‘We moeten vrede voor Europa garanderen’

Duitsland mag dit half jaar als voorzitter van de Europese Unie een oplossing zoeken voor de problemen met de grondwet. Bondskanselier Angela Merkel zoekt daarbij vooral naar praktische resultaten.

Bondskanselier Angela Merkel op een persconferentie met José Manuel Barroso, voorzitter van de Europese Commissie Foto AFP European Commission President Jose Manuel Barroso chats with German Chancellor Angela Merkel (R) following a joint press conference at the Chancellery in Berlin 09 January 2007. Germany took over the rotating presidency of the EU for six months on 01 January 2007. The European Commission stressed that it was "unacceptable" that it had not been informed of the halt in Russian oil deliveries through the Druzhba pipeline in Belarus and called for shipments to resume "immediately". AFP PHOTO JOHN MACDOUGALL AFP

„De mens is een praktisch wezen”, zegt Angela Merkel, Duits kanselier en sinds deze maand een half jaar eerste stuurvrouw in de Europese Unie. Europa moet dan ook tastbare oplossingen bieden voor wezenlijke problemen, stelt ze. Alleen dan kan Europa de huidige malaise te boven komen.

Met tastbare resultaten wil Merkel de scepsis over Europa te lijf gaan, die tijdens de referenda in Nederland en Frankrijk tot uitbarsting kwam. Met pragmatisme wil ze ook de politieke knoop ontwarren die door de afwijzing van het grondwettelijke verdrag is ontstaan. Als burgers inzien dat Europa onontbeerlijk is, accepteren ze een verdrag dat een efficiëntere besluitvorming garandeert, hoopt Merkel.

Tijdens een gesprek met zes Europese journalisten profileert Merkel zich als een nuchtere pleitbezorger van Europese samenwerking en een ambitieuze voorzitter van de Europese Raad. Ze wil de grondwet nieuw leven inblazen, maar erkent dat naar „de steen der wijzen” nog wordt gezocht. De grondwet behoort tot de „moeilijkere politieke taken”. Duitsland kan tot de zomer een begin van een oplossing zoeken.

In een kleine vergaderzaal op de zevende verdieping van haar immense kanselarij laat ze zich niet verleiden tot uitspraken over de inhoud van een aangepast verdrag. Eerst wil ze consulteren. Ze maakt wel duidelijk dat een grote meerderheid van lidstaten wél met het verdrag in zijn huidige vorm kan leven en dat het verdrag in de Europese ministerraad al eens is goedgekeurd. Ze weet dat ze niet om de referenda heen kan, maar onderstreept subtiel dat Nederlanders en Fransen zich in een uitzonderingspositie bevinden.

Als ze een poging waagt om de betekenis van Europese samenwerking te beschrijven, klinkt ze even als de praktische politieke dochter van oud-kanselier en partijgenoot Helmut Kohl, als een leerling die heeft geluisterd naar de verhalen van de enthousiaste Europeaan, maar er een eigentijdse draai aan geeft. „We weten dat Europa een grote bijdrage heeft geleverd aan de vrede. Maar wat vroeger het garanderen van vrede ín Europa was, is voor de nieuwe generatie in de 21ste eeuw het garanderen van de vrede vóór Europa. Wij staan voor hele andere uitdagingen. Wíj moeten ons afvragen hoe we terrorisme bestrijden.”

Merkel is kordaat-vriendelijk. Ze komt drie minuten te laat, maar duldt haar gasten daarom ook drie minuten langer. Conform Duits gebruik moeten de citaten van Frau Bundeskanzlerin voor publicatie worden voorgelegd aan haar staf.

Hoe denkt u de grondwet vlot te trekken?

De opdracht is iedereen ervan te overtuigen dat we een verdere ontwikkeling van ons verdrag nodig hebben. We zullen analyseren welke bezwaren er zijn en dan met verstandige diplomatie aan het einde van het voorzitterschap een voorstel doen over hoe verder te gaan.”

Merkel ‘Waar eindigt de romantiek over Europa?’

„Het Duitse voorzitterschap”, zegt Merkel, „denkt niet dat ze het probleem grondwet al kan oplossen”.

Als het project mislukt, is een Europa van twee snelheden dan een optie?

„Ik heb een eigenschap: ‘als-dan’-vragen beantwoord ik nooit en pessimistisch geformuleerde al helemaal niet en zeker niet aan het begin van het voorzitterschap. Ik zal er alles aan doen om een mislukking te voorkomen.

„Een Europa van twee snelheden kan bij wijze van uitzondering; denk aan de Euro-groep. In kwesties die het Europees Parlement raken, is het niet praktisch. Mag een Brit, een Italiaan, een Zweed stemmen over beleid waaraan zijn land niet deelneemt? Dat wordt zeer gecompliceerd. Het Parlement heeft nu juist meer macht gekregen. Dat betekent: de wezenlijke ontwikkeling van Europa moet door de hele Europese Unie gedragen worden.”

