Jamies demonen wonnen toen hij naar Irak moest

De Amerikaanse president Bush wil meer troepen naar Irak sturen. Scherpschutter Jamie Dean, die eerder diende in Afghanistan, werd opgeroepen maar verloor zichzelf. Hij werd gedood door de politie.

De belegering op Dusty Lane. Nadat Dean op een surveillancewagen had geschoten, beschouwde de sheriff (links) hem niet meer als een wanhopige veteraan, maar als verdachte van poging tot doodslag. Foto’s Anna Bedford, Joshua Davis/The Bay Net

Hollywood, 10 jan. - Een houten huis aan een onverhard weggetje, Dusty Lane. Hier, aan de rand van het dorpje Hollywood in Maryland, omgeven door ruige bomen en lege akkers, voltrok zich Tweede Kerstdag een modern Amerikaans oorlogsdrama.

Sergeant Jamie E. Dean (29), een scherpschutter van het leger, werd doodgeschoten door de politie. Kort ervoor had hij te horen gekregen dat hij terug moest naar het front, vermoedelijk Irak. Hij wilde niet. Hij ging door het lint.

Nu, bijna twee weken later, zijn de ramen en de deur van het huis nog altijd met hardboard afgetimmerd. De voorgevel zit nog vol kogelgaten. Op de veranda wiegen lege schommelstoelen mee op het ritme van de wind, die bij het vallen van de avond stevig opsteekt.

Een jonge vrouw komt in een zwarte SUV aanrijden. Ze stapt uit en steekt schichtig een mentholsigaret op. Ze praat liever niet. Het is te droevig, zegt ze, en dat zal ze later in het gesprek vaak herhalen. Het is te droevig.

Ze is Muriel Bottorf Dean, de weduwe van Jamie Dean. Vier maanden eerder, augustus 2006, was ze met hem getrouwd. Het was een spetterend feest, vertelt ze, in The Elks Lodge, een feestzaal een dorpje verderop. Op hun huwelijkskaart – roze met geel – lachte hij minder uitbundig dan zij. Hij was, zegt ze, een kwetsbare jongen. „De melancholie stond in zijn ogen.”

Ze had hem zomer 2005 ontmoet, een paar maanden nadat hij depressief terugkeerde van zijn eerste buitenlandse missie. Ze viel voor zijn gulle lach, zijn rust en mildheid, zijn populariteit bij andere mannen. Hij was scherpschutter, hij had een passie voor jagen.

En hij wist dat hij niet de slimste was, zegt ze achteloos. Als hij iets te ingewikkeld vond zei hij steevast: „Honey, you are the brains of this operation.”

Verwarmingsmonteur was hij toen hij in 2001, gemotiveerd door ‘11 september’, besloot reservist bij de landmacht te worden. Drie jaar later ging hij naar Afghanistan. Hij leidde een kleine eenheid in de frontlinie. Na een jaar keerde hij rijk gedecoreerd terug.

Hij was veranderd. Volgens vrienden was hij nog steeds een goeierd, maar ook een jongen met grillen. Hij dronk. Hij zat in therapie. Hij gebruikte antidepressiva. Hij schoor zijn hoofd kaal. De dokter zei dat hij een posttraumatisch stresssyndroom had.

Nooit heeft hij zijn vrouw kunnen uitleggen wat er in de oorlog was voorgevallen. „Hij zei alleen: de demonen zijn er weer.” Dan was hij onberekenbaar – soms huilerig en wanhopig, soms agressief, dan weer uitbundig. Als het zover was zorgde ze dat haar kinderen (een zoon en dochter uit een eerder huwelijk) zo snel mogelijk uit de buurt kwamen.

Zelf was hij achteraf altijd vol gêne. Als hij het goed wilde maken belde hij haar mobieltje en zong hij zachtjes ‘Twinkle twinkle little star’. Nooit verloor ze het vertrouwen in hem, zegt ze. De buien namen in frequentie en hevigheid af. „Ik wist: dit is een goeie kerel, ooit zal hij er bovenop komen.”

