorvliegen en niet wordt neergeschoten.

Het klinkt als het zoveelste heldenverhaal uit geallieerde koker. Maar de jachtvlieger is de Japanse piloot Saburo Sakai en het ontkomen vliegtuig is een Nederlandse DC-3 die begin 1942 vanuit Java op de vlucht is voor het oorlogsgeweld.

Dit voorval heeft Bart Funnekotter opgetekend in Ace, waarin hij bijna twintig veelal succesvolle Japanse, Britse, Duitse, Russische en Amerikaanse jachtvliegers – de ‘azen’ uit de titel – heeft geportretteerd. Sakai’s verhaal bewijst dat over WO II nog steeds nieuwe verhalen zijn te vertellen.

Ace is niet het enige aardige boek over die periode. Schnellboote, van Jac. J. Baart, is daar – hoewel stoffiger geschreven – ook een voorbeeld van. De snelle bootjes uit de titel vertrokken uit Rotterdam, IJmuiden of Hoek van Holland om geallieerde konvooien langs de Engelse en Schotse kusten aan te vallen. Ze slaagden daar matig in. Het ging om tientallen vrachtschepen per jaar, ruis vergeleken met de resultaten van de Duitse U-Boote. Toch boekten ze in mei 1944 vlak voor de landingen bij Normandië op 6 juni een groot succes toen ze een generale repetitie daarvan tegenkwamen. Gevolg: zeshonderd doden, die stil werden gehouden vanwege de geheimhouding over het hoe, wanneer en waar van D-Day. Uit Schnellboote komt naar voren dat veel Duitse militairen eerder knokten omdat dit nu eenmaal de opdracht was, dan dat dit, zoals vaak gepredikt in meer gedateerde geschiedschrijving, was ingegeven door nazistisch zelotendom.

Die objectiviteit, maar dan omgekeerd, is ook te vinden in het fraai uitgegeven boekje over de Abraham Crijnssen, een Nederlandse mijnenveger die in ‘de Oost’ diende. In 1942 aan de Japanners ontkomen werd de boot in Australië een ‘rampschip’ dat meestal op de werf lag omdat het wederom op de klippen was gelopen. De Abraham Crijnssen raakte zelfs een onderzeeboot op sleeptouw kwijt. Dat gesukkel staat haaks op de Hollywood-achtige ontsnapping uit Japanse handen, toen de bemanning de boot camoufleerde als tropisch eiland. Maar misschien – zie Sakai – lag die ontsnapping niet alleen aan de camouflage.