Russische actie toont belang Europees energieplan

De Europese Commissie presenteerde vandaag een ambitieus energieplan. De kunst zal zijn om bij de lidstaten voldoende steun te verwerven voor de voorgestelde maatregelen.

Europa gaat het nog een keer proberen. Van een gemeenschappelijk energiebeleid is al jaren sprake. Maar er kwam tot nu toe weinig van terecht. Vandaag presenteerde de Europese Commissie, het dagelijks bestuur van de EU, een nieuw energieplan. Het gaat over vrijwel alles.

José Manuel Barroso, de Portugese voorzitter van de Europese Commissie, presenteerde het plan vanmiddag zelf. Hij heeft er nooit moeite mee om grote woorden te gebruiken. Maar voor deze gelegenheid was gezocht naar nieuwe superlatieven. Wat Europa nodig heeft, denkt de commissie, is niets minder dan een ‘nieuwe industriële revolutie’.

Het probleem is duidelijk. Europa is voor fossiele brandstoffen afhankelijk van andere landen, met niet altijd even betrouwbare machthebbers. En het wordt er niet beter op. In 2005 werd 57 procent van het EU-gas geïmporteerd. Als de huidige trends zich doorzetten is dat in 2030 84 procent. Olie-importen groeien in die periode van 82 naar 93 procent.

Europa, dat de afgelopen jaren werd geconfronteerd met scepsis onder burgers, zoekt een nieuwe missie. Energie is bij uitstek grensoverschrijdend. Net als milieu. En ook daar gaan de trends de verkeerde kant op. Als het huidige transport- en energiebeleid wordt voortgezet dan zal de uitstoot van CO2 in 2030 zijn toegenomen met 5 procent in de Europese Unie, terwijl landen juist willen dat die wordt verminderd.

Om de boodschap van Barroso te onderstrepen, bracht de Europese Commissie de afgelopen dagen al enkele ‘nieuwsfeiten’ naar buiten. Er verscheen een rapport over klimaatverandering. Daarin werd voorspeld dat de Noordzee, door de opwarming van de aarde, straks de nieuwe Rivièra wordt. (En de huidige Rivièra wordt misschien te warm voor toeristen.) En er was een opinieonderzoek, waaruit bleek dat 60 procent van de Europese burgers vindt dat energiebeleid ‘een hoge prioriteit’ zou moeten hebben voor de EU.

Dit is in het belang van iedereen, denkt Barroso, dus waar wachten we op? Probleem is dat de ambitieuze doelstellingen alleen kunnen worden gehaald als er ook ambitieuze maatregelen op volgen. Daar schortte het soms aan.

De Europese Commissie constateert vandaag nog een keer dat er één Europese markt voor energie moet komen. Het idee is dat landen elkaar beter kunnen helpen als hun markten beter geïntegreerd zijn. Dat kan van pas komen wanneer Rusland, of een andere leverancier, een paar kranen dichtdraait. Maar sinds 2005 ís er in Europa al één gas- en elektriciteitsmarkt voor zakelijke gebruikers. Een Portugese fabrikant kan stroom afnemen van een Pools elektriciteitsbedrijf. In theorie. In de praktijk zijn er obstakels: langetermijncontracten, gebrekkige infrastructuur. Grote landen verzetten zich wanneer buitenlandse energiebedrijven actief willen worden binnen hun grenzen. Zie Frankrijk, dat vorig jaar de overname van een Frans bedrijf door een Italiaans verhinderde.

Landen hebben altijd moeite macht af te staan. Barroso was vanmiddag optimistisch. „Energiebeleid was ooit het centrale punt, aan het begin van de Europese samenwerking”, zei hij. „We moeten het nu opnieuw centraal stellen.”

De communicatiestrategen van de Europese Commissie hadden niet gepland dat ook door buitenstaanders deze week nog eens het belang van een gemeenschappelijk Europees energiebeleid zou worden benadrukt. Maandag legde Rusland de doorvoer van olie naar Europa via Wit-Rusland stil, wegens een conflict met dat land. „Niet acceptabel”, zei Barroso gisteren. Maar het hielp natuurlijk wel om het belang van zijn boodschap te onderstrepen.

De komende maanden zal Barroso proberen bij regeringen steun te krijgen voor zijn doelstellingen.

    • Jeroen van der Kris