Het genot van petrodollars

Venezuela wentelt zich in weelde. Miljarden aan petrodollars stromen het land binnen. De populistische president Chávez verdeelt het. Van de armen en middenklasse is hij hún president. Wat hen betreft mag hij nog jaren blijven. Als hij maar van hun auto, huis en whisky afblijft.

Het oliestandbeeld voor het ministerie van Energie in Caracas. De grote stroom petrodollars is een van de redenen waarom president Chávez nog altijd grote populariteit geniet onder de armere klasse en – in iets mindere mate – de middenklasse van Venezuela. De teruglopende olieprijs is voorlopig nog slechts een zorg voor later. Foto Reuters A statue depicting an oil rig is seen in front of the Energy Ministry building in Caracas May 30, 2006. Oil cartel OPEC will probably hold supply quotas unchanged at Thursday's policy meeting, but will keep pumping as much crude as it can to ease market fears of a shortage, OPEC President Edmund Daukoru said on Monday. The Organization of the Petroleum Exporting Countries is due to hold an extraordinary meeting in the Venezuelan capital Caracas on Thursday against the backdrop of oil prices near record levels above $70 per barrel. REUTERS/Jorge Silva REUTERS

Met zijn rechterhand draait Ricardo Rodriguez de dop van een nieuwe fles Johnnie Walker Black Label. Hij schenkt de whisky in zijn met ijs gevulde plastic beker. Met een grote grijns op zijn gezicht gaat de ingenieur weer op zijn stoel zitten. „Wat leven we toch in een verschrikkelijk communistisch land hè?” zegt Rodriguez. Direct heeft hij de lachers van de andere Chavistas op het familiefeestje in de stad Barquisimeto op zijn hand. Rodriguez heeft zichzelf vanuit de middenklasse omhooggewerkt en is altijd een trouw aanhanger van de Venezolaanse president Hugo Chávez Frías geweest. „En dat zal ik altijd blijven. Het geld in dit land gaat nu eindelijk naar ons en niet alleen naar de rijken of de Amerikanen.”

Venezuela profiteert overduidelijk van de miljarden oliedollars die binnenstromen. Nooit eerder verdiende het land, in 2005 ’s wereld vierde olie-exporteur en lid van de Organisatie van olie-exporterende landen OPEC, zoveel geld. De ruim 25 miljoen inwoners pikken allemaal op hun eigen manier hun graantje mee. Sparen voor de toekomst is echter aan de meeste Venezolanen niet besteed. ‘Geld is er om uit te geven’, luidt het parool bij de regering en bij de burgers. De teruglopende olieprijs is voorlopig nog slechts een zorg voor later.

De grote stroom petrodollars is een van de redenen waarom president Chávez nog altijd grote populariteit geniet onder de armere klasse en in iets mindere mate de middenklasse. De overheid financiert voedselprogramma’s, onderwijs en tal van andere projecten voor de onderklasse. Daarnaast wordt in grote steden als Caracas, Maracaibo, Valencia en Barquisimeto gewerkt aan de infrastructuur. Of het nu een nieuwe metrolijn, een ringweg of nieuw voetbalstadion betreft maakt niet uit; de passant wordt er door grote borden altijd even aan herinnerd dat de overheid ‘voor het volk’ aan het bouwen is.

Het welgestelde deel van het Venezolaanse volk is al sinds de verkiezingen van 1998 die Chávez aan de macht brachten, ernstig verdeeld in voor- en tegenstanders van de populist. Maar het volgt de regering in haar bestedingsdrang. De luxueuze winkelcentra waar de nieuwste telefoons, mp3-spelers en computers te verkrijgen zijn, zijn overvol koopgrage klanten. Nieuwe auto’s zijn bijna niet aan te slepen. Zelfs in de binnenlanden van Venezuela is vraag naar Hummers in alle kleuren. Maar voor vrijwel iedere autokoper geldt een plaats op de wachtlijst. Er is eenvoudigweg niet genoeg aanbod om aan de reusachtige vraag te voldoen.

De stranden in Venezuela waren deze kerstvakantie voller dan ooit tevoren. Op weg naar het nationale park van Morrocoy reden lange files auto’s langs het terrein waar het gloednieuwe onderkomen van het chemische bedrijf Pequiven moet verschijnen. Op de oude, nog bestaande fabriek hangt een groot spandoek met de tekst ‘rood, knalrood!’ En: ‘no volverán!’ Dat ‘niet terugkeren’ slaat op de duizenden ontslagen werknemers die tijdens de Kerst van 2002 meededen aan een door de oppositie georganiseerde staking. Destijds lag een groot deel van de industrie volledig lam met als doel de druk op Chávez op te voeren. De stakingsleiders zijn inmiddels gestraft, de olieproductie is weer op gang gekomen, maar de verdeeldheid onder de bevolking is gebleven. Al is met de grote inkomstenstroom de rust voor een groot deel teruggekeerd.

