‘Islam wordt misbruikt om misstanden te verklaren’

De Marokkaans-Amerikaanse auteur Laila Lalami is gast op het festival Winternachten. „Amerikaanse literatuur beschrijft maar een miniem deel van de werkelijkheid.”

Laila Lalami (Foto Johannes van Assem) foto Johannes van Assem den haag, 09-01-20047 Schrijfster Laila Lanami Assem, Johannes van

Harraga noemen Laila Lalami’s personages elkaar, en dat betekent zoveel als ‘branders’. De vier Marokkanen die in haar debuut Hoop en andere gevaarlijke verlangens per rubberboot illegaal naar Spanje oversteken, branden van verlangen iets van hun leven te maken. En dat, weten ingenieur Aziz, fundamentaliste Facen, mishandelde moeder Halima en dromer Murad, kan alleen in Europa. „Marokko heeft een lange geschiedenis van migratie”, zegt Laila Lalami (1970) in een hotellobby in Den Haag, „en een enorme werkloosheid. Bij elkaar geteld levert dat een enorm verlangen naar een beter leven elders.”

Lalami werd geboren in Rabat, studeerde in de VS en bleef daar. Ze schreef Hoop en andere gevaarlijke verlangens, (Uitgeverij Sirene) in het Engels. Het realisme in haar boek, plus het feit dat Lalami in opiniestukken geen blad voor de mond neemt, maken haar tot een ideale gast voor het literaire festival Winternachten dat vanavond begint. In het Amerikaanse blad The Nation bekritiseerde ze Ayaan Hirsi Ali – zij zou alle moslimvrouwen over één kam scheren en de oorzaak van hun achterstelling uitsluitend in de islam zoeken, niet in onderontwikkeling. Ook schreef Lalami een fel stuk over literatuur na 9/11; romans als Ian McEwans Saturday en Jonathan Safran Foers Extremely Loud and Incredibly Close hebben volgens haar een elitair standpunt. Ze vroeg zich af waar de John Steinbecks van deze tijd waren, en waarom er niet over armoede geschreven wordt. „Er zijn geen personages meer die hun huur niet kunnen betalen, maar wel heel veel Amerikanen die dat niet kunnen.”

„Van mij hoeft literatuur natuurlijk niets”, zegt ze in Den Haag. „Maar het is wel vreemd als Amerikaanse literatuur pretendeert realistisch te zijn en vervolgens maar een miniem deel van de werkelijkheid beschrijft.”

Lalami’s eigen boek is even eenvoudig als doeltreffend; in negen verhalen beschrijft ze de overtocht van Marokko naar Spanje, wat eraan voorafging en wat erop volgt. Zo lezen we over het grillige migrantenlot. We leren dat wie het maakt in Europa – wie dus met een ingenieursdiploma als hulpkelner werkt – na vijf jaar nergens meer thuis is. En dat er voor dromers overal hoop is.

U eindigt uw boek positief; Murad besluit schrijver te worden. Is dat realistisch?

„Je moet die wending zien als een interventie van de schrijfster. Jongens als Murad, die in Spanje opgepakt zijn en teruggestuurd, voelen zich vaak erg mislukt. Ik wilde laten zien dat ze wel degelijk iets in zich hebben.”

Het opmerkelijkst is het verhaal van Facen, de opportuniste die van fundamentaliste hoer wordt. Extremisme biedt haar een tijdelijke ontsnapping, geen levensovertuiging.

„Het is een toevlucht voor iemand die zich verworpen voelt. In Marokko werd een paar jaar geleden een tweeling opgepakt die overdag streng gesluierd was en ’s nachts tippelde. Fundamentalisme is een uitweg voor mensen die uitgestoten zijn en zich ook zo voelen.”

Ook in uw artikelen lijkt u de lezer steeds weg te sturen van religie als verklaring, in de richting van onderontwikkeling.

„Ik hoop althans dat ik dat doe. Ik vind het een schande dat de islam wordt misbruikt om de meest uiteenlopende maatschappelijke misstanden te verklaren. In Saoedie-Arabië mogen vrouwen bijvoorbeeld niet eens autorijden, maar zijn ze wel geletterd. In Marokko hebben vrouwen meer vrijheid, maar zijn ze grotendeels analfabeet. Wat hebben die twee groepen met elkaar te maken? Religie is een deel van het probleem, maar de reductie van alles tot religie doet meer kwaad dan goed.”

Vrijdagavond is er op Winternachten een openbaar interview met Laila Lalami door Abdelkader Benali