Drie zonen in een Marokkaans koffiehuis

Toneel: Spreekuur door De Varkensfabriek. Tournee t/m 12 mei. Inl. 020-6260350 of www.grunfeld.nl

Nog voor het succes van de film Shouf Shouf Habibi hadden de Marokkaanse jongens Mohammed Azaay en Karim el Guennouni onverwacht succes met het toneelstuk De varkensfabriek (2003-2005). In die cabareteske voorstelling speelden zij twee jongens die in een slachterij werken. Met aanstekelijke snelheid, plezier en energie speelden ze ook nog veertien dubbelrollen, waaronder Turken, Nederlanders en Surinamers, handig gebruik makend van flink aangezette accenten en stereotypering.

Volgens hetzelfde recept hebben zij het vervolg Het spreekuur gemaakt, wederom in de regie van Leopold Witte. Azaay en El Guennouni hebben de naam van hun droomdebuut als groepsnaam aangenomen. Ook in deel twee wordt het multiculturele drama vrolijk en licht opgediend. Bij de dood van een Marokkaan komen zijn drie zonen bijeen in diens koffiehuis. Het geld van vader is verdwenen, zodat zij hem niet kunnen begraven. De ene zoon is het huis uitgegooid en is psychologie gaan studeren. Bij het onderhandelen met en begrafenisverzekeraar komt zijn volledige assimilatie goed van pas, maar voor de werkgevers blijft hij een Marokkaan, waardoor hij al twee jaar geen werk kan vinden. Ondertussen is hij zo vervreemd van zijn familie dat hij niet eens meer fatsoenlijk zijn oude moeder kan troosten. Zijn halfbroer heeft een blanke moeder en is dus eigenlijk blanker dan hij (hij wordt ‘onbesneden halfje wit’ genoemd), maar dit onechte kind is degene die vurig de traditionele waarden van zijn vader verdedigt.

Zo schetst de groep Varkensfabriek het culturele niemandsland waarin de tweede generatie doolt. Zonder daar overigens al te zwaar over te doen. Daar is ook geen tijd voor want de acteurs moeten razendsnel transformeren in de manke dérde broer, de leeghoofdige verloofde, de luidkeels treurende moeder, de weggestopte tweelingzusjes, de racistische Surinamer en de Limburger met zijn betoog over de Afrikaanse sprinkhaan. Ook nu weer ligt de humor grotendeels in de accenten en de vooroordelen. Vooral de racistische Surinamer is erg sterk. Hij haat de Marokkanen omdat die hem van zijn comfortabele underdogpositie hebben verdreven.

Om de begrafenis te bekostigen organiseren de broers een benefietavond, met sterke drank, gokken, paaldans en een hilarische doofstomme rapper. Niet helemaal in de geest van Pa, die in de koelkast ligt, maar ja: een strikte cultuur lokt nu eenmaal hypocrisie uit. Net als in het echt staan de weggestopte zusjes tot slot onverwachts voor de hoop.

    • Wilfred Takken