20 jaar niet voor klas na zedendelict

Mensen die met kinderen willen werken, mogen voortaan in de afgelopen twintig jaar niet zijn veroordeeld voor een zedendelict. Wie twee of meer keren voor een zedendelict is veroordeeld, mag nooit meer in zijn beroep met minderjarigen in aanraking komen.

Dat schrijft minister Hirsch Ballin (Justitie, CDA) in antwoord op vragen van de Tweede Kamer. Hij scherpt de regels aan voor de afgifte van Verklaringen Omtrent het Gedrag (VOG). Onder meer leraren en medewerkers in de kinderopvang moeten vaak een VOG aan hun werkgever kunnen laten zien voordat ze aan de slag mogen.

In de oude situatie werd er voor iedere zedendelinquent een individuele afweging gemaakt. Van de 106.857 aanvragen voor een VOG die sinds 1 april 2004 zijn ingediend, heeft een zedendelict in 122 gevallen een rol gespeeld. In 18 van die 122 gevallen is er een VOG verstrekt aan iemand die minder dan twintig jaar geleden een zedendelict had gepleegd.

In de nieuwe situatie zouden deze 18 mensen niet meer met kinderen mogen werken. De minister schrijft in zijn brief aan de Kamer wel dat van de norm kan worden afgeweken „wanneer het onthouden van de VOG evident disproportioneel is”. Overigens bleek uit onderzoek dat er de afgelopen tweeënhalf jaar in één geval ten onrechte een VOG is verleend aan een zedendelinquent.

Hirsch Ballin verscherpt de norm naar aanleiding van „veranderende maatschappelijke opvattingen op dit terrein”, schrijft hij.

Niet alleen mensen die met kinderen willen werken hebben een VOG nodig. Ook het verleden van onder meer advocaten en taxichauffeurs wordt nagetrokken.