De angst voor vogelgriep is weg, de ziekte niet

De vrees voor het H5N1-virus lijkt verdwenen.

Volgens wetenschappers is de dreiging er nog steeds.

Als Nyoman Kandun, directeur-generaal infectieziekten van Indonesië de krant haalt, is er meestal vogelgriepnieuws. Dat was vorig jaar regelmatig zo, en gisterochtend was hij er weer. Hij maakte de tweede vogelgrieppatiënt van 2007 bekend. Dit keer was het een 37-jarige vrouw uit het westen van Java, die nu in Jakarta in het ziekenhuis ligt. Het afgelopen weekend werd ook al een jongen van veertien ziek.

De vogelgriep is niet weg. Al kan iemand die afgaat op de stilte na de storm die vorige lente over Nederland trok, denken van wel. Een jaar geleden rond deze tijd, lagen veel Roemeense kippen dood op het erf. Aan het begin van 2006 waren al op meer dan dertig boerderijen uitbraken gemeld, en in de weken na de jaarwisseling rukte het agressieve virus H5N1 verder westwaarts op.

In maart waren ‘durf ik nog wel naar Turkije’ en ‘zal ik virusremmers kopen op internet’ gebruikelijke gespreksonderwerpen. Op enkele grote West-Europese pluimveehouderijen werden alle kalkoenen en kippen afgemaakt. Daarnaast telde de EU zo’n 750 aan vogelgriep bezweken wilde vogels, vooral op het Duitse eiland Rügen. Maar eind mei was de griep, op een enkele besmette vogel na, weer verdwenen. Mogelijk ging het in Europa om een eenmalige golf, veroorzaakt door vogels die wegtrokken door uitzonderlijk koud weer uit het oosten.

Daarmee verminderde ook de vrees dat het virus zeer besmettelijk zou worden voor mensen, en voor een pandemie zou zorgen waarbij miljoenen doden zouden vallen – 62 miljoen, raamden onderzoekers pas nog in het medische tijdschrift The Lancet.

Toch is er aan de werkelijke dreiging al die tijd niets veranderd. Voor de vraag of er een nieuwe wereldwijde griepepidemie voor de deur staat, is de Nederlandse ophokplicht irrelevant. Tegenover de tienduizenden stuks geruimd pluimvee in Europa staan sinds 2003 al meer dan 200 miljoen dode vogels in Azië. Als er een H5N1-pandemie uitbreekt, is de kans veruit het grootst dat dit in het oosten gebeurt.

De problemen zijn het grootst in Indonesië. Een dierenarts van de VN-landbouworganisatie FAO, die in Indonesië collega’s opleidt, zei begin vorige maand dat de griep overal was waar hij keek. „Simpel gezegd kun je niet méér vogelgriep in het land krijgen dan er nu is.” Dat het virus moeilijk te bestrijden is, blijkt wel uit het feit dat het in Vietnam ondanks een veelgeprezen vaccinatiecampagne weer de kop opsteekt. Eind vorige week werden weer vier boerderijen met eenden geruimd.

China begon eind 2005 ook met een grote vaccinatiecampagne, maar beheerst de vogelgriep nog altijd niet. Sommige virologen denken dat het virus zich in watervogels schuilhoudt, anderen dat de vaccinatie de ontwikkeling van resistente virussen bevordert.

De Amerikaanse viroloog Robert Webster benadrukte onlangs dat het huidige H5N1-virus nog steeds slecht aangepast is aan mensen. Misschien, opperde het griepteam van het medische EU-instituut ECDC vorige maand zelfs voorzichtig, zou een pandemie al zijn uitgebroken als het virus werkelijk zo gevaarlijk was. Maar daar, zeggen ze zelf, zijn ze lang niet zeker van.

De Britse epidemioloog Neil Ferguson betoogde eind december in The Lancet dat er nog meer tegen vogelgriep gedaan moet worden, vooral in ontwikkelingslanden. Volgens de laatste berekeningen draagt armoede zodanig bij aan de sterftekans dat 96 procent van de slachtoffers daar zal vallen. Zorg dus juist in die regio’s voor medicijnen, voor opsporing, en voor preventieve maatregelen als schoolsluitingen, schreef de arts.

Hester van Santen

    • Hester van Santen