Het contrast met een paar jaar geleden kan haast niet groter zijn. In het land dat door de staking van 2002 een miljardenverlies leed, kwam vorig jaar bijna 50 miljard euro binnen. Twee keer zoveel geld als in 1999 toen Chávez werd geïnstalleerd als president en zo’n 25 procent meer dan voor 2006 was begroot.

Ricardo Rodriguez is een van de vele Venezolanen die zichtbaar profiteren van de huidige economische situatie. Vorig jaar verruilde hij zijn vierwielaangestuurde wagen voor een nieuw model en kocht hij een appartement in de strandplaats Tucacas. Hij heeft weinig reden tot klagen. De goede bedoelingen van ‘zijn’ president Chávez trekt Rodriguez al helemaal niet in twijfel. „Vroeger stalen de rijken al ons geld”, zegt hij. „Dat zal niet weer gebeuren. Van mij mag Chávez tot 2021 blijven.”

Ook Pedro Sosa steunt de president die de voorbije jaren de naam van het land veranderde, een ster toevoegde aan de nationale vlag en de paarden op het wapen de andere kant op liet kijken, bijna onvoorwaardelijk. Sosa, die een eigen bedrijfje heeft opgezet dat monumenten restaureert, ziet zijn zaak met iedere verandering van Chávez floreren. „Volgens de wet hebben de gemeenten nog twee jaar de tijd om alle wapens op de monumenten te vernieuwen”, zegt Sosa. „Ik heb dus voorlopig werk genoeg.” Zo is Sosa bijvoorbeeld een graag geziene gast in Sanare. Alfredo Orozco, de burgemeester van dit bergdorpje, is een trouw aanhanger van de bolivariaanse revolutie van zijn leider Chávez. Op de muren van het gemeentehuis is een grote beeltenis van Che Guevara geschilderd. Het was geen probleem voor Sosa om de burgemeester ervan te overtuigen dat het dorp toch echt een nieuw beeld van vrijheidsstrijder Simón Bolívar moest hebben. Geld was even geen probleem.

De vele tegenstanders van Chávez, die zich vooral in de bovenlaag van de bevolking bevinden, zijn de laatste jaren een beetje murw geslagen. Als de president op zondag op alle nationale televisiekanalen zijn urenlange redes opvoert, schakelen ze over op een van de buitenlandse zenders. De voorbije jaren zijn duizenden Venezolanen gevlucht naar de VS of Europa. Hoger opgeleide Venezolanen verkiezen soms een onzeker illegaal verblijf elders boven blijven in een land dat nauwe banden onderhoud met het Cuba van Fidel Castro.

Weggaan is geen oplossing voor Rosa Goméz. De tandarts woont al decennialang in het centrum van Barquisimeto. Dagelijks ziet zij hoe honderden mensen zich voor haar deur verdringen die kilo’s aan boodschappen in busjes naar de krottenwijken willen brengen. De verkeerschaos is het gevolg van werkzaamheden in de drukste winkelstraat van de stad. Daar wordt een kilometers lange baan voor trolleybussen aangelegd. De tandarts zal altijd haar auto blijven verkiezen boven het nieuwe vervoermiddel dat als ‘modern’ wordt aangeprezen. Haar huishoudster kijkt wél uit naar de trolleybusbaan. Op plaatjes lijkt het net een hypermoderne trein. „Dan ben ik straks in vijf minuten in plaats van drie kwartier hier”, denkt zij.

Het was president Chávez zelf die deze week plots voor onrust zorgde toen hij aankondigde telefoon- en elektriciteitsmaatschappijen in zijn land te willen nationaliseren. Direct schoot de bolívar – waarvoor al jaren een wisselcontrole geldt – op de zwarte markt omlaag. Van 3.800 voor 1 euro tot 5.000. Chávez maakte duidelijk dat voor zaken als individualisme, egoïsme en kapitalisme geen plaats meer is in de bolivariaanse republiek. De laatste boodschap is waarschijnlijk voorbijgegaan aan Ricardo Rodriguez en tal van andere Chavistas uit de middenklasse. El presidente wordt door hen op handen gedragen, maar hij moet niet aan hun auto’s, huizen of whisky komen.