‘In het heetst van de strijd denk ik nergens aan’

Spanning tot de laatste minuut met baanrenner Danny Stam in Ahoy in een hoofdrol. Alsof de Nederlandse zesdaagserenner aan een gewoon seizoen bezig is. „Als je alles in je hoofd maar goed op een rijtje hebt.”

Danny Stam tijdens de dernykoers achter zijn vader en gangmaker Cees, meervoudig wereldkampioen stayeren in de jaren zeventig. Tussendoor neemt Stam rust in zijn cabine langs de baan. Bij de koppelkoers op de slotavond in Ahoy lost hij de Italiaan Marco Villa af. Foto’s Bas Czerwinski 09-01-2007, ROTTERDAM. STAM RUST EN PRAAT MET COLLEGA'S TIJDENS DE 6-DAAGSE VAN ROTTERDAM. FOTO BAS CZERWINSKI Czerwinski, Bas

Erik van der Walle

Nee, verbaasd is renner Danny Stam niet dat hij weer met de besten meedoet tijdens de Zesdaagse in Rotterdam. „Conditioneel sta ik er goed voor, want de voorbereiding was prima. Als je alles in je hoofd op een rijtje hebt, moet je gewoon goed kunnen rijden.”

Maar gewoon is dit seizoen voor de 34-jarige renner allerminst. Nog voordat het seizoenbegin was Stam al zijn vaste maatje Slippens kwijt. Die brak in september bij een wegwedstrijd tien ribben en zijn sleutelbeen. De vervanger van Stam, Peter Schep, meldde zich vlak voor de start in Rotterdam ziek af. „Ja, er is van meerdere kanten gesuggereerd dat hij de spanning bij zo’n thuiswedstrijd niet aankan. Maar die jongen is toch ook wereldkampioen [puntenkoers]? En met hem heb ik toch ook in Amsterdam [afgelopen najaar] gewonnen? Nee, daar geloof ik niet in.”

Als nieuwe stand-in wees wedstrijdleider Patrick Sercu Marco Villa (37) aan. „Heel eerlijk gezegd was het altijd een wens van mij om met Marco te rijden. Hij heeft 23 zesdaagsen gewonnen, dus hem hoef je echt niet te vertellen hoe hij moet aflossen. In die zin is hij een perfecte vervanger.”

Natuurlijk mist hij Slippens wel die hij door de jarenlange samenwerking als een broer is gaan beschouwen. „Maar je ziet dat het met zijn herstel goed gaat. Ik heb al weer twee keer voorzichtig met hem getraind en de laatste zesdaagse van het jaar, in Hasselt in februari, rijden we samen.”

Eind vorig jaar werd Stam voor een tweede keer met een valpartij geconfronteerd. De Spanjaard Isaac Galvez verloor tijdens de Zesdaagse van Gent het leven. Zijn dood is in Rotterdam niet vergeten, alleen al niet door de aanwezigheid van Galvez’ vaste maatje Joan Llaneras die met een trieste blik zijn rondjes rijdt.

„Zo’n dodelijke valpartij komt opeens wel heel dichtbij”, zegt Stam. „Gelukkig heb ik na Gent twee weken niet hoeven koersen, zodat het een beetje kon slijten. Na een valpartij zie je nu wel dat de schrik er goed in zit. Dan rijdt iedereen een half uurtje rustiger, maar in het heetst van de strijd denk ik eerlijk gezegd nergens aan.”

Volgens Stam heeft het ongeluk van Galvez er ook voor gezorgd dat renners die geen zicht meer hebben op de eindzege, niet meer voor elk punt knokken. Dat verklaart wellicht ook de grote verschillen in het algemeen klassement. Aan het begin van de finaledag stond het koppel op plaats vijf (Jens Mouris en Marc Hester) al op vijf ronden achterstand. Aart Vierhouten en Andreas Aeschbach (positie acht) hadden al vijftien ronden aan hun broek.

Een situatie waar organisator Frank Boelé niet echt gelukkig mee is. „De verschillen zijn inderdaad groot. Wat me ook opvalt is dat de jonge Nederlandse renners in vergelijking tot voorgaande jaren weinig progressie boeken. Het is wel weer een geluk dat drie ploegen het vanavond tot het laatst spannend houden.”

De spanning en met name de sfeer lokken het publiek. Ondanks het ongeluk met Galvez, ondanks het ontbreken van Slippens en Schep trok de zesdaagse dit jaar 36.713 toeschouwers. „Dat is 13 procent meer dan vorig jaar. Opmerkelijk, want in vergelijking met de voorgaande twee jaren kwam nu het minst sterke rennersveld aan de start”, zegt Boelé.

Plannen van andere steden om ook een zesdaagse te beginnen, neemt Boelé met een korrel zout. „Sinds we drie jaar geleden in Ahoy zijn begonnen, zijn er denk ik al tien steden bij mij langsgekomen. In Rotterdam is het evenement echt geworteld, maar de Amsterdammers bijvoorbeeld hebben de Zesdaagse nog niet in hun hart gesloten. En ook in Maastricht viel de opkomst tegen.”

Drie zesdaagsen lijkt wel het maximum voor Nederland, zeker omdat het publiek slechts drie helden heeft. Met Slippens, Stam en sprinter Theo Bos. En die helden willen goed rijden voor het eigen publiek. Bos won gisteren de sprintersfinale, terwijl Stam met Villa de eindzege net miste.

Een thuiswedstrijd geeft altijd extra druk, zegt Stam. Zoveel druk dat eerder deze maand de Zwitser Bruno Risi – volgens velen de beste renner van het circuit – bijna met de Nederlander op de vuist ging toen er in ‘zijn’ Zürich voor de prijzen gereden moest worden. „Er werd wat geduwd en gescholden. Ik reed steeds verdedigend aan zijn wiel en dat irriteerde hem. Hij heeft al lang zijn excuses aangeboden, dus dat speelt nu niet meer. Hij was erop gebrand om te winnen en ik herken dat gevoel wel.” Erop gebrand of niet, een uurtje later moest Stam genoegen nemen met een tweede plaats. Achter het Belgisch-Duitse koppel Iljo Keisse-Robert Bartko.

    • Erik van der Walle