Druivenboer werd Talibaan voor appel en ei

Nederlandse troepen zijn betrokken bij een NAVO-offensief in Kandahar. Ze vechten niet, maar delen dekens en ander nuttigs uit. „Dit gebied hebben de Talibaan opgegeven.”

NAVO-troepen in de Panjwayi-vallei in de provincie Kandahar, gezien vanaf de berg Sperwan Ghar. Gevechtsacties worden er uitgevoerd door Canadezen en Amerikanen. Foto Richard Frigge Foto Richard Frigge Frigge, Richard

Fier wappert de Amerikaanse vlag, naast een iets kleinere Afghaanse, op de top van de berg Sperwan Ghar, die uitkijkt over de Panjwayi-vallei in de Zuid-Afghaanse provincie Kandahar. „God bless our troops”, zegt een geïmproviseerd spandoek aan de voet van de berg. Bedoeld worden de Amerikaanse militairen, die hier samen met Canadese en Afghaanse uitkijken over het gebied dat zij tijdens de operatie Baaz Tsuka (Valkentop), die vlak voor Kerstmis begon, van ‘hard core’-Talibaan zeggen te hebben gezuiverd.

Verderop, in de droge bedding van de rivier de Argendab, zijn zo’n tien NAVO-tanks te zien. Zij sluiten het gebied Panjwayi af van het district Zhare, legt een Amerikaanse officier op de berg uit. Vanuit het westen en het oosten trekken Amerikaanse, Afghaanse, Canadese en Britse troepen vandaag Zhare binnen om daar stapje voor stapje, in veld na veld en dorp na dorp te laten merken dat de heerschappij van de Talibaan in het gebied voorbij is, en die van de NAVO begonnen.

Zij hebben daarbij vandaag ten minste eenmaal tegenstand ondervonden, maar over het algemeen valt de tegenstand mee. De indruk bestaat bij ISAF dat de Talibaan-beweging, anders dan in september bij de NAVO-operatie Medusa, heeft besloten deze streken als thuisbasis op te geven. Aan de voet van deze berg lijkt het normale leven inmiddels enigszins zijn loop te hebben hernomen. De Panjwayi-vallei, ongeveer dertig bij zestig kilometer, is een dichtbevolkte streek, eertijds bekend om druiventeelt en rozijnenexport, de laatste jaren meer om zijn hennepproductie. De eerste bewoners zijn naar de huizen teruggekeerd, van waaruit nog maar enkele weken geleden de Talibaan de NAVO-troepen onder vuur nam. Er wordt gewerkt op de velden.

In noordelijke en westelijke richting zijn, vanaf de berg, dwars door de velden en dorpen twee kaarsrechte, brede stroken van vijftig meter vrijgemaakt – zo te zien met bulldozers. Vrachtwagens rijden af en aan – voorboden van de asfaltering van deze stroken. Doel is de ontsluiting van de streek, legt de Amerikaanse officier uit – niet alleen ten bate van de plaatselijke bevolking maar ook voor militaire doeleinden. Als het goed is maken de nieuwe wegen, die vanaf de berg tot aan de horizon te overzien zijn, ook een einde aan de hinder die de NAVO-troepen ervaren van bermbommen: het valt immers onmiddellijk op wanneer op deze langwerpige zandwoestijnen iemand iets aan het ingraven is.

De Nederlandse reservecompagnie die voor een halfjaar in Kandahar is gelegerd als ‘manoeuvre-eenheid’, is ook vandaag bij de Operatie Baaz Tsuka betrokken. Maar niet in de eerste linie: net zoals dat eerder in deze operatie in Panjwayi ging, trekken zij achter de uit het Westen van Zhare oprukkende Amerikanen en Canadezen aan, en delen dekens, keukengerei, schoolbenodigdheden, schoeisel en andere nuttige dingen uit aan de bevolking. Ook organiseren zij ‘shura’s’, vergaderingen met lokale notabelen, waarin dingen worden uitgelegd en plaatselijke wensen vernomen.

Het was aanvankelijk niet de bedoeling dat de Nederlanders, afkomstig van de Luchtmobiele Brigade, geheel buiten de gevechten zouden blijven. Nadat zij in het begin van de operatie voornamelijk bezig waren geweest met het contact met vluchtelingen die naar de vallei wilden terugkeren, en het organiseren van shura’s, ontving de reservecompagnie halverwege de operatie de opdracht de plaats Mushan veilig te stellen. De aldaar verwachte tegenstand van de Talibaan bleef echter uit.

De NAVO zegt dat operatie Baaz Tsuka in essentie op verzoek van vertegenwoordigers van de plaatselijke bevolking is ondernomen – deze zouden genoeg hebben gehad van de voortdurende invloed van de Talibaan in het gebied en het vooruitzicht van nieuwe strijd in hun streek. Volgens de NAVO-doctrine dienen twee verschillende soorten Talibaan te worden onderscheiden: de T1, de hardcore-strijders van buiten het gebied, en de T2, lokale boerenzonen die voor een appel en een ei – of in de praktijk voor een telefoonkaart en een pakje sigaretten – bereid zijn met de Talibaan mee te vechten, of daartoe gedwongen worden.

De grondgedachte van Baaz Tsuka is om de T2 van de T1 los te weken, onder andere door de boerenzonen een andere toekomst in het vooruitzicht te stellen, bijvoorbeeld in de Afghaanse hulppolitie ANAP, die in de toekomst samen met het Afghaanse leger (ANA) het gebied moet controleren. De T1 moeten dan worden verdreven. Bij de pacificatie van de Panjwayi-vallei heeft het volgens ISAF zeer bevorderlijk gewerkt dat vóór en kort na het begin van Baaz Tsuka bij precisieacties een aantal prominente leden van de T1, waaronder de regionale commandant van de Talibaan, om het leven kwamen. Als gevolg daarvan hebben, zo is de inschatting van de NAVO, de Talibaan Panjwayi in feite als steunpunt opgegeven. In sommige gevallen bleek de harde kern gevlucht en troffen de NAVO-militairen alleen nog in de haast achtergelaten wapenarsenalen aan.

„Hopelijk is de cyclus hier nu doorbroken”, zegt bovenop de berg de Nederlandse generaal Ton van Loon, voor een half jaar NAVO-commandant in Zuid-Afghanistan en dus eerstverantwoordelijke voor Baaz Tsuka. Hij verwacht dat de Talibaan ook dit jaar, net als in 2006, een lenteoffensief tegen de buitenlandse troepen in Afghanistan zullen weten op te zetten. Maar dat zal dan eerder uitgaan van de Talibaan-bolwerken in Noord-Uruzgan, Helmand en Zabul dan vanuit Panjwayi, denkt hij. „Dit gebied hebben de Talibaan opgegeven. En als er een lenteoffensief moet zijn, waarom zou het dan dit jaar niet ons offensief kunnen zijn?”

    • Raymond van den Boogaard