Dat verdomde toeval

Hans Bellmer – nooit van gehoord totdat iemand me laatst een foto van hem mailde. Toen dacht ik meteen: die is voor mij, net als de Amsterdamse fotograaf Paul Kooiker, die daarover laatst in het Cultureel Supplement vertelde. Vreemd, ik heb me wel geïnteresseerd voor het Surrealisme, waartoe Bellmer gerekend wordt. Toch had ik nooit van hem gehoord. Die foto’s (zie members.xoom.alice.it/epulone/foto/bellmer.htm), met hun uitgesproken aandacht voor wat ik in Spanje eens aardig ‘de verticale glimlach’ heb horen noemen, die nemen ze me niet meer af.

Hoe vaak heb je dat, een kunstervaring waarbij je denkt: yes! En die vervolgens deel gaat uitmaken van je eigen wereld? Ik zie mezelf nog eenzaam op bed liggen op een winternacht in 1987, mij vergapend aan het verschijnsel kabeltelevisie waarmee ik door langdurig verblijf in den vreemde voor het eerst kennismaakte. Vooral de muziekzender MTV fascineerde mij. Om half vier in die nacht was daarop een meneer met een rauwe stem te zien, die met poppen in de weer was en af en toe op een verwarmingsbuis sloeg. Ik was er geheel kapot van en noteerde zijn naam: ene Tom Waits Hij heeft mij sindsdien nimmer teleurgesteld.

Zo heb ik dus, door de jaren heen, een persoonlijke verzameling favoriete boeken, films, muziek, dichtwerk en beeldende kunst opgebouwd – net als iedereen, hoop ik. Het bestaan van die galerij is reden tot vreugde – zonder die kunstuitingen zou ik minder bestaan.

Toch knaagt de twijfel: hoeveel schrijvers, regisseurs en andere kunstenaars bestaan er die voor mij geknipt zijn en die mijn leven zouden verrijken, maar wier bestaan mij gewoon bij toeval niet bekend wordt, omdat niemand eraan denkt me een mailtje te sturen. Of omdat ik vóór half vier ’s nachts in slaap ben gevallen of gewoon te lui of te druk of te verstrooid ben om die ene recensie te lezen die me op het spoor had kunnen zetten? Of omdat de kunstenaar zelf me op een dwaalspoor helpt: die kutfilms die Bertolucci nu al decennia maakt, doen geenszins vermoeden dat een van zijn eerste, Il Conformista, mij zó heeft beïnvloed. Gelukkig ben ik in 1970 bij toeval een bioscoop binnengelopen.

Het is een onverdraaglijke gedachte: dat je door stom toeval heel veel essentieels mist. We denken dat wij kiezen, maar in de kunst bestaan geen adequate stemwijzers. Het lot regeert. Hetzelfde geldt trouwens voor vrienden en, sterker nog, voor vrouwen. Als je daaraan denkt, wordt het pas echt pijnlijk.

Ik spreek mijzelf vermanend toe: je hebt toch al – om ons even tot de kunsten te bepalen – kasten met dierbare boeken, meer muziek op cd dan je in jaren kunt horen, en mogelijkheden om desnoods tot in de verste uithoeken der aarde films te gaan zien of tentoonstellingen te bezoeken? Maar koud heb ik mijzelf langs deze lijnen weer enigszins tot rust gebracht of iemand mailt mij een uitspraak van de Kroatische filosoof Dalibor Cvitan toe: niets in deze wereld kan door iets anders vervangen worden. Een onrustig leven gaapt mij tegemoet.

Raymond van den Boogaard

woensdag@nrc.nl