Optieschandaal achtervolgt Apple-baas

Dezer dagen lijken een zegetocht voor Apple-topman Steve Jobs. Maar op de achtergrond speelt hij de hoofdrol in een steeds groter wordend optieschandaal.

Apple-voorman Steve Jobs wordt dezer dagen geroemd. Charismatisch zou hij zijn, een cultfiguur aan het hoofd van een beweging zelfs, een visionair. Jobs toont zich bescheiden: hij heeft twee jaar uitgekeken naar de bekendmaking van de iPhone en sliep de nacht ervoor nauwelijks. Zei hij.

Tijdens de twee uur durende toespraak wijdde Jobs echter geen enkel woord aan de kwestie die hem net zo veel schade kan berokkenen als de iPhone succes kan opleveren. Hij is ongewild blikvanger geworden van Amerika’s voortslepende optieschandaal.

Ruim tweehonderd bedrijven gaan dezer dagen na of ze ook aandelenopties geantedateerd hebben. De FBI en beurstoezichthouder SEC doen onderzoek naar 130 daarvan. Meer dan 65 bestuurders en huisjuristen verloren reeds hun baan.

Opties geven het recht om aandelen te kopen, tegen de prijs van het moment van uitgifte. Om die opbrengst te maximaliseren hebben honderden ondernemingen met terugwerkende kracht opties uitgereikt op dagen dat de aandelenkoers lager stond, zodat de aankoop daarvan goedkoper werd – en de opbrengst voor de werknemer groter. De praktijk die in de VS nu bekend is geworden als backdating is op zichzelf niet illegaal, zolang deze maar bekend wordt gemaakt aan de aandeelhouders.

Neem als voorbeeld een van de grootste toekenningen van opties ooit, van 12 januari 2000. De 40 miljoen opties waren voor Jobs zelf. Volgens een door teleurgestelde aandeelhouders is die datum verdacht. Het was exact het moment dat de koers het laagste punt van het kwartaal bereikte.

‘Het stille schandaal’ wordt de kwestie in de VS genoemd. Het merendeel van de bedrijven – een kwart komt uit Silicon Valley – is te klein om dagelijks de voorpagina’s en de gesprekken bij koffieautomaten te halen. Het tot de verbeelding sprekende Apple maakt door de ene na de andere onthulling echter inzichtelijk hoe opties sinds eind jaren negentig op grote schaal zijn toegekend.

Apple begint in juni 2006 intern onderzoek naar mogelijke overtredingen. Een commissie van wijze mannen wordt ingesteld met Apple-commissaris Jerome York, Google-topman Eric Schmidt en voormalig vicepresident Al Gore.

In juli geeft Apple aan dat de bedrijfsresultaten bijgesteld moeten worden door de optietoekenningen. De koers daalt met 9 procent.

In oktober maakt Apple bekend dat Jobs „op de hoogte was” van vijftien tussen 1997 en 2002 incorrect gedateerde opties. Jobs biedt excuses aan voor wat „totaal niet bij het karakter van Apple past”.

Vorige maand moet Apple opnieuw het deponeren van de bedrijfsresultaten uitstellen. De winstcijfers worden met 84 miljoen dollar (65 miljoen euro) bijgesteld, een fractie van de winst van 2 miljard dollar (1,54 miljard euro) van afgelopen jaar. Het blijkt niet om de eerder vermeldde 15 toekenningen te gaan, maar om 6.500 geantedateerde optiepakketten.

De beschadigingen van Jobs’ positie gaan door. De topman – die een jaarsalaris van 1 dollar ontvangt – kreeg naast de controversiële toekenning in 2000 nog een keer opties, ditmaal in 2001. De commissie maakt daarnaast bekend dat aan de SEC overhandigde documenten zijn vervalst. In deze documenten wordt gesproken over een vergadering waarin Jobs’ 7,5 miljoen opties door de raad van commissarissen goedgekeurd zou zijn. Die bijeenkomst heeft nooit plaatsgevonden. Het aandeel Apple daalt opnieuw met 6 procent.

Er volgt nog een bekentenis. Niet alleen was Jobs op de hoogte van de toekenningen van de geantedateerde opties, hij heeft persoonlijk de data waarop ze met terugwerkende kracht uitgereikt moesten worden „voorgesteld”.

Jobs heeft zijn opties nooit uitgeoefend, volgens Apple het bewijs dat hij niet van het antedateren wilde profiteren. In 2003 wisselde hij zijn opties wel in voor vijf miljoen aandelen. De aanspanners van 11 rechtszaken beweren juist dat dit het tegenovergestelde betekent: Jobs werd wél beter van de backdating .

    • Freek Staps