Zo’n gezicht van: ik heb net mijn Peruaanse geliefde achtergelaten

Heerlijk is het, om mensen van Schiphol op te halen. Ik heb geen auto, dus geen enkel nut bij dit soort gelegenheden, maar ik ga toch, en dan lekker de hele tijd op de borden kijken en door de ramen gluren en hopen dat zij als eerste hun koffers krijgen, en dan lang-verloren-zoon-achtig omhelzen en koffie drinken.

Toen ik vriend M. gisteren had opgehaald, diende zich in aankomsthal 3 plots een voltallig zeemannenkoor aan, met petjes, een trommel en een onduidelijke zwabber met bellen eraan (misschien een instrument uit de zeemannentijd). Zij stelden zich op en begonnen te zingen, in afwachting van een bekende.

Dit zou iets zijn voor Joris Linssen, dacht ik, van Hello Goodbye, dat programma over emo-momenten op Schiphol. En toen stond daar prompt Joris Linssen, met cameraploeg. Misschien hangt Joris Linssen de hele dag in de wc’s van aankomsthal 3 rond, in afwachting van iets leuks. Anders kan ik dit niet verklaren.

Vriend M. ging naar huis, maar ik bleef. Op wie wachtten de zeemannen? Joris Linssen wachtte ook met zijn camera’s. Alle reizigers die aankwamen zagen hem, en zetten meteen een dramatisch gezicht op in de hoop geïnterviewd te worden. Zo’n gezicht van: ik heb net mijn Peruaanse geliefde achtergelaten in de bergen en daar wil ik heel graag over praten. Maar Joris Linssen interviewde niemand, al kwamen er best wat interessante mensen uit de deur van aankomsthal 3. Eerst Rosanna Lima, styliste van de sterren. En even later Phillip Cocu, voetballer. Op tijd voor de eerste schooldag terugkomen van vakantie is zo 2006. Twee dagen na de kerstvakantie, dan komt de beau monde terug.

Er waren ook veel ophalers: allemaal vaders die eerder dan hun gezin teruggekomen waren van vakantie. Het viel me op dat al die mannen hun kinderen veel warmer begroetten dan hun vrouwen. De kinderen werden doodgeknuffeld, de vrouwen kregen ‘Hoi’ en vervolgens een donzen ski-jack in hun richting: „Hier is je winterjas, heb ik meegenomen, had je toch gevraagd?” Waarop de vrouw zei: „Wat doe jij hier nou? Jij moest toch naar Frankfurt vandaag?”

Dat was natuurlijk het echte leed, dacht ik terwijl eindelijk de man tevoorschijn kwam op wie het koor had gewacht. Hij heette Wimpie en was lid van het koor. En hij was blij, straalde hij uit richting camera. Het echte leed was niet opgenomen.