EU moet Russische machtsexpansie stoppen

Rusland voert een agressieve olie- en gaspolitiek. De Europese Unie moet zich daar in haar eigen belang tegen teweerstellen, vindt Julia Timosjenko.

De Europese eenheid is ondeelbaar. Als één land wordt geïntimideerd of buitengesloten, kan geen enkel ander land vrij zijn. Een belangrijke doelstelling van de Europese Unie is het bevorderen van de stabiliteit en de veiligheid door een dynamische structuur van onderlinge afhankelijkheid, waarbij alle Europese landen baat hebben.

Maar zo’n structuur ontbreekt vandaag de dag tussen de EU en Rusland, ten nadele van alle landen die daar tussenin liggen. Daarom is het van cruciaal belang dat Duitsland deze kwestie tot een centraal punt heeft gemaakt van zijn EU-voorzitterschap.

Nu de hoge prijzen voor ruwe olie en aardgas de schatkist doen uitpuilen, stelt Rusland zich opnieuw agressief op tegenover de betrekkelijk zwakke staten die het afbrokkelende sovjetimperium vijftien jaar geleden ontvluchtten. Door de resterende banden die hun oorsprong vinden in het sovjettijdperk, blijft de Russische invloed in dit gebied enorm. Maar Rusland breidt zijn invloed nu ook uit tot andere landen.

De Europese betrekkingen met Rusland zijn te belangrijk om over te laten aan bilaterale overeenkomsten met een ad-hockarakter. Europa verkeert momenteel in een fase van maximale flexibiliteit. Maar naarmate de afhankelijkheid van de Russische energietoevoer groeit, neemt het vermogen van de EU om druk uit te oefenen af.

Helaas wordt na afloop van de Koude Oorlog vaak als vanzelfsprekend aangenomen dat de vijandige bedoelingen van Rusland zijn verdwenen. Het buitenlands beleid ten aanzien van Rusland is gevoerd alsof traditionele diplomatieke overwegingen er niet langer toe doen. Maar uiteraard doen die er wel toe. Het aanmoedigen van economische en politieke hervormingen is een belangrijke doelstelling, maar kan nooit in de plaats komen van serieuze pogingen om Ruslands diepgewortelde expansionisme in te dammen.

Rusland heeft zeker legitieme belangen in wat zijn ‘nabije buitenland’ is genoemd. Maar de stabiliteit van Europa en het streven naar economische groei in het hele continent vereisen dat deze belangen worden behartigd zonder economische druk of eenzijdige interventies.

Een levensvatbaar Europees Ruslandbeleid moet Europa’s toenemende afhankelijkheid van de Russische energievoorraden onder ogen zien. Een andere benadering zou geen recht doen aan de voornaamste kwestie: die van de betrouwbaarheid van Rusland als energieleverancier.

Ondanks het feit dat Rusland’s werelds grootste gasvoorraden bezit, produceert het staatsmonopolie Gazprom niet genoeg voor een economie die met 6 procent per jaar groeit. Met de grootste drie velden van Gazprom, die driekwart van de productie voor hun rekening nemen, gaat het bergafwaarts. Deze binnenlandse tekorten betekenen dat Gazprom niet in staat is de leveranties aan Europa op te voeren, althans niet op de korte termijn.

Tegelijkertijd wil Rusland ook andere markten bedienen.

Het probleem is niet een gebrek aan voorraden, maar Gazproms investeringsstrategie. De afgelopen jaren heeft het concern veel geld uitgegeven aan allerlei zaken, maar niet aan de ontwikkeling van zijn reserves. Het heeft pijpleidingen aangelegd naar Turkije en Duitsland of is daar nog mee bezig, een oliemaatschappij (Yukos) overgenomen en vaste voet aan de grond gezocht op de Europese distributiemarkten.

Intussen ligt, nu de investeringen in de productie gestaag afnemen, een crisis op de loer die van de EU stuurmanschap en een vaste hand zal vergen. De ambities van Gazprom om de controle in handen te krijgen over pijpleidingen en de overige infrastructuur voor energietransporten moeten worden ingetoomd. Onafhankelijke producenten moeten in staat gesteld worden om te kunnen floreren. Onafhankelijke producenten nemen nu al 20 procent van de binnenlandse gasverkopen in Rusland voor hun rekening. Om de productie te laten verhogen en hun rechtstreekse toegang tot de Europese markten te gunnen, zijn op de markt gebaseerde prikkels nodig.

Europa kan daarbij helpen door erop te staan dat Rusland deelneemt aan het European Energy Charter (Europese Energie Handvest), dat Gazprom oproept zijn concurrenten toegang te verlenen tot de Russische pijpleidingen, en dat erin voorziet dat alle onenigheden worden opgelost via internationale arbitrage. Ook het Europese mededingingsbeleid, dat met succes reusachtige bedrijven als Microsoft tot de orde heeft geroepen om de concurrentie te bevorderen, kan ertoe bijdragen dat Gazprom een normale mededinger wordt.

De Europese leiders moeten openhartige gesprekken aangaan over de vraag waar de Europese en de Russische belangen samenvallen of uiteenlopen, en bij die gesprekken moeten ook regionale buurlanden aanwezig zijn, die zowel producent als doorvoerland zijn, zoals Oekraïne, mijn eigen land.

Moskou zal een beleid dat is gebaseerd op wederzijds respect voor elkaars belangen beter begrijpen dan eenvoudige oproepen tot vriendschap en verdraagzaamheid. Rusland moet worden verwelkomd in instellingen die samenwerking bevorderen, met wederzijdse rechten en verantwoordelijkheden.

De hervormingen in Rusland zullen worden gehinderd en niet worden gevoed, als de politieke en economische agressie wordt genegeerd. De zwaarbevochten onafhankelijkheid van de voormalige sovjetrepublieken mag niet zwijgzaam worden weggegeven door te berusten in het Russische streven naar regionale hegemonie.

De Russische leiders hebben recht op begrip van de wereld, nu zij hun best doen om het decennialange wanbeheer van de sovjets te overwinnen. Maar zij hebben geen recht op de invloedssfeer die Russische tsaren en volkscommissarissen driehonderd jaar lang begeerd hebben. Als Rusland een serieuze partner van Europa wil zijn, moet het bereid zijn de plichten te aanvaarden die bij de stabiliteit horen, naast de voordelen. En als Europa zijn voorspoed en energiezekerheid wil veiligstellen, mag het niets minder vragen.

Julia Timosjenko, voormalig minister-president van Oekraïne, is nu oppositieleidster. © Project Syndicate 2007