De Belgische tolpoort

De Belgische overheid zet een nieuwe stap in het Europa der tolpoorten door het invoeren van een vignet van zo’n 60 euro voor binnen- en buitenlandse automobilisten. Als het akkoord over de verdeling van de opbrengst tussen de drie Belgische deelregeringen standhoudt, moeten alle auto’s per 1 januari van volgend jaar al zo’n vignet hebben. Voor de Belgen maakt het weinig uit, want zij krijgen tegelijkertijd een korting op hun relatief bescheiden wegenbelasting. Dat riekt naar discriminatie. Het vignet is een manier om rijkosten van Belgen af te wentelen op buitenlandse automobilisten. Voor een land dat de hoofdstad van Europa herbergt, is dat bedenkelijk.

Het Belgische jaarvignet is ook verplicht voor wie maar één kilometer Belgische snelweg gebruikt, een vergaande vorm van tolheffing in de Europese Unie. Andere lidstaten kennen een genuanceerder beleid. De Duitse regering beperkt de heffing tot vrachtauto’s. In Spanje, Italië en Frankrijk heeft de automobilist keuze: daar wordt naar de mate van het autobaangebruik tol geheven. Daar is geen discriminatie en heeft de tol een functie als rem op de verkeersdrukte. De praktijk in Oostenrijk lijkt, met een autowegvignet van 73 euro, nog het meest op wat België wil. Wel kent Oostenrijk een goedkoper vignet voor kortere duur. België zou dat voorbeeld kunnen volgen.

Voor de autoreiziger door Europa ontstaat een gecompliceerde tolmozaïek. Dat is een inbreuk op de bewegingsvrijheid die in Europa gebruikelijk is. Voor Duitsers, Fransen, Luxemburgers en Nederlanders die aan de Belgische grens wonen en aan de andere kant wel eens een boodschapje doen, is het vignet een rechtstreekse lastenverzwaring.

Het Belgische vignet staat op gespannen voet met de vrijheid van verkeer in de Europese Unie. De vraag is of het ook een regelrechte schending van de Europese verdragen is. De Amsterdamse hoogleraar W.T. Eijsbouts sluit niet uit dat het vignet een toets daarop doorstaat. Maar ook als het verkeersvignet juridisch haalbaar is, valt er moreel veel op aan te merken. De tol past in de trend bij lidstaten – ook Nederland – om Europa alleen te willen uitmelken en er verder niets voor over te hebben. Er is sprake van een onderlinge wedstrijd in benepenheid. Het is centenpikkerij vergeleken bij de miljarden die lidstaten aan de open grenzen verdienen. Dat geldt voor Nederland, maar zeker voor België waar de belangrijke instellingen van de Europese Unie staan. Des te bedenkelijker is het dat er voor degenen die de Europese instellingen per auto willen bereiken, nog een heffing bovenop komt.

De Europese Commissie zou meer eenheid en systeem moeten brengen in de vele tolpoorten die op Europese wegen ontstaan. De Belgen moeten aantonen dat de heffing proportioneel is en niet discrimineert. Het zou goed zijn als zij daartoe via een procedure bij het Europese Hof van Justitie worden gedwongen. De vrijheid van personenverkeer is veel waard.