Wilders wil naar Europa in 2009

Geert Wilders acht de kans „zeer wel aanwezig” dat zijn Partij voor de Vrijheid (PVV) deelneemt aan de Europese Verkiezingen van 2009. De PVV laat de verkiezingen voor de Provinciale Staten van 7 maart echter aan zich voorbij gaan. De Provinciale Staten kiezen de leden van de Eerste Kamer, waardoor de PVV niet in de Senaat vertegenwoordigd zal zijn. Wilders wil het afzien van deelname aan de Statenverkiezingen niet toelichten.

Wilders zegt dat de PVV zich na verkiezingswinst bij de Europese verkiezingen in 2009 niet zal aansluiten bij de nieuwe, ultrarechtse fractie.

De deelname van Wilders aan de Europese verkiezingen is opmerkelijk, omdat hij pleit voor opheffing van het Europees Parlement (EP). Wilders: „Daar zit ook onze twijfel. Maar zolang het EP bestaat, zouden we wel gek zijn als we geen gebruik zouden maken van subsidies die we krijgen als we gekozen worden. We zullen dan van binnenuit streven naar opheffing.” Zijn PVV wil diverse bevoegdheden vanuit ‘Europa’ terugbrengen naar de lidstaten en de rol van nationale parlementen bij Europese besluitvorming uitbreiden. Bij Turkse toetreding tot de EU pleit Wilders voor uittreding van Nederland.

Door de recente EU-toetreding van Roemenië en Bulgarije komt het aantal ultrarechtse europarlementariërs boven de vereiste twintig om een fractie te kunnen vormen. Identiteit, Soevereiniteit en Transparantie (IST) is de naam van de nieuwe groep. Tot de deelnemers behoren het Belgische Vlaams Belang, het Franse Front National van Jean-Marie Le Pen, het Bulgaarse Ataka (‘Val Aan’) en het Roemeense Groot Roemenië. Zij vinden elkaar in een programma waarin verzet tegen immigratie, Turkse toetreding en verdere Europese integratie de belangrijkste punten zijn.

Ondanks de programmatische overeenkomsten met de PVV sluit Wilders aansluiting pertinent uit. Wilders: „Een ‘nee’ met een uitroepteken. Ik heb niets met Le Pen, ook nooit gehad. Als je de programma’s van die Oost-Europese partijen leest, lopen de rillingen je over de rug. De verschillen met ons zijn zo groot, dat die programmatische overeenkomsten onvoldoende zijn voor samenwerking.”