Een hoorn vol onrust

De Hoorn van Afrika ontwikkelt zich steeds nadrukkelijker tot het slagveld van het begin van de 21ste eeuw. Hier komt veel ongunstigs bij elkaar: terreur, armoede, falend bestuur, anarchisme, etnische zuiveringen, sektarisch geweld en andere ideologische conflicten. Als het gebied ruim wordt genomen, is het een (potentiële) brandhaard die diverse staten omvat: Somalië, Ethiopië, Djibouti, Eritrea, Soedan, Oeganda, Kenia, Tanzania.

Niet al die landen zijn even instabiel. De gebeurtenissen in Somalië laten echter zien hoe groot het effect van politieke en maatschappelijke onrust in één land kan zijn op de hele regio. De luchtaanvallen die de Amerikanen gisteren en eergisteren uitvoerden op bases van islamitische militiestrijders in Zuid-Somalië, kunnen kortstondig stabiliserend werken. Maar de geschiedenis leert dat buitenlandse militaire interventies hier zelden langdurig productief zijn geweest.

Het laakbare van zulke acties is niet zozeer de ingreep zelf, als wel het feit dat deze niet wordt gedragen door een kansrijke strategie. De Amerikaanse Afrikadeskundigen Lyman en Morrison merkten alweer enige tijd geleden in het tijdschrift Foreign Affairs op dat de gebeurtenissen in deze explosieve regio het gebrek aan een coherente politiek voor Oost-Afrika blootleggen. Dat geldt zowel voor de Verenigde Staten als voor veel lidstaten van de Europese Unie, die weliswaar flink wat ontwikkelingsgeld naar het gebied sturen, maar er geen heldere geopolitieke visie op hebben. Het is ver weg, de ontwikkelingen zijn ondoorzichtig en de belangen onduidelijk.

Voor de Amerikanen ligt dit in zoverre anders dat zij meermaals op indringende wijze zijn geconfronteerd met uitbarstingen van geweld in Oost-Afrika. Bij terreuraanslagen in 1998 op de Amerikaanse ambassades in Nairobi en Dar-es-Salaam vielen honderden slachtoffers. Ook nog vers in het geheugen ligt de dramatische ‘Black Hawk Down’-episode, de militaire operatie van de VS en de VN in de Somalische hoofdstad Mogadishu in 1993, waarbij achttien Amerikaanse militairen omkwamen. Na deze rampzalig verlopen commandoactie trok toenmalig president Clinton de Amerikaanse troepen uit Somalië terug. Met de recente luchtaanvallen pakt president Bush militair de draad weer op. Of het een goed besluit is, moet nog blijken.

Het riskante van het Amerikaanse Somalië-beleid is dat dit stoelt op steun aan een zwakke interim-regering en bendeleiders (‘krijgsheren’) die het land aantoonbaar schade hebben berokkend. Het is een klassieke maar kortzichtige aanpak: de clanleiders zijn uitverkoren omdat ze vijanden zijn van de radicale moslims in het gebied. De recente Ethiopische invasie in Somalië is gesanctioneerd door Washington, maar ook deze ontbeert een groter plan. De regering van Ethiopië heeft gezegd dat haar militairen nog enkele weken in Somalië zullen blijven. Daarna zouden ze worden teruggetrokken, om plaats te maken voor een „internationale vredesmacht”.

Dit is luchtfietserij. Geen buitenlandse mogendheid stuurt zonder strategie troepen naar Somalië of de omliggende regio. Zodra de Ethiopiërs hun hielen lichten, komen de islamitische radicalen terug. Of de krijgsheren – maar van hen is eveneens weinig heil te verwachten. Gevraagd dus: een coherent plan voor de Hoorn van Afrika.