Ze had zich wel zorgen gemaakt toen hij vorig najaar ineens was opgehouden met therapie. Ze vroeg het bureau voor Veteranenzaken om bemiddeling: konden zij hem niet overtuigen dat hij naar de psycholoog moest blijven gaan? Het hielp niet. Ook probeerde ze hem bij de landmacht te registreren als arbeidsongeschikt, wegens zijn depressies – maar de stapel formulieren die hij opgestuurd kreeg was te ingewikkeld voor gewone mensen, zegt ze.

Toen viel in december een andere brief van het leger op de deurmat. Op 14 januari moest hij zich melden in Georgia, op Fort Benning. Er stond niet in naar welk front hij zou gaan. Dat staat nooit in zulke brieven. Dat horen Amerikaanse soldaten pas als ze zich hebben gemeld. Maar overal verschenen berichten dat president George W. Bush van plan was in januari extra troepen naar de impopulaire oorlog Irak te sturen – en Jamie Dean wist genoeg: ze wilden hem naar Irak hebben.

Ze trekt woest aan haar sigaret. Ze vertelt dat de demonen daarna zijn hoofd niet meer wilden verlaten. Wat hij ook probeerde. Zijn baas, Tony Bowes, gaf hem betaald verlof vanaf 22 december, zodat hij zich kon prepareren. Bowes zag dat hij het moeilijk had maar was er niet door verrast. „Wie vindt het nou leuk in Irak?”

Thuis volgden dagen van onpeilbare spanning. Zijn verjaardag, 23 december werd hij 29 jaar, was vol met wanhoop. Volgens zijn weduwe zei hij dingen als: Ik kan het niet meer. Jullie weten niet hoe het is. Ik kom terug in een lijkzak.

Eerste Kerstdag, na het kerstdiner bij oma, ging hij een fles wijn kopen in het dorp, waarna zijn vrouw hem uren later in een lokale bar traceerde. Thuis ramde hij een muurschildering aan diggelen. Hij wilde zijn huis in brand steken, zegt ze. Ze moest de gasfles en de aanstekers voor hem verstoppen. Toen hij wegreed dacht ze: „Over een paar uur zingt hij Twinkle twinkle little star in mijn oor.”

Zo belandde Jamie Dean 25 december, ’s avonds tien uur, op Dusty Lane in het huis van zijn vader, die naar een feestje was. Hij belde zijn oma en zus, hij vertelde ze dat hij dood wilde. De zus schakelde de politie in. Ze wees erop dat hij een onderscheiden scherpschutter was, en zwaar bewapend.

De politie legde telefonisch contact maar, verklaarde de lokale sheriff later, slaagde er niet in hem tot rede te brengen. Hij schoot driemaal op een surveillancewagen. In één zat een justitieambtenaar. Vanaf dat moment keerden zijn kwaliteiten als scherpschutter zich tegen hem: een colonne van politieauto’s, brandweerwagens en militaire voertuigen spoedde zich naar Dusty Lane.

De politie, zei de sheriff, beschouwde hem niet langer als een wanhopige veteraan maar als een verdachte van poging tot doodslag, die gearresteerd moest worden. Een regen traangasgranaten werd op het huis afgevuurd. Als een frontsoldaat pareerde Dean de aanval. Hij verschool zich pal achter het huis, waar de politie hem niet in het vizier kon krijgen.

Na een belegering van veertien uur, midden op Tweede Kerstdag, stuurde de politie twee zware chemische wagens met traangas naar de voor- en achterkant van het huis. Jamie Dean maakte aanstalten het huis te verlaten en leek alweer het vuur op de politie te openen. Op dat moment, zei de sheriff, trof een scherpschutter van de politie hem met één kogel in de borst. Dood.

Justitie onderzoekt op verzoek van de familie of de politie correct is opgetreden.

Vorige week dinsdag, 2 januari, werd Jamie Dean begraven op een kerkhof bij Hollywood. Een teraardebestelling in Arlington, het nationale oorlogskerkhof anderhalf uur van zijn woonplaats, was uitgesloten. De familie had geen behoefte altijd aan de oorlog herinnerd te worden, zegt een oom van Jamie Dean.

Zijn weduwe schreef hem afgelopen weekeinde in een condoleanceregister op internet: „Ik denk dat God je nodig had. Daarom heeft hij je mee naar zijn huis genomen.”

    • Tom-Jan Meeus