Martelaren staan klaar in Somalië

In de Somalische hoofdstad Mogadishu is de bevolking woedend over de inval van aartsvijand Ethiopië én over de luchtaanvallen door de Amerikanen. „Wacht maar, ze zijn nog niet van ons af.”

Op het jonge gezicht van Abdullahi Omar verschijnt een doodserieuze uitdrukking. „Wacht maar af”, waarschuwt hij, „de Amerikanen en Ethiopiërs zullen nog spijt krijgen van wat ze Somalië aandoen, ze zijn nog niet van ons af, de oorlog gaat door. Eén vinger kan het gezicht niet wassen, maar ik ben niet de enige islamitische strijder.”

De 18-jarige Omar is een aanhanger van de verdreven Unie van Islamitische Rechtbanken (ICU), een verbond van radicale islamieten dat zes maanden lang de Somalische hoofdstad Mogadishu en grote delen van Zuid- en Midden-Somalië in zijn macht had.

Omar vocht „voor mijn land en mijn geloof en tegen de duivel Bush en de door luizen geïnfecteerde Ethiopische premier Meles Zenawi”. De ferme taal die uit zijn mond rolt, past niet bij zijn speelse voorkomen. „Duizenden van onze aanhangers verbergen zich in Mogadishu, klaar voor de strijd.” Klaar ook om als martelaar naar de hemel te vertrekken, waar „ik het voetbal op de televisie zal missen”.

Acht maanden geleden begon hij een militaire training. „Eerst twee maanden in Somalië en toen twee maanden in Eritrea, waar zowel Eritrese als Somalische instructeurs ons opleidden.”

Op Kerstnacht lag Omar met zijn geweer bij Baidoa onder de struiken, in afwachting van een aanval door Ethiopische troepen. „Onze leiders zeiden niet te willen vechten tegen de Ethiopische overmacht. De Ethiopiërs vielen ons aan en we verdedigden ons. We beschikten over slechts één tank en wat ander geschut.”

Hij trekt zijn shirt uit en laat trots de verwondingen zien van granaatscherven op zijn rug en schouder. „Ik betreur het dat mijn makkers me moesten achterlaten, ik had met ze willen meetrekken naar het zuidoosten van het land.”

Hij klinkt onwezenlijk, alsof iemand anders met zijn mond spreekt. De islamitisch-fundamentalistische machthebbers verboden niet alleen voetbal op de televisie maar ook de milde volksdrug qat. Een jongen van 18 jaar kan toch niet voor een dergelijk verbod zijn? „Voetbal is prachtig, maar de televisie vertoonde tussen de wedstrijden door advertenties met naakte vrouwen. En qat is slecht voor een gezin. Wist je dat soldaten van de Ethiopische invasiemacht in de straten van Mogadishu niet kunnen afblijven van de borsten van Somalische vrouwen?”

Omar geeft uitdrukking aan de woede onder de bewoners over de invasie door hun traditionele aartsvijand Ethiopië en over de Amerikaanse bombardementen, maandag, in het zuidoosten. Maar Omars woede wekt verwarring.

Somalië ‘De krijgsheren mogen nooit meer terugkeren’

Omar lijkt een hersenspoeling te hebben ondergaan, bereid zich op te offeren door zich op te blazen bij een Ethiopische kazerne of tank.

Al enkele malen vonden de afgelopen dagen dergelijke vormen van verzet plaats in en buiten Mogadishu waarbij eenlingen aanvallen doen op Ethiopische doelen. Gisteravond en vanochtend werd er kortstondig maar hevig geschoten in het stadscentrum. Omar houdt zich schuil tussen de marktstalletjes in de hoofdstad, een labyrint waarin de Ethiopische soldaten zich niet wagen.

Enkele gigantische vuilnishopen en kapot geschoten buurten verder woont de 66-jarige clanleider Hassan Elmi Mohamed. Hij schudt zijn hoofd. „De jeugd is vernietigd in vijftien jaar burgeroorlog, jongeren willen niet meer werken, met een geweer gaan ze het leven door. Als het leven ooit weer normaal voor ons wordt, zullen de jongeren zich schamen over wat er nu in ons land gebeurt.”

Hassan laat zijn vrouw een glaasje limonade brengen. Ze schudt me de hand. Dat wekt verbazing in een land waarover de fundamentalisten een sluier van rigide islam probeerden te leggen en waar „ongelovige buitenlanders” en vrouwen geen hand krijgen. „We waren aanvankelijk trots op de islamitische rechtbanken. Ze brachten veiligheid, voor het eerst in vijftien jaar konden we weer overal vrij lopen.”

De milities van de ICU verdreven vorig jaar na vijf maanden hevige strijd een door Amerika en Ethiopië gesteunde coalitie van parasiterende krijgsheren in Mogadishu. „De Unie was sneller dan de wind. Ze beloofden de orde te herstellen om vervolgens de interim-regering in Baidoa naar de hoofdstad te halen. Maar de fundamentalisten bedrogen ons, want ze grepen razendsnel wel degelijk de politieke macht en begonnen hun vorm van geloof af te dwingen. Zo verspeelden ze snel hun populariteit.”

Hassan verklaart de opkomst van de extreme vorm van islam door de migratie van Somaliërs naar Saoedi-Arabië en later naar Afghanistan. „Somalië kent al eeuwen één vorm van religie, maar door jongeren die terugkwamen uit het buitenland kregen we er een andere stroming bij.”

Hij vertelt hoe ieder jaar de soefi-sektes clanvoorvaderen vereren door een kameel te slachten. „De radicale jongeren van de ICU verboden onze ceremonie, ze pakten de geslachte kameel af en gooiden die in de zee. Dat soort intolerantie is ons Somaliërs vreemd.”

Hassan hoort op de radio over Amerikaanse bombardementen in zijn land. „Als ze de terroristen van de ICU vermoorden, krijgen ze mijn zegen”, reageert hij gelaten.

De krijgshaftige taal van Omar noemt hij grootspraak van een door de verziekte samenleving ontspoorde jongen. „De grootste ramp die Somalië ooit trof, was de komst van de krijgsheren vijftien jaar geleden. Zij ronselden de jeugd, zij hebben Somalië vernietigd. Als er geen krijgsheren waren geweest, had de ICU geen kans gemaakt. Geef de jeugd een baan en laat de nieuwe regering met de clanleiders overleggen, dan komt alles weer goed.”

Hij stelt één voorwaarde wil de kans op vrede slagen: de krijgsheren mogen nooit meer terugkeren in de straten van Mogadishu. „We zullen ze stenigen als ze nog één stap in onze buurten zetten.”