Beetje ziek zijn kost vaak baan

Een derde van de werknemers die licht arbeidsongeschikt zijn, wordt na twee jaar ziekte ontslagen. Hun werkgevers slagen er niet in aangepast werk te vinden voor deze ongeveer zesduizend mensen.

Dat blijkt uit onderzoek van de werkgevers en werknemers naar de gevolgen van de invoering van een nieuwe arbeidsongeschiktheidswet, de WIA. Sinds vorig jaar krijgen werknemers die door ziekte of een handicap minder dan 35 procent van hun inkomen verliezen, geen uitkering meer. De werkgevers en de vakbeweging hebben afgesproken dat moet worden geprobeerd hen aan het werk te houden.

Het interne rapport van de Stichting van de Arbeid, het overlegorgaan van de sociale partners, zou eind deze week worden besproken, maar tot irritatie van de werkgevers verwees voorzitter Paas van de christelijke vakcentrale CNV er maandag naar in zijn nieuwjaarstoespraak.

De vakbonden concluderen dat de werkgevers zich niet houden aan de afspraken om zieke werknemers zo veel mogelijk bij de eigen werkgever aan het werk te houden. De werkgevers bestrijden dat zij niets doen. Zij zeggen dat de cijfers dat ook niet uitwijzen. Wel is het zo dat vooral kleine werkgevers niet altijd vervangend werk kunnen bieden.

Vorig jaar vroegen meer dan 40.000 mensen een arbeidsongeschiktheidsuitkering aan bij het UWV. Bijna de helft kreeg die niet, omdat het inkomensverlies beperkt bleef tot 35 procent of minder. Zestig procent van deze mensen werkt nog steeds, bijna de helft bij de oorspronkelijke werkgever en tien procent bij een nieuwe werkgever.

Iets meer dan de helft heeft geen dienstverband meer bij de oude werkgever, maar daar zitten ook mensen bij van wie het contract afliep. Iets meer dan 60 procent werd ontslagen. In totaal is dat dus een derde van alle ‘35-minners’.

De werkgevers vinden dat Paas voor zijn beurt heeft gesproken. In de Stichting van de Arbeid zou juist worden onderzocht waarom mensen niet bij hun werkgever kunnen blijven, en of daar een oplossing voor is.