Rekenen en voelen

De discussie over de populariteit van de euro leidt tot meer wantrouwen zolang de zogenaamde deskundigen gemakzuchtig en onzorgvuldig de euro blijven propageren. Zo schrijft Alexander Otgaar dat haters van de euro niet goed kunnen rekenen (nrc.next, 5 januari). In de periode na de invoering van de euro zijn de prijzen minder hard gestegen dan in de periode daarvoor, zo oreert hij.

Hoewel de bron van zijn cijfers niet helder is, lijkt dat wel te kloppen. Desondanks voelen veel mensen de pijn van de euro in hun portemonnee omdat de lonen na de invoering van de euro - met uitzondering van de topsalarissen - bij de prijsontwikkeling zijn achtergebleven. Bovendien zijn relatief zichtbare producten fors in prijs gestegen. Het door Otgaar genoemde patatje was bijvoorbeeld voor de invoering van de euro gemiddeld twee gulden en kost nu overal 1,50 à 2 euro. Met name de horeca heeft zichzelf bijna uit de markt geprezen. Het zou in deze `euro-discussie` verstandiger zijn om een reeks dagelijkse levensmiddelen en gebruiksartikelen op een rij te zetten met de prijzen van voor en na de invoering van de euro.

    • Willem van der Wiel Ijsselstein