Een kleurenblinde kapucijneraap vindt insect sneller

Rotterdam, 11 jan. Wilde kapucijneraapjes kunnen baat hebben bij kleurenblindheid. Daardoor blijken ze beter in staat de camouflage van insecten te doorzien dan soortgenoten die wel een volledig kleurenspectrum zien. Dat concluderen Canadese en Japanse biologen deze maand in het vakblad Animal Behaviour. Apen van de Oude Wereld en mensapen hebben net als mensen een trichromatisch gezichtsvermogen, met drie soorten lichtgevoelige kegeltjes in het netvlies. Groene, gele, oranje en rode tinten kunnen zij daardoor goed onderscheiden. Dit heette altijd `evolutionair voordelig` te zijn, omdat dieren zo beter in staat zijn voedzame vruchten of sappige jonge bladeren op te sporen. Maar nu blijkt kleurblindheid (dichromatisch gezichtsvermogen) soms ook een voordeel. Onder wilde kapucijneraapjes (Cebus capucinus) in het Santa Rosa National Park in Costa Rica komen ook kleurenblinde dieren voor, die alleen blauw en geel kunnen waarnemen. Deze dieren bleken per uur vier keer zo vaak een poging te doen gecamoufleerde insecten te vangen als hun normaal ziende soortgenoten. Met name in de schemer vingen zij meer prooi.