‘Verse start met discussie grondwet’

Het nieuwe kabinet moet een verse start maken met de discussie over Europa. Dit betoogt de scheidend secretaris-generaal van Economische Zaken, Jan Willem Oosterwijk, in het economenblad ESB.

In een artikel dat de secretaris-generaal traditiegetrouw schrijft voor het nieuwjaarsnummer van ESB stelt Oosterwijk: „Een nieuw kabinet dient zijn huiswerk op tijd klaar te hebben, op straffe van marginalisering in het Brusselse debat.” Meer ‘maatwerk’ is hierbij volgens hem geboden – zowel wat betreft de hervormingsagenda's van de lidstaten als in de verhouding tussen wat nationaal en Europees wordt geregeld.

Nederland kan zich niet onttrekken aan het voortgaande debat over het ‘Grondwettelijke verdrag’, de Europese grondwet die vorig jaar in het referendum werd afgewezen. Deze afwijzing „laat onverlet dat de spelregels in de EU nodig dienen te worden aangepast”, schrijft Oosterwijk. „De huidige regels leiden tot traagheid of verwaterde compromissen.”

Een nieuw verdrag moet zorgen voor minder veto’s in de besluitvorming, aanpassing van de stemverhoudingen, een kleinere Europese Commissie, een volwaardige rol voor de Europese en nationale parlementen en een vaste voorzitter van de Europese Raad.

De secretaris-generaal waarschuwt, dat Nederlandse politici niet langer de illusie moeten wekken dat minder Europa altijd beter is. „De suggestie dat strenge toepassing van het subsidiariteitsbeginsel alleen leidt tot ‘minder Europa’, is onjuist en schadelijk voor het draagvlak van Europa.” Op sommige terreinen moet Europa minder doen (arbeidsmarkt, gedetailleerde regelgeving), op andere terreinen (energiemarkt, klimaat, bestrijding van terrorisme) juist méér.

Volgens Oosterwijk zijn de positieve welvaartseffecten van de Europese integratie ten onrechte onderbelicht gebleven. Verdere verbetering van de interne markt en doorzetting van de liberalisering van de dienstenmarkt kunnen hier aan bijdragen.

Jan Willem Oosterwijk wordt per 1 maart bestuursvoorzitter van de Erasmus Universiteit.