Het ideaal is niet politiek correct

Eerstejaars geschiedenis schetsen hun utopie.

Voor diversiteit van religie en cultuur is amper plaats.

Het christelijke geloof is de basis voor de ideale samenleving, oordeelt één groep studenten. Anderen vinden dat het een zooitje wordt door alle verschillende religies. Foto WFA WFA57:ANTISEMITISME EN ISLAMOFOBIE:AMSTERDAM;12DEC2006- Foto: Moslim (links) en Jood onder een schildering van Jezus en Johannes de Doper in de Kerkzaal van de VU. In het kader van het Joods-Marokkaans Netwerk Amsterdam (JMNA) vond in de Kerkzaal van de VU een debat plaats over Antisemitisme en Islamofobie. Moderatie Martijn de Greve, debattanten Hadassa Hirschfeld (CIDI) en Ahmed Marcouch (PvdA Slotervaart). Het debat werd georganiseerd door Joods Maatschappelijk Werk en Islamitisch Jongerencentrum Argan. Ongeveer 60 merendeels Joodse bezoekers namen deel aan het debat. WFA/jvdh/str. Michael Jacobs WFA WFA

Hoe ziet de ideale samenleving eruit – volgens eerstejaarsstudenten geschiedenis? Sommigen zouden wel een atheïstische staat willen, die religie actief ontmoedigt. Een ander vindt het nodig dat alle parlementsleden voor hun aantreden een politieke stage lopen, bijvoorbeeld bij Provinciale Staten.

„Die lichte weerzin tegen amateuristische politici en tegen religie kwam ik een aantal keer tegen”, zegt Petra van Dam, historicus aan de Vrije Universiteit in Amsterdam.

Samen met haar collega’s James Kennedy en Markha Valenta gaf ze dit studiejaar voor het eerst een werkcollege Humanities aan de eerstejaars, op initiatief van Kennedy. Het viel hem op dat Nederlandse studenten zo weinig weten over de grote lijnen van de cultuurgeschiedenis.

„De meeste studenten geschiedenis”, zegt Van Dam, „studeren af op de twintigste eeuw. Daar weten ze veel van, maar ze missen eeuwen van ontwikkeling. Wij wilden ze de wortels van de Europese cultuur bijbrengen. En dan dus niet al die veldslagen; we hebben ons georiënteerd op normen en waarden, op de vraag wat belangrijk is voor een maatschappij, wat een goede maatschappij is.”

In de Verenigde Staten is dit type onderwijs vrij gebruikelijk, zegt Van Dam. „Maar hier wordt het niet veel gedaan. We lieten studenten klassieke teksten lezen in een toegankelijke vertaling. Bijvoorbeeld de Stad Gods van Augustinus, De Staat van Plato, de Politeia van Aristoteles, De Natura Deorum van Cicero, delen uit de Torah, de Bijbel en de Koran. Dante en Erasmus scoorden trouwens ontzettend hoog bij de studenten. Erasmus vooral, De lof der zotheid, dat boek vonden de studenten geweldig. Erasmus is natuurlijk een enorm scheldkanon, die hakt alles in de samenleving aan mootjes. En Dante is gewoon heel poëtisch.”

De studenten kregen tweemaal per week zo’n klassieke tekst en moesten daar tweemaal per week een kort essay over schrijven. De cursus eindigde na acht weken met de opdracht een langer essay te schrijven over de vraag hoe de ideale samenleving er volgens hen uitzag. „De opvattingen waarmee ze kwamen, waren heel gevarieerd”, zegt Van Dam. „Er waren mensen die in de richting van het communisme gingen, maar er waren er ook voor wie persoonlijke vrijheid heel belangrijk was. Alle grote politieke stromingen waren eigenlijk wel vertegenwoordigd. Er was ook een duidelijke groep voor wie het christelijk geloof de basis was voor de ideale samenleving, omdat ze vonden dat het geloof de binding vormt tussen de leden van een gemeenschap. Maar er waren ook tegenstanders, volgens wie het geloof de basis is voor het conflict-denken in de maatschappij. Die vonden dat het een zooitje wordt door alle verschillende religies.”

Van Dam vond het verrassend hoe ver de studenten gingen in het ontwerpen van hun ideale maatschappij. „Er waren er veel die langere essays schreven dan we gevraagd hadden, en volgens sommigen moest het hele politieke systeem worden aangepast.”

Wat haar het meest verraste: er waren nauwelijks studenten die diversiteit, bijvoorbeeld van religies, positief beoordeelden. Van Dam: „Over het algemeen zijn studenten dus niet politiek correct. Maar ik denk dat dat misschien voortkomt uit een behoefte aan rust, even geen conflict, maar gewoon leven.”