De vergeten schaatscompetitie

In de jaren twintig en dertig van de vorige eeuw kenden communisten en arbeiders hun eigen schaatskampioenschappen. De beste Noren en Russen uit die tijd komen niet voor in de officiële sporthistorie.

Feest in het stadion Daelenengen van Oslo tijdens het 10-jarig jubileum van de Noorse arbeiderssportbond. Foto Archief Noorse arbeidersbeweging Idrettsfest på Dæhlenga 1934. Markering av AIFs 10-års jubileum. n-r923 Archief Noorse arbeidersbeweging

Oslo februari 1935: in Bislett schaatsen communisten en arbeiders aangesloten bij de vakbonden hun eigen wereldkampioenschap. Hemelsbreed slechts 800 meter verderop, in Frogner, is het officiële WK. Het zijn beladen wedstrijden, omdat twee schaatsers uit nazi-Duitsland meerijden in Frogner. Dat zint de Noorse arbeiders niet. Er is hun alles aan gelegen om het WK in Frogner te overtroeven. Dat lukt, want op drie van de vier afstanden rijden de arbeiders sneller dan de schaatsers die officieel als kampioen in de boeken komen. Maar de beste Noorse en Russische schaatsers van het interbellum blijven verborgen in de sporthistorie.

In 1924 hadden de Russen besloten om niet meer mee te doen aan de officiële EK’s en WK’s. Dertig jaar lang lieten de communisten alle toernooien van de Internationale Schaatsunie en het IOC links liggen. En zij niet alleen. Ook veel arbeiders, aangesloten bij de Scandinavische vakbonden, schaatsten in eigen verenigingen. Vooral in Noorwegen, waar het schaatsen volkssport nummer 1 was. Noorse arbeiders waren aangesloten bij het verbond van arbeiderssporten: de Arbeideners Idrettsforbund, kortweg AIF. Deze sociaaldemocratische sportbond bleef tegen de zin van de gevestigde bonden contacten onderhouden met ‘het nieuwe Rusland’.

Sporten in vakbondsverband was populair in Noorwegen. De eerste schaatsvereniging voor arbeiders – de befaamde Arbeidernes Skøiteklub (ASK) – werd in Oslo opgericht in 1924 Daarna volgen meer Noorse steden met arbeidersschaatsclubs zoals Reidulf, Falken (juniorlid: Hjalmar Andersen), Grafia, Spero en niet te vergeten de Kellnernes IK. De ASK bestaat nog. Het is een openbare schaatsvereniging, waar de leden niets meer weten van de gloriedagen van hun vereniging in de jaren twintig en dertig en de harde strijd van de Noorse arbeiders Engnestangen en Evensen tegen de Russische toppers Melnikov, Kalinin en Marasjev.

Veel arbeiders wilden in de jaren twintig niet meer deelnemen aan de in hun ogen elitaire schaatswedstrijden. In Nederland voerde metselaar Siem Heiden een klassenstrijd tegen de elite van de schaatsbond. Op de winterspelen van 1928 St. Moritz slaapt het KNSB-bestuur in luxe hotelkamers, terwijl schaatsers Heiden en Kos een leegstaande badkamer moeten omtoveren in een slaapkamer. Geen wonder dat Heiden de bondsvoorzitter ooit ‘staatsvijand nr. 1’ noemde.

In Noorwegen ging het niet alleen om weerzin tegen elitaire sportbonden. In de ogen van arbeiders was ‘kapitalistische’ sport oorlog, fysiek uitgevochten op een klein speelveld met de wapens van het spel. Sport moest juist bijdragen aan verbroedering. Solidariteit werd het leidende principe. Sport deed je samen met kameraden, competitie werd (officieel) bijzaak. Geen heldenverering, medailles, nationalistisch vlagvertoon, of volksliederen. In stadions wapperden rode vlaggen en klonk de Internationale.

De Sovjets en de Scandinavische arbeiders organiseren vanaf 1925 hun eigen internationale schaatscompetitie, los van de Internationale Schaatsunie (ISU). Het is van meet af aan een volwaardige competitie, die kan wedijveren met alle ‘officiële’ toernooien. Op de WK van de arbeiders in 1927 werd aanmerkelijk sneller geschaatst dan op EK en WK die geboekstaafd staan in de sportgeschiedenis. Het waren de topjaren van Yakov Melnikov. De Moskoviet was in de tweede helft van de jaren twintig de beste schaatser van de wereld. Maar Melnikov reed in een vergeten competitie.

