Ver van de boom

Als de geschiedenis zich herhaalt, is hét hebbeding van 2007 nu al bekend: topman Steve Jobs van het elektronicabedrijf Apple presenteerde gisteren in de Verenigde Staten de iPhone. Daarmee begeeft Apple zich op de markt voor mobiele telefoons. De aandelen van de huidige makers van soortgelijke apparaten, van Palm tot Blackberry, gingen gisteravond al onderuit. In Europa gaf Nokia vanmorgen terrein prijs en op de Aziatische markten kregen de aandelen van telefoonmakers als LG en Samsung een tik.

Die reactie is niet onbegrijpelijk. Apple heeft de laatste jaren zijn reputatie hersteld van vervaardiger van innovatieve producten, die vaak tegen de stroom ingaan. Dat geldt zeker ook voor de iPod, de draagbare muziekspeler die het legaal downloaden van muziek een forse impuls heeft gegeven. Met de iPhone, die deze zomer in de VS op de markt komt, kan het ook zo gaan. De concurrentie zal volgen, en als de ontwikkelingen doorgaan, zullen massa’s mensen over een paar jaar mobiel kunnen bellen, e-mailen, internetten, en uiteindelijk ook televisiekijken alsof het de gewoonste zaak van de wereld is. Het kan goeddeels allemaal al, maar veel hangt vaak af van één gebruiksvriendelijke applicatie die de massadoorbraak bewerkstelligt. De Blackberry, een combinatie van telefoon en e-mail, was al zo’n toepassing. Hele echelons van zakenlieden en ambtenaren zijn er, zeker op reis, zo goed als verslaafd aan.

Of Apple er in slaagt de coup met de iPod te herhalen, is geen uitgemaakte zaak. Maar de lancering van de nieuwe telefoon onderstreept de ontwikkeling naar een maatschappij waarin communicatie en vermaak instant zijn, en de locatie van de gebruiker er steeds minder toe doet. Dat biedt uitzicht op een maatschappelijk terra incognita. Wie worden we als we tegelijkertijd meer communiceren dan ooit, maar ook meer in onszelf gekeerd raken, en wat gebeurt er met het spontane contact tussen mensen? Gaat de hoeveelheid boodschappen die we elkaar sturen ten koste van de diepte ervan? Hoe ontwikkelt een mens zich als het leidende principe van de uitgestelde behoefte niet langer opgaat? Kunnen we nog wel goed alleen zijn, en met vakantie of op reis zijn zonder elke dag contact te hebben met het thuisfront – of zonder dat dit van ons wordt verlangd?

Vlak voor de Kerst pleitte de Noorse gasthoogleraar antropologie aan de Vrije Universiteit Thomas Hylland Eriksen in deze krant voor een herstel van het tragere levensritme van vóór de computer en de gsm, al was het maar op één ‘e-mailvrije dag’ per week. Een sympathiek idee, maar een illusie. Communicatie zal nog sneller, beter en universeler worden. Het is te hopen dat de contemplatie daar gelijke tred mee houdt.