Energie besparen begint bij de aardappels

Er valt veel meer en sneller energie te besparen dan de Europese Commissie wil, vindt Econcern. Projecten van het Utrechtse bedrijf bewijzen dat, vooral in het buitenland.

Econcern heeft een fabriek in Delfzijl overgenomen die wordt omgebouwd voor de productie van biomethanol. Foto Sake Elzinga Nederland- Delfzijl - ( Groningen ) - 09-01-2007 Chemie park, de biomethanol fabriek van BMCA. ( Methanor ) Foto: Sake Elzinga Elzinga, Sake

Het koken van aardappels is maar iets raars. Vindt Ad van Wijk, bestuursvoorzitter van het snel groeiende Utrechtse bedrijf Econcern, dat zich toelegt op duurzame energie. „Je stopt heel veel energie in een pan met water, doet de aardappels er een tijdje bij, en vervolgens gooi je het hete water weg.” Pure verspilling, meent Van Wijk. Waarom de aardappels niet klaarmaken in de magnetron? Of het hete aardappelwater opvangen in een reservoir, en de warmte nog eens benutten. Om douchewater mee op te warmen bijvoorbeeld.

De Europese Commissie presenteerde gisteren haar langverwachte energiestrategie. Ze wil dat Europa de uitstoot van het broeikasgas CO2 drastisch verlaagt. Dat moet onder meer bereikt worden door energiebesparing en meer inzet van duurzame energie. Van Wijk vindt de doelstellingen mager. Zo wil Brussel dat het energieverbruik in 2020 met een vijfde is teruggebracht. „Peanuts”, zegt Van Wijk, die natuurkunde heeft gestudeerd in Utrecht. Er kan veel meer worden bespaard. „Als argument hoor je vaak dat voor extra besparingen nieuwe technologieën nodig zijn, en dat zoiets tijd kost. Onzin! Zweedse huizen verbruiken nu al twee keer zo weinig energie als de Nederlandse, terwijl het in Zweden kouder is. De technologie is er gewoon. Het is een kwestie van voorschrijven.”

Van Wijk ziet zo veel mogelijkheden om energie te besparen. Als mensen maar even buiten de vaste patronen willen denken. Neem de installatie die zijn bedrijf in Curaçao bouwt, voor de energiezuinige airconditioning van een serie grote hotels. Van Wijk: „De overheersende gedachte is: wil je de stroomvoorziening van de airco duurzamer maken, dan zet je er een windturbine naast. Wij doen het heel anders. Wij pompen koud zeewater van een diepte van 600 meter op, en via een warmtewisselaar wordt het water voor de airco afgekoeld. Technologisch stelt het weinig voor, maar het energieverbruik van de hotels wordt er wel door gehalveerd.”

Het doel van Econcern is duidelijk. De droom die Henry Ford had voor auto’s – een exemplaar voor elke Amerikaan – heeft Ad van Wijk voor duurzame energie. En dan niet voor één continent, maar voor de hele wereld. „Voor iedereen wil ik duurzame energie bereikbaar maken.” Hij lijkt goed op weg.

Vervolg ENERGIE: pagina 17

ENERGIE

Duurzaamheid blijkt lucratieve bedrijfsactiviteit

Vervolg van pagina 1

Voor de kust van IJmuiden bouwt het concern mee aan een van de eerste Nederlandse windturbineparken op zee. Een paar maanden geleden kreeg het de opdracht voor de aanleg van ’s werelds grootste zonnepark, in het Spaanse Murcia. De installatie die Econcern op Curaçao bouwt, voor energiezuinige airconditioning van hotels, heeft potentie voor andere warme kustgebieden die rijk zijn aan toeristen, bijvoorbeeld in landen als Turkije en Spanje.

Voor Econcern betekent de gisteren gepresenteerde energiestrategie van de Europese Commissie goed nieuws.

Brussel heeft als doel gesteld dat in 2020 van alle verbruikte energie 20 procent duurzaam moet zijn. Nu ligt dat aandeel op 7 procent. De hoge energieprijzen, het klimaatprobleem en de groeiende afhankelijkheid van landen als Rusland, Saoedi-Arabië en Algerije, zijn de aanleiding voor een nieuwe energiestrategie. Van Wijk kan het alleen maar toejuichen.

En het ging al niet slecht met zijn bedrijf. De winst van Econcern over 2006 zal ongeveer drie keer hoger uitvallen dan de 11 miljoen die was geraamd, zegt Van Wijk. Op de lijst van de 500 snelst groeiende bedrijven in Europa, samengesteld door adviesbureau KPMG, kwam het Utrechtse bedrijf in 2005 binnen op 273, en vorig jaar steeg het nog eens dertig plaatsen.

Bij Econcern bruist het van de initiatieven. Het heeft een nieuw soort, energiezuinige, tuinderskas ontwikkeld. Met deze permanent gesloten kas, die ’s zomers zonnewarmte ondergronds opslaat en in de winter die warmte weer gebruikt, bespaart de tuinder bijna de helft op zijn energieverbruik, terwijl de productie stijgt. De eerste vier tuinders hebben zo’n kas vorig jaar in gebruik genomen.

Verder runt Econcern in Groenlo en Nijverdal een installatie die varkens- en koeienmest vergist tot biogas. In Delfzijl staat een fabriek die hout verbrandt voor elektriciteitsopwekking. Daar heeft het concern afgelopen jaar een fabriek overgenomen die wordt omgebouwd voor de productie van biomethanol, een product dat aan benzine kan worden toegevoegd.

In Nieuwegein gaat Econcern een dezer maanden beginnen met de bouw van zijn nieuwe onderkomen. Het gaat om twee kantoortorens, 95 meter hoog, die netto geen energie verbruiken. Er wordt onder meer gebruik gemaakt van windturbines op het dak en ondergrondse warmteopslag. In de ramen zijn zonnecellen zo verwerkt dat ze ’s zomers als zonwering kunnen dienen en ’s winters juist licht doorlaten.

Door de enorme vraag naar windturbines en zonnepanelen is het voor Econcern belangrijk om zich daar strategisch te positioneren. „Tot voor kort namen we windturbines af van een andere producent, maar dat maakte ons erg afhankelijk”, zegt Van Wijk. Dus nam zijn bedrijf een half jaar geleden een belang in de Nederlandse turbinefabrikant Darwind.

Zo heeft Econcern ook een belang in het Nederlandse bedrijf Solland Solar, producent van zonnecellen. En afgelopen augustus maakte het bekend in Frankrijk een nieuwe fabriek te gaan bouwen voor de productie van silicium, grondstof voor zonnecellen, in samenwerking met twee andere internationale bedrijven. Van Wijk: „Er is op het moment grote schaarste aan silicium. Als je daarover beschikt sta je als zonnecelfabrikant een stuk sterker.”

Econcern kan voor zijn snelle expansie rekenen op twee financieel krachtige aandeelhouders: conglomeraat SHV, van de familie Fentener van Vlissingen, en Cofra Holding, een investeringsbedrijf in handen van de familie Brenninkmeijer (eigenaren van C&A).

Van de omzet van Econcern komt 80 procent uit het buitenland. Duitsland, Groot-Brittannië, Spanje, Italië, België. Van Wijk: „Nederland is voor ons geen omgeving om uit te bouwen. De ambities van de overheid liggen hier veel te laag.” Hij wil dat zijn bedrijf over vier jaar een omzet heeft van ruim 1 miljard euro, acht keer zo veel als vorig jaar. En dan stelt hij zich nog bescheiden op, zegt hij. „In deze markt is zo’n groeicijfer eigenlijk aan de lage kant.”

    • Marcel aan de Brugh