Potsierlijk en bloeddorstig

Als historisch drama is Apocalypto bijna net zo omstreden als The Passion of the Christ.

Mel Gibson is gefascineerd door bloed en spektakel.

Apocalypto De Maya’s worden naar de stad geleid. Bij aankomst worden er een paar gevild en de anderen worden afgevoerd naar de offerplaats.

De simpelste conclusie over Mel Gibsons Apocalypto: opwindend. Scène na scène jaagt de regisseur de adrenaline door de aderen van zijn publiek. Het laatste uur is de hoofdpersoon, een Maya die Jaguar Poot heet, alleen nog maar aan het rennen. Door de maïsvelden, door jungle, door een waterval, door drijfzand, door de regen. Hij blijft minutenlang een zwarte jaguar voor, die zijn best doet deze tweevoeter in te halen. Hij is achtervolgende slavenjagers te snel af, en de stijgende vloed die zijn vrouw en zoon bedreigt. Ten slotte is zijn hartslag onze hartslag, zijn ademhaling de onze. Het lijkt wel of Gibson zijn apocalyps wilde filmen in één vloeiende beweging.

In dat opzicht kun je alleen maar vaststellen dat de Australische regisseur met de eigenwijze reputatie weet wat hij doet. Hij kan zijn films uitrollen zoals Steven Spielberg dat kan. Hij heeft alleen een wat grimmiger geest en zal dus niet zo gauw met ET of Catch Me If You Can aan komen, net zo min als de Amerikaan ooit The Passion of the Christ had kunnen of willen maken.

Wie Gibsons laatste drie speelfilms bekijkt – Braveheart (1995), The Passion of the Christ (2004) en nu Apocalypto – heeft weinig moeite om de ware fascinatie te ontdekken van de filmster die regisseur werd. Dat is bloed – „dat woord aller woorden, altijd rijp van mysterie en lijden”, zoals Edgar Allan Poe al schreef. Braveheart was een film die helemaal op tempo lag tot aan de laatste martelscène. Daar stopte Gibson als een vampier bij een jonge maagd, om diep door te dringen in de pijn van zijn hoofdpersoon. The Passion of the Christ was bijna ondraaglijk. Apocalypto is beduidend minder gruwelijk, maar ten minste even bloederig.

Het begint met een opwindende drijfjacht waarbij een tapir wordt opgejaagd door een groepje Maya’s in het diepst van de jungle. Begin en eindshot zijn veelzeggend symmetrisch: de camera staat stil op het groen van het woud waarachter we de menselijke aanwezigheid alleen maar kunnen vermoeden. Moeder natuur ontfermt zich over alle wezens gelijkelijk. Zodra de mens tevoorschijn komt uit dit paradijselijke lover, begint het geweld. De tapir wordt gespiest op een houten staketsel en de Maya’s beginnen lachend en joelend aan het rauwe vlees te sleuren. Vegen bloed zitten op hun hele lichaam en dat lijken ze wel lekker te vinden zo.

Het is een ruw volkje, deze bosstam, maar op een vroege ochtend worden ze overvallen door nog ruwere Maya’s, slavendrijvers uit de grote stad. Nu kan de film pas goed losgaan. Onze primitieve vrienden, want dat zijn ze inmiddels, worden door een pure sadist naar de stad geleid. Onderweg komt de een na de ander om het leven. Als ze aankomen worden er een paar direct gevild. De anderen worden meteen afgevoerd naar de offerplaats. De zon heeft dorst en bloed wil zij drinken.

Wie er precies ontkomt en hoe, dat moet hier niet worden gezegd. Dát er ontkomen wordt is van belang, en dat de beweging die daarbij hoort, de razende vlucht, de essentie van Apocalypto is. Na het stille openingsshot van het junglegroen is er geen moment meer dat de camera stilstaat bij wat-ie registreert. Het is lopen, rennen, buitelen. Tot de jungle de laatste Maya’s weer opneemt en het groen zich achter hen sluit. Rust.

Als historisch drama is Apocalypto bijna net zo omstreden als The Passion of the Christ . Gibson heeft alles wat hij in een paar eeuwen Mayacultuur aan bloeddorst kon vinden bij elkaar gegraaid en daar ook nog eens Spaanse veroveraars bij gebracht. Voor kenners is het even potsierlijk als een spektakelstuk waarin Willem van Oranje het met succes tegen Hitler-Duitsland opneemt en Rembrandt er ten slotte een tableau van schildert. Maar ja, dat zou misschien ook wel een opwindende film worden.

Apocalypto Regie: Mel Gibon. Met: Rudy Youngblood, Dalia Hernandez, Carlos Emilio Baez. In: 81 bioscopen.

    • Bas Blokker