Weten we wat we eten?

Gesponsorde studies naar voeding zijn ‘zelden kritisch’.

De kans op een gunstige uitkomst is 4 tot 8 keer groter dan bij neutraal onderzoek.

De 'melksnor-campagne' om de melkconsumptie te promoten, met actrice Mariska Hargitay. Foto AP This undated photo, supplied by the Milk Processor Education Program , shows new mother and award-winning actress, Mariska Hargitay, who is the latest celebrity to sign on with a Milk Mustache ad campaign to promote milk consumption. This ad of her and her son August, who was born in June 2006, debuted Monday, Jan. 8, 2007. The actress plays a leading role on the television series, "Law & Order: Special Victims Unit," for which she won an Emmy in August 2006.(AP Photo/Milk Processor Education Program) Associated Press

Beschermt groene thee tegen darmkanker of aids, en bosbessensap tegen blaasinfecties? Onderzoek naar de gezondheidseffecten van voedingsmiddelen pakt beduidend gunstiger uit als de voedingsindustrie er geld in heeft zitten. Dat concludeert een groep Amerikaanse wetenschappers na een uitgebreide literatuurstudie. Ze zijn de eersten die op grote schaal onderzoek hebben gedaan naar een mogelijk verband tussen de uitkomst van voedingsonderzoek en de betrokkenheid van de industrie. Hun artikel is gisteren in het online wetenschappelijk tijdschrift PLoS Medicine gepubliceerd.

De Amerikanen bekeken in totaal 206 studies. Die hadden betrekking op vruchtensappen, melk of frisdranken en hun effect op bijvoorbeeld suikerziekte en kanker (voor melk), obesitas (frisdranken) of cariës en achterblijvende lichaamsgroei (vruchtensappen). De kans op een gunstige uitkomst was vier tot acht keer groter bij een gesponsorde studie, vergeleken met een niet-gesponsorde. Met die uitkomst plaatsen de Amerikanen impliciet vraagtekens bij het groeiend aantal gezondheidsclaims waarmee levensmiddelen worden aangeprezen.

„Dit bevestigt wat alle insiders eigenlijk al wisten. Voedingsdeskundigen die samenwerken met de industrie zijn zelden kritisch over de producten die ze onderzoeken”, zegt prof.dr. Martijn Katan, hoogleraar Voedingsleer aan de Vrije Universiteit in Amsterdam, die een commentaar schreef bij het artikel van de Amerikanen.

In zijn commentaar benadrukt Katan dat samenwerking met de industrie goed kan uitpakken, maar hij waarschuwt voor het hellende vlak van industriële financiering. Het begint ermee dat een gesponsorde studie zich zelden richt op mogelijk ongunstige aspecten van een voedingsproduct. Het kan er ook toe leiden dat ongunstige gegevens worden weggedrukt. „Uiteindelijk kan zelfs besloten worden de hele publicatie te schrappen, als de uitkomst voor de sponsor teleurstellend is”, zegt Katan.

Signalen over de invloed van de voedingsindustrie waren er al wel. Marion Nestle, hoogleraar voeding aan de New York University, kreeg veel aandacht met haar boek Food Politics (2002, University of California Press) over de invloed van die industrie op voedsel en gezondheid. Maar systematisch onderzoek naar de invloed van sponsoring op de uitkomst van onderzoek, ontbreekt daarin. Wel had het Zwitserse levensmiddelenconcern Nestlé zes jaar geleden in een beperkt onderzoek vastgesteld hoe moeilijk het is om gesponsorde studies te vinden met een ongunstige uitkomst voor de geldschieter.

Voor de voedingsindustrie is nu duidelijk geworden wat al langer bekend was van de farmaceutische industrie. Tientallen studies hebben laten zien dat onderzoek naar medicijnen een veel gunstiger uitkomst heeft als het wordt gefinancierd door de industrie.

Dat dit nu ook is aangetoond bij voedingsonderzoek, baart de auteurs zorgen. Uitkomsten van voedingsonderzoek vertalen zich in voedingsadviezen, de samenstelling van de schijf van vijf. Als dat onderzoek, door commerciële belangen, niet deugt, dan kan dat gevolgen hebben voor de hele bevolking. „Als je een gemeenschapsgoed als voedsel overdraagt aan de markt, kan dit gebeuren”, zegt Katan. Volgens hem is er een trend onder levensmiddelenbedrijven om voeding aan te prijzen met gezondheidsclaims, omdat gezondheid meer een verkoopargument aan het worden is, naast prijs, smaak en gemak.

De claims worden vervolgens onderbouwd met wetenschappelijk onderzoek dat zich vaak beperkt tot onderzoek in de reageerbuis, of op muizen. Als er al proeven op mensen worden gedaan, duren ze kort. Terwijl het werkelijke effect op de gezondheid alleen vastgesteld kan worden in langdurige studies, bij grote aantallen mensen. Maar die zijn te duur voor voedingsbedrijven, en worden nagelaten. Katan: „Melk, groene thee, of ingrediënten daarvan kun je niet patenteren, omdat het bestaande stoffen zijn. Dus kunnen bedrijven zich niet beschermen tegen de concurrentie. Ze mogen hun onderzoekskosten daarom niet te hoog laten oplopen, want die kunnen ze niet verrekenen in de prijs van hun producten.”