‘We zitten nog in het jaar nul’

De nieuwe energiestrategie van Brussel roept verdeelde reacties op vanuit de EU-lidstaten. Politici zijn overwegend tevreden, maar bedrijven vrezen te strenge regels. Die verslechteren hun concurrentiepositie.

Staatssecretaris Van Geel (CDA, Milieu) vindt het „een goede zaak” dat Europa het voortouw neemt bij het aanpakken van het klimaatprobleem. Dat heeft hij gisteren gezegd in reactie op de energiestrategie die de Europese Commissie eerder die dag presenteerde.

Brussel wil dat in 2020 de uitstoot van het broeikasgas CO2 20 procent onder het niveau van 1990 ligt. Van Geel noemt die doelstelling „het minimum”. De staatssecretaris noemt klimaatverandering een van de grootste bedreigingen van deze eeuw. „Vooral het smelten van het poolijs en het ontdooien van de toendra’s zijn bedreigend.”

De energiebedrijven in Nederland, verenigd in brancheorganisatie EnergieNed, vinden dat de commissie hun te veel verplichtingen oplegt. Brussel wil de vrije markt voor energie stimuleren, maar tegelijkertijd stelt het doelen voor de inzet van duurzame energie, biobrandstoffen, besparing en CO2-reductie. EnergieNed pleit voor één Europese langetermijndoelstelling voor de reductie van de CO2-uitstoot. Bedrijven mogen vervolgens zelf besluiten hoe ze dat doel halen.

Volgens belangenorganisatie Milieudefensie zijn de doelstellingen niet ambitieus genoeg. „Het energiebeleid van de EU blijft blind varen op fossiele brandstoffen”, schrijft ze in een reactie.

De VVD-fractie in de Tweede Kamer pleit in een vandaag te verschijnen notitie voor de bouw van twee kerncentrales in Nederland. Op die manier, schrijft Kamerlid Halbe Zijlstra, is Nederland minder afhankelijk van buitenlandse aanbieders van energie.

Groot-Brittannië verwelkomde het rapport. Volgens premier Tony Blair heeft Brussel „zeer belangrijke voorstellen gedaan wat betreft klimaatverandering en milieubescherming, maar ook wat betreft de garantie en leverantie van energie”.

Milieuminister David Miliband benadrukte dat de plannen gezien moeten worden als „springplank voor het op gang brengen van de ambitieuzere internationale aanpak die nodig is om gevaarlijke klimaatverandering te vermijden”. Hij vertolkte de kritische houding van veel milieuorganisaties door erop te wijzen dat Europa zichzelf een lagere norm oplegt dan andere ontwikkelde landen, waarvan wordt verwacht dat ze hun CO2-uitstoot in 2020 met 30 procent hebben verlaagd ten opzichte van 1990.

Eind vorig jaar publiceerde Londen het Stern-rapport, waarin voor het eerst de economische schade van de klimaatverandering wordt becijferd. Klimaatverandering is de grootste bedreiging ooit van de economie, concludeerde het rapport.

In Frankrijk heeft de minister van Industrie, François Loos, gisteravond laten weten dat zijn land instemt met de harmonisering van de Europese energiepolitiek, maar zich verzet tegen twee onderdelen van de plannen: de splitsing van energiebedrijven – dat zou neerkomen op de ontmanteling van de Franse energiebedrijven EDF en GDF – en de afschaffing, op termijn, van de regulering van de energietarieven.

Het verder terugdringen van de CO2-uitstoot tot 2050 kreeg bijval van de verantwoordelijk regeringsgezant, Jean-Claude Gazeau, die de doelstellingen van de Commissie ‘doenlijk’ noemt. Frankrijk, dat zegt te voldoen aan de Kyoto-doelstellingen, wil de luchtvervuiling verder terugdringen door de nadruk op nucleaire industrie te blijven leggen en meer te investeren in alternatieve energie, zoals biodiesel en windenergie.

In Duitsland deed vooral de waarschuwing van Brussel om niet onbezonnen uit kernenergie te stappen stof opwaaien. Bondskanselier Merkel (CDU) en minister van Economische Zaken Glos (CSU) grepen de aanbeveling aan om voor het behoud van kernenergie te pleiten. Minister van Milieu Gabriel (SPD) waarschuwde de Europese Commissie voor een atoomvriendelijke koers. Duitsland heeft in 2000 besloten om langzaam, maar gestaag, kerncentrales van het net te halen. In 2021 moet de laatste centrale uitgeschakeld worden. Angela Merkel zou dat besluit het liefste terugdraaien, maar is gebonden aan een regeerakkoord met de SPD waarin deze zogenoemde Atomausstieg vast verankerd is.

De Italiaanse Nobelprijswinnaar voor de fysica Carlo Rubbia beklemtoonde vandaag in de krant Corriere della Sera dat Europa met 20 procent duurzame energie in 2020 zijn doelen te laag stelt. Volgens hem zullen de landen aan de Middellandse Zee als eerste worden getroffen door verwoestijning als gevolg van de klimaatveranderingen. „Dus wij zouden ook als eerste moeten investeren in nieuwe technologieën”, zegt hij. Maar Italië bevindt zich volgens hem nog in het jaar nul. „Er is zo goed als niets gebeurd.’’ Rubbia ziet goede kansen voor zonne-energie.

Vicevoorzitter Emma Marcegaglia van de Italiaanse werkgeversorganisatie Confindustria vreest daarentegen dat de EU- doelstelling de Italiaanse en Europese industrie een concurrentieachterstand zal bezorgen, omdat die zich aan strengere emissie-eisen moeten houden dan de concurrenten elders. Een mogelijk gevolg hiervan zou de vlucht van de procesindustrie naar landen met minder strenge milieueisen kunnen zijn.