De scheiding tussen arbeiders en ISU wordt scherper als begin jaren dertig de donkere wolken van het nationaal-socialisme zich samenpakken boven centraal Europa, en de vakbonden in Duitsland en Oostenrijk worden ontbonden. De Noorse topschaatser Hakon Pedersen sluit zich aan bij de AIF. Nog belangrijker: Olympisch kampioen en regerend wereldkampioen Bernt Evensen stapt in 1935 over, enkele dagen voordat hij zijn wereldtitel moet verdedigen! Had hij zijn verstand verloren, besefte hij niet dat hij voorgoed zou verdwijnen uit de sportgeschiedenis?

Evensen was het seizoen nog wel begonnen in de bourgeois competitie. Hij werd Noors kampioen en tweede op het EK. Maar Evensen was ook een sociaaldemocraat in hart en nieren, en groeide op in een echte arbeiderswijk in Oslo, Grünerløkka. In zijn omgeving bestond een enorme weerstand tegen de komst van schaatsers uit Oostenrijk en Duitsland naar het officiële WK. En in deze grimmige dagen organiseren de arbeiders en de communisten een alternatief WK in Bislett, uiteraard op het moment dat de ISU-schaatsers in Frogner het WK rijden. De arbeiders willen ze een lesje leren.

In de week voor de toernooien valt een ijzige stilte over Noorwegen. Niemand durft te spreken of schrijven over wat komen gaat. De overheid en de ISU vrezen voor rellen door de deelname van vooral de Duitsers. Het komt ze dus goed uit dat de arbeiders hun eigen wedstrijd rijden in Bislett. Om onlusten te voorkomen, mag ín Frogner de vlag met het hakenkruis niet wapperen.

Voor de arbeiders is de deelname van Duitsers en Oostenrijkers al provocerend genoeg. In Bislett alleen vakbondsleden, rode vlaggen en de Internationale, die door 12.000 toeschouwers wordt meegezongen. Het zijn niet alleen twee kampioenschappen waarin beide kampen de beste willen zijn, het is ook een morele en politieke strijd die fysiek wordt uitgevochten op het ijs op 16 en 17 februari 1935: Bislett tegen Frogner.

De twee ijsbanen liggen zo dichtbij elkaar, dat je het gejuich over en weer kan horen. De speaker in Bislett zweept het publiek op, zeker als blijkt dat de arbeiders onder dezelfde omstandigheden – het vriest dat het kraakt – sneller rijden dan de ‘bourgeoisie’. Op de 500 meter komt de ‘nieuwe arbeider’ Evensen tot een nieuw vakbondsrecord van 43,3. Voor het publiek is belangrijker dat ze Haraldsen in Frogner verslaan met 0,3 seconden: 1-0 voor Bislett!

Nadat Frogner op de vijf kilometer 1-1 heeft gemaakt (Michael Staksrud), is de zondag geheel voor Bislett. In Frogner rijdt de oude titaan Ivar Ballangrud een uitstekende 1500 meter. Maar Melnikov, de rode duivel, duikt er in Bislett nog eens 0,4 seconden onder! Als hij op de tien kilometer de tijd van Staksrud met twee seconden verbetert, viert Bislett feest: 3-1 voor de arbeiders! Melnikov en Evensen zijn de helden. Melnikov wint drie afstanden en is daarmee volgens de internationale regels wereldkampioen. Evensen is de beste allrounder. Tot op de dag van vandaag strijden de Noren en Russen over de kampioen van dit hoogtepunt in de arbeiders sportgeschiedenis.

De Tweede Wereldoorlog maakte een eind aan alle internationale competitie. Voor de arbeiderscompetitie was het einde definitief. In Noorwegen verdween de verborgen competitie uit beeld, al werd in 1999 de 75ste geboortedag van de IAF nog wel herdacht. De Russische schaatsers schreven zich vanaf 1953 weer in voor het WK van de ISU. Zorgvuldig voorbereid door Stalin, die de wereld wilde tonen dat het communisme wel degelijk veel te bieden had. De Russen kwamen, zagen en overwonnen.

    • Max Dohle