Telewerk aan de winkel

Het is goed voor het milieu, voor kostenbesparing bij bedrijven en voor de vrije tijd van werknemers.

Rara wat is het? Juist, telewerken op grote schaal.

Nederland dreigt steeds meer slachtoffer te worden van een ‘file-infarct’. Een totale filelengte van 400 à 500 kilometer in de spits is geen uitzondering meer. Deze opstoppingen veroorzaken enorme kosten voor bedrijven (brandstof, tijd), voor het milieu (extra uitstoot van uitlaatgassen) en last voor de burgers die de extra reistijd tussen woon- en werkplaats voor hun rekening moeten nemen.

Technisch gezien hoeft veel werk echter niet op een bepaalde vaste locatie plaats te vinden. Nederland leeft in het postindustriële tijdperk: de dienstensector domineert. Werknemers zitten veel achter de computer en aan de telefoon. Het aantal breedband-internetaansluitingen in Nederland behoort bovendien tot het hoogste in de wereld.

Deze factoren schreeuwen om een revolutionaire aanpak van onze manier van werken. Een strategie die voorgoed de files oplost, de kosten voor bedrijven verlaagt, de milieuvervuiling in grote mate reduceert en de burgers meer vrije tijd bezorgt.

Wat moet een nieuw kabinet doen om dat te bereiken? De overheid begint met het krachtig stimuleren van telewerken. Op gemeenteniveau worden kantoorgebouwen ingericht en beschikbaar gesteld aan bedrijven met potentiële telewerkers, die in die gemeenten wonen. De overheid verlaagt de belastingen voor bedrijven die gebruikmaken van de telewerkkantoren. Tevens verhoogt de overheid de belastingen voor bedrijven die geen gebruikmaken van de telewerklocatie, terwijl dat – op basis van het percentage potentiële telewerkers – gerechtvaardigd zou zijn. De begroting die nu jaarlijks wordt aangewend voor uitbreiding van snelwegen wordt voortaan gebruikt voor stimulering van telewerken op grote schaal.

Neem een verzekeringsmaatschappij gevestigd in Amsterdam. In de gemeente Rotterdam wonen bijvoorbeeld zestien potentiële telewerkers. De verzekeringsmaatschappij huurt voor hen kantoorruimte in Rotterdam. Deze ruimte is voorzien van uitgebreide telewerkfaciliteiten: snelle en veilige netwerkaansluitingen met het hoofdkantoor, videocamera’s in elk vertrek waardoor medewerkers in andere locaties – hoofdkantoor en andere telewerklocaties – kunnen zien waar de collega’s zijn en wat ze aan het doen zijn. Deze werknemers hoeven niet meer elke dag in de file naar Amsterdam te staan. Zij gaan per fiets, tram of auto naar de kantoorruimte om de hoek. De werknemers hebben nu veel meer vrije tijd dan voorheen – minder stress ook. Af en toe, bijvoorbeeld één keer per week, zullen sommige werknemers wel naar het hoofdkantoor reizen voor team building.

In de buurt van de kantoorgebouwen waar bedrijven kantoorruimte huren, ontstaan op den duur crèchefaciliteiten voor werknemers met kinderen. Vaders en moeders hebben zo hun kinderen in de crèche op loopafstand van hun werk. Dat scheelt weer in tijd en brandstofkosten. Andere weggebruikers – werknemers die door de aard van hun werk wel naar hun werk moeten rijden – hebben zelf minder last van files omdat half Nederland nu in de buurt van zijn woonomgeving werkt.

Vanzelfsprekend zullen diverse belangengroepen zich verzetten tegen het oplossen van files via grootschalig telewerken. Er zullen significant minder lease-auto’s en brandstof worden verkocht en geen extra snelwegen gebouwd hoeven te worden. Andere belangengroepen zullen het plan wel toejuichen. Denk aan de IT-, telecom- en onroerend goedsectoren.

Per saldo zal Nederland beter worden van telewerken. De CO2-uitstoot wordt drastisch verlaagd. Vermoedelijk zal de expertise, verkregen door het verwezenlijken van zo’n plan, net zo’n exportproduct worden als de huidige expertise op het gebied van deltawerken. Geheel in lijn met de durf-anders-te-denken-aanpak die door de voormalige president van de Verenigde Staten Bill Clinton tijdens zijn recente bezoek aan Nederland werd bepleit.

Miguel Oliviera werkt bij ISC, softwareontwikkelaar voor onder andere de politie, en woont anderhalf uur reizen van zijn werk vandaan.