De minister rijdt te duur

Te groot, te klein, te duur, niet representatief, of het verkeerde merk. Zolang ministers een dienstauto ter beschikking hebben is er al kritiek. Daaraan lijkt met een beleid van centrale aanbesteding eindelijk een eind te gaan komen.

De bepantserde BMW 760i van premier Balkenende kost 400.000 euro, ver boven de norm. Foto Bas Czerwinski 22-11-2006, CAPELLE AAN DEN IJSSEL. BALKENENDE VERLAAT HET STEMBUREAU FOTO BAS CZERWINSKI Czerwinski, Bas

In een interview met het blad Carros noemde Loek Hermans het ooit „het prerogatief” van de minister. Hermans, sinds 2003 voorzitter van MKB-Nederland en namens de VVD minister van Onderwijs in het kabinet-Kok II, maakte als BMW-adept in elk geval gretig gebruik van de mogelijkheid om zelf een dienstauto te kiezen. „Het was de eerste BMW op Onderwijs. Mijn chauffeur was er blij mee, chauffeurs van andere ministers waren jaloers”, aldus Hermans.

Het ‘voorzieningenbesluit ministers en staatssecretarissen’ schrijft voor dat elke Nederlandse bewindspersoon de beschikking krijgt over een dienstauto met chauffeur. Meestal is dat de auto van zijn of haar voorganger, maar een andere regel (de ‘Rijksnormering Personenauto’s’) staat toe dat de minister zelf een auto kiest, waarbij een zeker maximum aan aanschafprijs en kilometerkostprijs wordt gesteld.

Zeker met de kabinetswisselingen van de afgelopen jaren heeft dat op diverse departementen tot nogal wat voertuigwisselingen geleid. Zeer spraakmakend was de minister van Economische Zaken in het kabinet-Balkenende I, Herman Heinsbroek (LPF). Hij vond de Mercedes E-klasse van zijn voorgangster (Annemarie Jorritsma) maar magertjes en liet zich dus in zijn eigen Bentley chauffeuren.

Aanvankelijk in een tweedeurs versie, maar toen dat wat onhandig bleek met in- en uitstappen kwam er een vierdeurs Bentley. Maar ook rondom de auto’s van de ministers Peper (Binnenlandse Zaken Kok II) en Wijers (Economische Zaken in kabinet-Kok I) was veel te doen.

Met name het feit dat minister Peper een Chrysler 300M reed die qua aanschafprijs vér boven het toegestane budget was, zorgde voor commotie in de Tweede Kamer. Peper wierp echter tegen dat hij de Chrysler voor een veel lagere prijs had kunnen krijgen, door een korting waaraan zowel de dealer als de importeur van Chrysler had meegewerkt.

Een woordvoerder van de importeur gaf ronduit toe er voordeel bij te hebben dat de auto van een minister geregeld op televisie komt. „Het geeft een boel gratis publiciteit”, zei hij in NRC Handelsblad in 1989.

Achteraf bezien was de tactiek van Bram Peper zo gek nog niet, want via een medio vorig jaar in gang gezette raamovereenkomst blijkt de rijksoverheid met de importeurs van een aantal automerken flinke kortingen te hebben afgesproken. Het voorbeeld daarvoor werd gegeven door de politie, die een tender uitschreef welke door Volkswagen is gewonnen. Verreweg de meeste van de 6.700 auto’s die de politie tot 2010 gaat kopen zijn Volkswagens.

Maar ook Volvo en Toyota gaan leveren aan de politie en alles bij elkaar levert dat een inkoopvoordeel van zo’n 20 miljoen euro op. „Mooi meegenomen, zeker als je bedenkt dat het allemaal om gemeenschapsgeld gaat”, merkt een politiewoordvoerder nuchter op.

Voor de ongeveer 10.000 auto’s die er bij de rest van de overheid rondrijden, is inmiddels een raamovereenkomst gesloten met een groot aantal merken. Er zijn daarbij dertien kavels afgesloten, waarbinnen auto’s van een bepaalde klasse vallen. De hoogste categorie is niet alleen gereserveerd voor ministers, maar ook voor hoge ambtenaren als directeuren-generaal en inspecteurs-generaal.

De keuzemogelijkheid maakt meteen duidelijk dat het over is met wat zo mooi het prerogatief van de minister heet. Zodra hun huidige dienstauto aan vervanging toe is, mogen bewindslieden nog kiezen uit een Peugeot 607, Audi A6, Mercedes-Benz E200 of een Volvo S80. De Peugeot en de Audi bieden keuze uit benzine- of dieselmotor, Mercedes doet slechts mee in de dieselversie en de Volvo alleen in benzine-uitvoering.

De nieuwe, christelijk-sociale regeringscoalitie die er nu lijkt te gaan komen heeft via informateur Wijffels laten weten ‘duurzaamheid, sociale samenhang en een efficiënte bestuursstijl’ na te streven.

Als aan dat laatste scherp inkopen wordt toegevoegd, dan is het ‘kabinet-Balkenende IV’ in elk geval qua dienstauto’s goed op weg. In het kader van de sociale samenhang is alleen de auto van de premier een probleem. Balkenende heeft een twaalfcilinder BMW 760i, die mede door de bepantsering 400.000 euro heeft gekost.

Rectificatie / Gerectificeerd

In het artikel De minister rijdt te duur (11 januari, pagina 16) staat dat de auto van de premier ‘een probleem’ is, omdat die 400.000 euro kost, ruim boven de norm . Hiermee is niet bedoeld dat Balkenende de regels voor dienstauto’s overtreedt. De hoge prijs is immers veroorzaakt door beveiligingskosten; artikel 7 van het Voorzieningenbesluit ministers en staatssecretarissen staat in dat geval overschrijding van de norm expliciet toe.