Duitse prudentie moet EU-crisis bezweren

Duitsland, dit half jaar voorzitter van de Europese Unie, wil de crisis over de Europese Grondwet bezweren. Veel speelruimte is er niet, maar prudente aandrang kan helpen.

Mark Kranenburg

De Duitse bondskanselier Angela Merkel is vastbesloten om als roulerend voorzitter van de EU de impasse over de Europese Grondwet te doorbreken. Hoe, dat is nog even de vraag.

In een interview met deze krant zei zij gisteren slechts „optimistisch” te zijn over het vinden van een oplossing. Maar over de inhoud van die oplossing hield zij zich wijselijk op de vlakte. Het is volgens Merkel namelijk „volstrekt verkeerd” om „nu openlijk te discussiëren over wat moet en wat niet”.

Dat is meer dan onderhandelingstactiek. De Duitsers kunnen op dit moment gewoonweg het speelveld nog niet overzien. Allereerst is nog onduidelijk wie Frankrijk, één van de neestemmers, vertegenwoordigt als de Europese regeringsleiders in juni van dit jaar moeten besluiten over een voorstel van Merkel om de Grondwet uit het slop te halen.

De eerste ronde van de presidentsverkiezingen is op zondag 24 april, de waarschijnlijk noodzakelijke tweede ronde op zondag 2 mei. Wordt het Nicolas Sarkozy, de meest genoemde kandidaat van rechts, of Ségolène Royal die door de sociaal-democraten naar voren is geschoven? Merkel zal de uitslag van de verkiezingen in elk geval niet afwachten. Met beide kandidaten gaat ze voor die tijd praten.

Dan is er Groot-Brittannië. Officieel nog geen probleemland. Nadat de kiezers in Frankrijk en Nederland in het voorjaar van 2005 per referendum de Grondwet afwezen, besloot de premier Tony Blair de beloofde Britse volksraadpleging op te schorten.

Blair heeft inmiddels zijn vertrek aangekondigd. Het is nog onduidelijk of hij er straks in juni nog bij zal zijn. Zijn meest waarschijnlijke opvolger, Gordon Brown, is nog nooit betrapt op enig enthousiasme voor de Europese gedachte.

Vervolgens is ook nog geheel onduidelijk hoe Nederland aankijkt tegen het oplossen van de zelf veroorzaakte crisis. Dat is allereerst aan de partijen die nu een nieuw kabinet proberen te formeren.

Ondanks al deze ongewisheden is het voorzichtig manoeuvreren onder Duitse leiding toch al begonnen. Stap één is dat Frankrijk en Nederland te verstaan wordt gegeven dat zij zich met hun nee-stem tegen de Grondwet in een uitzonderingspositie bevinden. Bondskanselier Merkel hintte daar al enigszins op in genoemd interview door er op te wijzen dat een meerderheid van achttien Europese lidstaten de Grondwet wel heeft geratificeerd.

Als straks de Grondwet tegen het licht wordt gehouden, zal iedereen moeten bewegen. Maar in Duitse optiek zullen sommige landen dat méér moeten doen dan andere landen, waarbij Berlijn met die eerste categorie natuurlijk doelt op Frankrijk en Nederland.

Met genoegen zien de Duitsers dat eind deze maand de achttien voorstemmers, inmiddels bekend als ‘de vrienden van de Grondwet’, op het niveau van staatssecretarissen in Madrid samenkomen om zich te beraden over de vraag hoe nu verder.

Alleen al de aankondiging van deze bijeenkomst heeft in Parijs en Den Haag tot nervositeit geleid. Dat moet ook, vinden de anderen, want dat leidt daar wellicht tot bescheidenheid.

Een extra bijeenkomst van Europese regeringsleiders in Berlijn van eind maart zal een politieke wilsverklaring moeten opleveren. Zij komen dan samen ter gelegenheid van het vijftigjarig bestaan van het Verdrag van Rome, waarmee de basis van de huidige Unie werd gelegd. Geen beter moment voor hernieuwd Europees elan, bedachten de regeringsleiders vorig jaar.

Interessant is de aanpak die de Duitsers hebben gekozen om de verklaring voor te bereiden. Níet, zoals gebruikelijk bij EU-verklaringen, via het Brusselse vergadercircuit waar via eindeloze onderhandelingssessies de ambassadeurs van de 27 lidstaten over punten en komma’s delibereren. De regie ligt dit keer volledig in Berlijn dat alle lidstaten heeft verzocht een vertrouwenspersoon met een mandaat aan te wijzen die geconsulteerd kan worden.

Deze constructie blijft ook bestaan voor de voorbereiding van het ‘hoe-nu-verder’-voorstel dat de regeringsleiders in juni krijgen voorgelegd. Aanvankelijk was er alleen sprake van een roadmap. Maar de laatste dagen zijn de ambities in Berlijn opgeschroefd en het is nu de bedoeling dat de routekaart ook wordt voorzien van een „inhoudelijke oriëntering”, oftewel voorstellen langs welke weg de Grondwet dan zal moeten worden aangepast.

Op deze manier moet het volgens de Duitsers lukken dat Frankrijk als EU-voorzitter eind 2008 de onderhandelingen over een aangepaste Grondwet, die dan ongetwijfeld geen grondwet meer heet, kan afronden zodat deze in de eerste helft van 2009, simultaan met de verkiezing van een nieuw Europees Parlement, kan worden geratificeerd.

En als het aan de Duitsers ligt: in geen enkel land door middel van een referendum.

    • Michel Kerres
    • Mark Kranenburg