Schaatsers willen zich bewijzen na EK-fiasco

Sven Kramer en Ireen Wüst zijn favoriet voor het EK allround, vanaf morgen op de buitenbaan van Collalbo. De Nederlandse schaatsers hebben na het vorige EK wat goed te maken.

Voor twee 20-jarige Nederlandse schaatstoppers begint het échte schaatsseizoen pas morgen in Collalbo, in Noord-Italië. Na talrijke zeges in het voorseizoen staan Sven Kramer en Ireen Wüst te popelen om op het EK allround uit te vinden hoe hun recente vorderingen zich verhouden ten opzichte van de internationale concurrentie.

De Nederlandse schaatsers hebben komend weekeinde in Collalbo wat goed te maken. Het laatste Europees kampioenschap allround, een jaar geleden in Hamar, liep voor de afvaardiging bij de mannen uit op een groot fiasco. Voor het eerst sinds een kwart eeuw stond er op een EK allround geen Nederlander op het podium.

Kramer was toen als nummer vier de beste Nederlander, achter de Italiaan Enrico Fabris en de Noren Eskil Ervik en Håvard Bøkko. Gianni Romme wist zich niet eens te plaatsen voor de tien kilometer. Bij de vrouwen verliep het EK vorig jaar een stuk beter met zilver voor Renate Groenewold en brons voor Wüst, al ging de titel naar de Duitse Claudia Pechstein.

Gezien de blakende vorm waarin de pas 20-jarige Kramer het hele seizoen al verkeert, behoort hij in Collalbo tot de favorieten. Met name op de vijf kilometer was Kramer in het voorseizoen een klasse apart. In november verbaasde hij op een vrijdagavond in Berlijn vriend en vijand door de 5.000 meter af te leggen in 6.09,76, een fractie boven zijn eigen wereldrecord.

Daarnaast lijkt Kramer op de 500 en 1.500 meter wat van zijn achterstand te hebben ingelopen, mede dankzij de trainingen binnen TVM met de ervaren sprinters Erben Wennemars en Beorn Nijenhuis. Ook daardoor voelt hij zich veel sterker dan vorig jaar.

Naast Kramer komen in Collalbo Carl Verheijen, Mark Tuitert en Wouter Olde Heuvel aan de start. De laatste eindigde vlak voor Kerstmis als vijfde op het NK allround, maar doordat de verrassende nummer drie, Erben Wennemars, zich op het WK sprint stort, schoof hij automatisch op.

Regerend Europees kampioen Fabris wordt door de Nederlanders gezien als de gevaarlijkste tegenstander. Twee gouden en een bronzen medaille op de Spelen van Turijn leverden de 25-jarige Italiaan wat geld op, en vooral extra motivatie. Het vooruitzicht van een titeltoernooi in eigen land inspireerde hem bij de zware zomertraining. Het resultaat mocht er zijn. Bij de eerste serie wereldbekerwedstrijden reed Fabris in Berlijn een onnavolgbare 1.500 meter. In Moskou toonde hij progressie op de tien kilometer, in allroundtoernooien tot nu toe zijn achille-shiel. Onlangs schudde hij bij het Italiaans kampioenschap in Baselga op de mijl nog achteloos een 1.48 uit de benen.

Ook de nummer twee van vorig jaar, de Noor Eskil Ervik, lijkt op tijd klaar voor het EK. Na zijn olympische teleurstelling stond de 32-jarige stayer op een kruispunt. Waar andere Noorse routiniers als Lasse Saetre en Petter Andersen stopten, ging Ervik door. Gedreven door de gewaagde ambitie om als eerste schaatser ooit een vijf kilometer te voltooien binnen zes minuten. De klap van Kramer in Berlijn, waar Ervik een rechtstreeks duel verloor met zeven seconden verschil, kwam hard aan. Maar in een trainingskamp in Davos regeerde hij de laatste weken weer ouderwets over zijn ploeggenoten.

Junioren-wereldkampioen Håvard Bøkko kan met zijn sterke 500 meter de basis leggen voor een goed toernooi. Twee debutanten completeren de Noorse ploeg. Henrik Christiansen (23) is een pure allrounder, Sverre Haugli (24) meer een stayer. De laatste komt uit een echte schaatsfamilie. Zijn zusje Maren (21) is de Noorse troef bij de vrouwen. Hun opa, met dezelfde voornaam als zijn kleinzoon, debuteerde 57 jaar geleden op het EK met een derde plaats en haalde in 1956 olympisch brons.

De 23-jarige Rus Ivan Skobrev verbetert zich elk jaar als allrounder en werd onlangs met overmacht nationaal kampioen. Ook de Duitse mannen hebben onder de Nederlandse coach Bart Schouten eindelijk de weg omhoog gevonden. Vooral Tobias Schneider onderscheidde zich bij de eerste wereldbekerwedstrijden op de lange afstanden.

Bij de vrouwen lijkt Ireen Wüst de belangrijkste kanshebber voor de Europese titel, zeker nu Anni Friesinger de voorkeur geeft aan het WK sprint over tien dagen in Hamar. Net als voor ploeggenoot Kramer is Nederland zo langzamerhand te klein voor haar. Zij smacht naar wedstrijden tegen buitenlandse toppers. Maar het gevecht met de beste allrounders ter wereld, Friesinger en de Canadese Cindy Klassen, volgt pas op het WK in Heerenveen.

In Collalbo valt voor Wüst de meeste tegenstand te verwachten van Pechstein, regerend Europees kampioene, en ploeggenote Groenewold. De ervaren Duitse was in de eerste seizoenshelft herstellende van ziekte in de voorbereiding. Oud-wereldkampioene Groenewold reed ijzersterk op de lange afstanden, maar komt op de sprint tekort op Wüst. Ook jonge talenten als de Tsjechische Martina Sablikova en Maren Haugli moeten het hebben van hun lange afstand en lijken nog niet rijp voor een allroundtitel. Marja Vis en Paulien van Deutekom completeren de Nederlandse vrouwenploeg.