Een eind aan de angst voor de hangjongere

Veel mensen voelen zich onveilig op plekken waar jongeren rondhangen.

Met het project Hang Around proberen jongeren hun imago te verbeteren.

Hangjongeren in de Eindhovense wijk Bennekel. Voorovergebogen: Samir Azaoum. Foto Vincent van den Hoogen Eindhoven; Reunie van een aantal hangjongeren, rondom het project "Hang Around". Vlnr; Mohamed Azaoum, Gokhan Koc, Samir Azaoum en Ufuk Kurtulus. Helemaal links, half uit beeld, Mohammed Azaoum. Foto Vincent van den Hoogen. Hoogen, Vincent van den

In de Eindhovense wijk Bennekel stonden buurtbewoners en rondhangende jongeren jarenlang „op voet van oorlog”, zegt jongerenwerker Loek Vogels van Welzijn Eindhoven. „Zij waren helemaal over de rooie, wij waren helemaal over de rooie”, zegt Samir Azaoum (18). De jongeren gooiden stenen door het raam van een woning als de bewoner tv zat te kijken. Een bus kreeg een kei door de ruit. Er waren vernielingen en er werden brandjes gesticht. Een woedende bewoner kwam met pijl en boog naar buiten. Samir: „Het was in het begin wel vet, maar er moest een keer een einde aan komen. Anders waren er gewonden gevallen.”

Twee jaar geleden kwam Loek Vogels werken in de wijk, met vooral sociale woningbouw van na de oorlog. Hij is ‘interventiewerker’ – een speciaal opgeleide jongerenwerker in probleemwijken. Vogels wist de dertig Turkse en Marokkaanse hangjongeren, die zichzelf G-Oost noemen, enthousiast te maken voor het project Hang Around, een landelijke wedstrijd bedoeld om het imago van jongeren te verbeteren. G-Oost bedacht het evenement G-Oost Outside, met (kinder)activiteiten, eettentjes en Turkse, Marokkaanse en Nederlandstalige optredens. Er kwamen vierhonderd bezoekers. G-Oost won de wedstrijd. Dit jaar volgt de tweede editie van Hang Around.

„Hangjongeren hebben een imago van écht tuig, waar je bang voor moet zijn”, zegt Sylvia van Woudenberg van adviesbureau Stade, een van de organisatoren van Hang Around. „Maar de meesten zijn alleen op straat om elkaar te ontmoeten. Die kan je zonder problemen aanspreken.” Veel mensen voelen zich onveilig in de buurt van hangplekken, bleek vorig jaar uit de Veiligheidsmonitor van het Centraal Bureau voor de Statistiek. Het idee van Hang Around is dat de jongeren zich van „hun goede kant laten zien door iets voor hun buurt te doen, onder begeleiding”, zegt Van Woudenberg. „Eenmaal gelegde contacten zullen beklijven, want ze hebben elkaar leren kennen.”

Maar is dat wel zo? Volgens Micha de Winter, hoogleraar pedagogiek aan de Universiteit Utrecht, is deskundige hulp nodig, én een lange adem. „De jongeren zullen geregeld iets positiefs moeten doen. Eén keer een buurtactie is een mooi idee, maar het effect daarvan is snel verdwenen. Het is een grote fout om te denken dat de contacten wel zullen blijven als je één keer wat hebt georganiseerd.”

Sterker nog, volgens De Winter kunnen deze initiatieven zelfs schadelijk zijn. „Als er verwachtingen zijn gewekt bij jongeren en buurtbewoners maar er gebeurt daarna niets meer, dan wordt het wantrouwen alleen maar groter. Bewoners zien de jongeren weer staan en denken: hebben we daar zo ons best voor gedaan?”

Daarnaast, zegt De Winter, „vormen hangjongeren een veel ingewikkelder probleem dan even met wat subsidie iets leuks doen met elkaar. Er is vaak veel meer aan de hand.” Dan kan het gaan om probleemgezinnen, schooluitval, gebrek aan toezicht, instanties die langs elkaar heen werken. Volgens De Winter zijn er „honderdduizenden van dit soort sympathieke projecten voor hangjongeren. Bijna elke gemeente heeft zijn eigen hangjongeren, bijna elke gemeente verzint wel iets.”

In Bennekel is de situatie de laatste twee jaar niet meer zo geëscaleerd als vroeger, zegt voorzitter Marion van Beurden van het Buurtplatform Bennekel Belang, dat bewoners en organisaties in de wijk vertegenwoordigt. De sfeer is verbeterd. „Maar niet zo veel als we hadden verwacht. Er zijn weer incidenten geweest zoals het vernielen van lampen en het stichten van brandjes. Het is niet zo van: we hebben een feestje gehad en nu is alles goed. Dat is een illusie.”

Jongerenwerker Loek Vogels zegt dat de jongeren nu elke zes weken aan tafel zitten met de bewoners en politie. Ook helpen ze bij evenementen als Koninginnedag en Bevrijdingsdag. Van Beurden: „We proberen in gesprek te blijven met jongeren. Ze zijn nu weer bezig met het bedenken van een project voor zichzelf en de hele buurt. Wij ondersteunen en betalen dat.”

Een langdurige relatie aangaan is moeilijk, erkent ook Bram Rebergen, medeorganisator van Hang Around. „Ook omdat deze groepjes vaak een groot verloop kennen. Je hebt steeds weer met nieuwe groepjes te maken.” In Bennekel dreigde onlangs een nieuwe groep 13- en 14-jarigen voor problemen te gaan zorgen. „Het ging om een nog veel grotere groep dan G-Oost”, zegt Loek Vogels. „Maar dat probleem is de kop ingedrukt. De oudere hangjongeren hebben hen aangesproken.” En dat heeft effect, zegt Samir Azaoum. „Ze gaan nu gewoon in gesprek met de buurtbewoners.”

    • Oscar Vermeer