Gemiste kans of woorden van hoop

President Bush blijft mist produceren

President Bush vertelde de Amerikanen gisteravond dat een mislukking in Irak een ramp zou zijn. De ramp is de oorlog van Bush, en hij heeft al gefaald. Gisteravond had hij de kans te stoppen met het produceren van meer mist en eerlijk te zijn tegenover de natie, en hij heeft die kans niet gegrepen. [...]

Wij hebben betoogd dat de Verenigde Staten een morele plicht hebben om in Irak te blijven zolang er een kans is om de schade die een snelle aftocht zou kunnen veroorzaken, te verzachten. Wij hebben opgeroepen tot een poging om Bagdad veilig te maken, maar als onderdeel van het soort alomvattende politieke oplossing waarvan in de toespraak van Bush niets te bespeuren valt.

Deze oorlog heeft nu een stadium bereikt waarin enkel voortzetting ervan een slechte afloop nog ernstiger zou kunnen maken. Zonder een serieus plan om er een einde aan te maken, is het zinloos om te praten over banenprogramma’s en militaire offensieven; al wat de toekomst dan te bieden heeft is een nog grotere catastrofe in Irak.

(Hoofdartikel New York Times)

Plan Bush verdient steun van sceptische, loyale Amerikanen

President Bush stond gisteravond voor de opgave om de Amerikanen ervan te overtuigen dat zijn nieuwe plan om Irak in zijn greep te krijgen niet betekent dat er meer levens worden gewaagd voor een conflict dat volgens critici ‘niet te winnen’ is.

Wij menen dat hij overtuigende redenen heeft aangevoerd om de steun van sceptische, loyale Amerikanen te verwerven, maar de crux is of er voldoende troepen worden ingezet om de taak te volbrengen.

De woorden van Bush boden de hoop dat het nieuwe plan niet alleen maar een kwestie zal zijn van meer troepen inzetten om een strategie uit te voeren die geen effect heeft gesorteerd. Ofschoon het aantal extra manschappen dat naar Irak wordt gestuurd, in de pers in brede kring een ‘grote golf’ of zelfs een ‘escalatie’ is genoemd, is dit aantal weliswaar van betekenis, maar niet immens.

Het eigenlijke verschil zal liggen in de wijze waarop Amerika zijn troepen in Irak gebruikt. Heel eenvoudig gezegd lijkt Bush eindelijk te hebben besloten dat de opstand moet worden verslagen door de bevolking te beschermen, speciaal in Bagdad. [...]

Met de nieuwe strategie, de nieuwe troepen en de nieuwe generaals die Bush nu inzet, hebben wij een kansje om een wisselwerking op gang te brengen waardoor betere veiligheid leidt tot meer medewerking van het publiek tegen de rebellen – die dan weer resulteert in meer veiligheid.

Als de Democraten in het Congres een beter idee hebben, horen wij het graag. Maar de enige ‘strategie’ die gewoonweg niet geloofwaardig is, is het idee dat iemand er iets mee zou opschieten als de VS haastig de aftocht zouden blazen uit Irak.

(Hoofdartikel The Wall Street Journal)

Bush biedt verkooppraatjes en gedraai

[...] De vraag is: wat heeft president Bush gisteravond precies voorgesteld? Het beleid wordt met zoveel omhaal en misleidende praat gepresenteerd dat bijna niet uit te maken valt wat de president voorstelt.

Maar goed, hier is mijn reconstructie van het ontstaan van dit beleid:

Op 30 november heeft premier Nuri al-Maliki Bush een nieuw veiligheidsplan voor Bagdad voorgesteld. Dat hield in dat de Amerikaanse troepen uit Bagdad naar de omgeving zouden worden verplaatst, waar ze op sunnitische terroristen zouden jagen. Intussen zouden Iraakse shi’itische en Koerdische troepen de stad binnenstromen om daar de orde te herstellen, althans zoals zij die opvatten.

Wat Maliki feitelijk wilde was dat de Amerikaanse troepen zijn flanken zouden dekken zonder hem voor de voeten te lopen. Hij wilde geen Amerikaanse militairen onder de zijne gemengd hebben. Zijn regering wilde niet dat de macht van de shi’ieten zou worden ingeperkt.

In de weken daarna verwierp Bush dit plan; hij koos voor de tegenovergestelde aanpak. In plaats van de bestrijding van de rebellen over te laten aan de Irakezen/shi’ieten, besloot hij zo’n twintigduizend Amerikaanse militairen – alles wat hij missen kon – in Bagdad in te zetten. Samen met zijn adviseurs wist hij nieuwe geweldsinstructies te regelen om eenvoudiger zowel shi’ieten als sunnieten te kunnen aanpakken.

Hij koos twee agressieve bevelhebbers gespecialiseerd in rebellenbestrijding – David Petraeus en Raymond Odierno – om de operatie te leiden. Odierno heeft onlangs tegen John Burns van de New York Times gezegd dat Amerikaanse troepen 24 per dag, zeven dagen per week in de schoongeveegde delen van Bagdad zouden blijven – de Amerikanen zouden dus zeer nadrukkelijk aanwezig zijn.

Maar hoe verkoop je zo’n plan? De regering kon de wereld niet zomaar laten weten dat de president had besloten de Iraakse soevereiniteit met voeten te treden. Regeringsfunctionarissen konden aarzelende Republikeinen niet zeggen dat de president had gekozen voor een harde aanpak onder leiding van de VS.

En dus zeggen regeringsfunctionarissen dat zij Maliki’s plan hebben overgenomen, met een paar kleine aanpassingen.

In persberichten en in de toespraak van de president stelden functionarissen dat dit plan door de Irakezen was ontworpen, dat in de eerste plaats Iraakse troepen de wijken zouden schoonvegen en bezet houden, en dat Irakezen in gemengde buurten nauwelijks extra Amerikanen te zien zouden krijgen.

Dit alles om de gekwetste trots van de regering-Maliki te ontzien, en om thuis, in Amerika, het Amerikaanse offensief niet zo loodzwaar te laten lijken. Het is het tegendeel van de waarheid.

[...] De vijand in Irak is geen duidelijk aanwijsbare groep moordenaars. De vijand is de maalstroom van geweld en haat waar alle instanties, ook de overheid en de strijdkrachten, mee besmet zijn. In plaats van die realiteit onder ogen te zien, heeft de regering-Bush haar verdoezeld met verkooppraatjes en gedraai.

(Column David Brooks in de New York Times)

Discussieer mee over het besluit van Bush op www.nrc.nl/discussie