Ani durft nu naar buiten te gaan

Ani Koleva woont met haar moeder, vriend en dochter op twee kleine kamers in Rotterdam. Ze is niet langer illegaal in Nederland, maar mag nog niet werken. „Ik wil graag een fatsoenlijk burger zijn.”

Ani Koleva is blij dat ze niet langer illegaal is. Nu nog een baan. Foto Bas Czerwinski 04-01-2007, ROTTERDAM. ANI SASHEVA KOLEVA. FOTO BAS CZERWINSKI Czerwinski, Bas

De angst die ze sinds haar verblijf in Nederland altijd heeft gevoeld, wordt minder. Ani Koleva weet dat ze sinds zondagnacht 1 januari om 00:00 uur niet meer als illegaal het land kan worden uitgezet, want bij de jaarwisseling is ze burger van de Europese Unie geworden.

„Tot nu toe bleef ik ’s avonds altijd thuis, want dan zijn op straat de meeste controles”, zegt de 33-jarige Bulgaarse, die sinds de zomer van 2005 in Nederland is. Ze kan nu dus ook ’s avonds naar buiten, maar voor de rest verandert er weinig in het leven van Ani. Ook de komende jaren zal ze met haar moeder, vriend en zeventienjarige dochter doorbrengen in twee kleine, illegaal verhuurde kamers onder een puntdak van een Rotterdamse woning. Zij met haar vriend, tevens vader van de dochter, in de ene kamer. Oma met de dochter in de andere kamer. Op de gang een kleine keuken, douche en toilet.

De huur, hoeveel wil ze niet zeggen, wordt opgebracht door zwart werk én het verkopen van de straatkrant, zowel door Ani, haar vriend, als haar moeder. Die straatkrant blijkt goed voor de contacten. „We doen allerlei klusjes; vooral huishoudelijk werk en schoonmaken. Mijn vriend gaat soms verven, of dozen versjouwen. Aan de klussen komen we via-via, maar vooral via mensen die de straatkrant kopen.” Met het geld dat ze verdient – een dag de straatkrant verkopen levert meestal zo’n 15 euro op – doet ze boodschappen bij de Aldi of de Lidl. Op de markt koopt ze tweedehands kleding en spullen voor in de zolderwoning.

„Geld om naar familie in Bulgarije te sturen, hebben we niet. We kunnen alleen in ons eigen onderhoud voorzien”, zegt Ani tegen een medewerkster van IOM, de Internationale Organisatie voor Migratie. Die spreekt Nederlands en het aan Bulgaars verwante Russisch en kan daarmee als tolk fungeren bij het gesprek met Ani, die amper Nederlands spreekt.

De reden dat het armoedige bestaan van Ani nog jaren voort zal duren, is de beslissing van het kabinet om Bulgaren en Roemenen voorlopig nauwelijks toe te laten op de Nederlandse arbeidsmarkt. Ter bescherming van Nederlandse laaggeschoolden mogen zij op z’n vroegst in 2009 legaal aan de slag.

Ani: „Ik wil graag een fatsoenlijke burger zijn, maar nu moet ik zwart werk blijven doen. Dat is niet goed geregeld. Als je bij de EU komt, moet je overal kunnen werken. Waarom zou je anders toetreden?”

Ondanks de beperkingen die Nederland aan Roemenen en Bulgaren oplegt, verwacht Ani toch dat veel van haar landgenoten naar Nederland komen, nu ze hier legaal mogen verblijven. „De armoede in Bulgarije is enorm. Er zijn tegenwoordig mooie spullen te koop, maar niemand kan ze betalen. In Shuman, waar ik vandaan kom, liggen de fabrieken stil sinds de val van het communisme. Mensen die wel een baan hebben, verdienen maar 75 euro per maand. Vaak is er geen warm water en de stadsverwarming valt vaak uit. Het is moeilijk te zeggen, maar ik verwacht een flinke golf Bulgaren die pas terug gaan als het leven in Bulgarije beter is.”

Ani is half Roma en half Turks-Bulgaars. Haar vriend is Turks-Bulgaars. In Bulgarije (met ruim acht miljoen inwoners) vormen de Turken met één miljoen de grootste minderheid, op de voet gevolgd door de Roma. Vooral de Roma nemen er een achterstandspositie in, al valt dat volgens Ani wel mee. „De armoede treft alle Bulgaren”, zegt ze.

Naar Nederlandse maatstaven leidt Ani ook in Rotterdam een armoedig bestaan, zelf is ze erg tevreden. „Ik heb wel ongeveer gekregen wat ik verwachtte, want ik had weinig verwachtingen. Ik ben blij met weinig.” Ze noemt haar levensstandaard „zonder twijfel hoger dan in Bulgarije” en is bovendien tevreden met de manier waarop haar dochter zich in Nederland ontwikkelt.

Omdat de visumplicht voor Bulgaren in de aanloop naar EU-lidmaatschap al in 2001 werd opgeheven, kon Ani in 2005 met haar dochter Rosali zonder problemen naar Nederland reizen en er drie maanden legaal verblijven. Ani’s vriend was vooruit gereisd om hun komst te faciliteren.

Dochter Rosali werd toegelaten op een vmbo-school en gaat na de zomer een kappersopleiding volgen. „Ik wilde dat ze hier zou opgroeien, in een Europese omgeving. Ze spreekt nu vijf talen; Nederlands, Engels, Bulgaars, Russisch en Turks. Ze heeft nu veel meer perspectief dan wanneer we in Bulgarije waren gebleven.”

    • Wilmer Heck