Heeft u een minimale lijst voor ogen van wat er in elk geval in een verdrag moet staan?

„Na de twee mislukte referenda gaan we ons nu voor het eerst met het onderwerp bezighouden. Het zou volstrekt verkeerd zijn van meet af aan een minimalistische aanpak te kiezen. Het zou ook volstrekt verkeerd zijn nu openlijk te discussiëren over wat moet en wat niet. Ik wil die discussie vermijden om succes te kunnen hebben.

De Franse presidentskandidaat Sarkozy heeft voorgesteld een verdrag te beperken tot institutionele vraagstukken, zonder grondrechtencharta.

„Ik wil er nogmaals op wijzen dat de grondrechten door alle lidstaten in de ministerraad al eens zijn goedgekeurd. Het deel over grondrechten is eigenlijk niet het deel dat tot referenda heeft geleid.”

Hoe wilt u Nederlanders en Fransen overtuigen?

„Fransen en Nederlanders willen toch ook een Unie die tot handelen in staat is? We kunnen niet om de mislukte referenda heen. Maar we kunnen niet zeggen: daarom praten we niet meer over het project.

„Het project hoort thuis in de categorie ‘moeilijkere politieke taken’. Maar het is niet de eerste keer dat zoiets in Europa gebeurt en Europa heeft altijd een oplossing gevonden. Ik ben optimistisch dat ook wij een oplossing zullen vinden. In het voorjaar vieren we het vijftigjarig bestaan van het Verdrag van Rome. Dat is destijds ook uit een crisis ontstaan. Laat ons de zaak dus met moed en vertrouwen ter hand nemen, treuren kunnen we altijd nog. Ik neig ertoe de zaken aan te pakken.”

De referenda hebben ook een diffuus anti-Europees sentiment zichtbaar gemaakt. Wat stelt u daar tegenover?

„Dat is de kernvraag. De Commissie heeft gezegd: de burgers begrijpen de EU niet, het geheel heeft met hun leven niets te maken. Daarom spannen wij ons in voor een ‘Europa van Projecten’: energiebeleid, concurrentie op de energiemarkt, voor elkaar instaan, elkaars diploma’s erkennen. We moeten veel vaker uitleggen dat we Europa nodig hebben voor zaken die lidstaten alléén niet kunnen regelen.

„Veel te vaak worden burgers geconfronteerd met overbodige richtlijnen. In het Europees Parlement werd gesproken over de parasoldichtheid in de Biergarten. Dat kan iedereen zelf beslissen. Veel parasols in Portugal, maar als bij mij op het eiland Rügen de zon zich eens laat zien wil een cafébaas niet voor 200.000 euro parasols kopen.

„We moeten ons op het wezenlijke concentreren: onze gezamenlijke economische belangen in de wereld, het oplossen van internationale conflicten, bijdragen aan de vrede, het bestrijden van migratie. Het wezenlijke uitkristalliseren, dat is mijn antwoord op het diffuse anti-Europa gevoel.

U probeert dus niet met het romantische beeld van de Europese verbroedering te overtuigen?

„Waar begint pragmatisme, waar eindigt romantiek? Toen Europa opgericht werd was dat een praktische aangelegenheid. Het begon met vrede en ging verder met kolen en staal, de belangrijkste grondstoffen waarover men jaren gevochten had. Wat wij tegenwoordig geromantiseerde geschiedenis vinden, was destijds voor mensen een tamelijk nuchtere kwestie.

„Maar je hebt ook politici nodig die verder kunnen kijken dan het eigen belang. Het succesverhaal van Europa is dat men het eigen belang beter kan veiligstellen als men de belangen van anderen in het oog houdt.

Maar in Europa vecht toch iedereen voor zichzelf? Zie het energiebeleid.

„Juist niet meer! Eerst dacht iedereen: ik wil een bilateraal verdrag, maar nu hebben we gezien dat samenwerking bescherming kan bieden, als we tegenover Rusland een gezamenlijke positie innemen.

„Energie is nu wat kolen en staal vroeger waren: het maakt een land sterk, het is de bloedsomloop van de industriële samenleving. Mensen waren gewend dat energievoorziening een nationale taak was, zoals de post en het openbaar vervoer. Nu worden nieuwe stappen gezet, maar er is geen alternatief. Zoals men zich vroeger niet kon voorstellen dat men gezamenlijk over kolen en staal kon beschikken, zo kan men zich tegenwoordig ook veel niet voorstellen. Vijftien jaar geleden was politiesamenwerking ondenkbaar, nu laten we Polen de Europese buitengrens bewaken. We hebben veel stappen gezet.”