Verjongingskuur met dikke dertigers

Leon van Bon, Max van Heeswijk en Koos Moerenhout keren dit jaar terug naar de Rabo-ploeg. Hun komst moet de ontwikkeling van jonge renners stimuleren.

Drie dikke dertigers aantrekken om jonge renners meer kans te geven zich te ontwikkelen: zie daar de Rabo-paradox bij de start van het nieuwe seizoen. Leon van Bon (34), Max van Heeswijk (33) en Koos Moerenhout (33) keren terug naar de ploeg waarin zij in de tweede helft van de jaren negentig hun carrière opbouwden.

„Zo rijd je voor de ploegvoorstelling net als vroeger door het centrum van Utrecht, in plaats van België of Zwitserland”, lacht Moerenhout. „In de week dat ik de spullen bij mijn vorige ploeg moest inleveren, kreeg ik direct een tijdrit- en een wegfiets van Rabo”, zegt Van Bon, die daarin weer de perfecte organisatie van vroeger herkende. „Wat me vooral opvalt is dat je hier nog steeds veel onderlinge competitie hebt in trainingen”, zegt Van Heeswijk. „Bij Discovery trainden we als ploeg, hier heerst een meer individualistische mentaliteit. Voor mij is dat typisch Rabo.”

Het aantrekken van drie routiniers is een kleine accentverschuiving in het sportieve beleid, dat al tien jaar wordt gekenmerkt door grote stabiliteit. Elk jaar een aantal jonge talenten laten doorstromen uit de opleidingsploeg, nu al 24 in totaal. Af en toe aangevuld met een buitenlandse aankoop van uitzonderlijke kwaliteit, zoals Oscar Freire, Michael Rasmussen en Denis Mentsjov. Maar met het stoppen van vaste waarden Marc Wauters en Erik Dekker, die ploegleider werd, raakte de enige Nederlandse ProTour-ploeg in 2006 wel erg veel ervaring kwijt. „Er zijn nog maar drie renners over waarmee ik in 1999 in de ploeg zat”, constateert Van Bon, doelend op Michael Boogerd, Jan Boven en de Duitser Grischa Niermann.

De hoofdsponsor zal blij zijn met de terugkeer van Van Bon, Van Heeswijk en Moerenhout, die past in het streven om de ploeg een meer Nederlands gezicht te geven. Allicht belangrijker is voor de ploegleiding dat het ervaren drietal de weg kent in de zware ProTour-wedstrijden. Ze kunnen gids zijn voor aankomende toppers als Weening, Posthuma en Thomas Dekker, die gisteren aankondigde dat hij komend seizoen in de Amstel Gold Race en Luik-Bastenaken-Luik wil doorbreken naar de echte top. De drie aankopen voorkomen eveneens dat de jeugd te snel voor de leeuwen moet worden gegooid. Nieuwkomers hoeven niet te snel als knecht te rijden, maar mogen in minder zware koersen zelf voor de overwinning gaan.

Eigen ambities hebben de drie ook volop. „Het draait om acht dagen in het voorjaar, de week van de Ronde van Vlaanderen en Parijs-Roubaix”, zegt Van Bon, die in beide klassiekers al diverse ereplaatsen behaalde. Daarnaast rijdt hij voor het eerst de Giro. Ook Moerenhout zal in Italië starten. „Ik heb een behoorlijke klap gehad door het drama bij Phonak. Zo rijd je met Landis in het geel op de Champs Elysées en teken je een sterk verbeterd contract. Een paar dagen later valt alles weg.”

Hoewel het aanbod lang op zich liet wachten, is hij blij met de kans die Rabo hem geeft. „Ik hoop in april zo goed in vorm te zijn dat ik twee klassiekers kan rijden. En ik heb een voorliefde voor het naseizoen.” Van Heeswijk zou naast het voorjaar ook graag starten in de Tour. „Bij Discovery was dat niet mogelijk. Terwijl ik vind dat een ritzege in de Tour op mijn erelijst hoort.”

    • Maarten Scholten