Wennen aan munten met waarde

Sinds 1 januari is de euro de officiële munt van Slovenië. „Voor prijsstijgingen waren we gewaarschuwd.” Trots overheerst. Winkels en cafés die klanten belazeren komen op een zwarte lijst.

Een verzamelaarsset Sloveense euromunten. Foto Reuters Picture shows a numismatic bundle of Slovenian Euro coins in Ljubljana December 15, 2006. Slovenians queued to get their first euro coins on Friday as the country started exchanging tolars for the European currency ahead of its formal introduction on January 1. REUTERS/Srdjan Zivulovic (SLOVENIA) REUTERS

Ze had er rekening mee gehouden, en nu de voorspelling uitkomt is ze blij. Vorig jaar kocht Marjeta Novak nog snel, aan de vooravond van de euro-introductie, een huis in de Sloveense hoofdstad Ljubljana. „Nu de euro er is wordt mijn huis door makelaars al getaxeerd op het dubbele van wat ik ervoor heb betaald”, zegt Novak. „Misschien bepaalt de euforie nu de markt, en zakken de huizenprijzen vanzelf weer, maar ik reken me voorlopig rijk.”

Op 1 januari voerde Slovenië als eerste van de in 2004 toegetreden EU-lidstaten de euro in. Het wordt door financiële waarnemers binnen de EU als een ‘prestatie van formaat’ gezien. Het kleine bergstaatje van 2 miljoen inwoners, dat tot 1991 nog tot de Joegoslavische federatie behoorde, wist als enige van de EU-nieuwkomers te voldoen aan de criteria (beheersing begrotingstekort, lage inflatie) die bij het Verdrag van Maastricht zijn opgesteld.

Slovenië is het dertiende land dat toetreedt tot de eurozone, die nu in totaal 314 miljoen inwoners telt.

„Alles verliep naar wens”, zegt Ziga Lavric die als staatssecretaris van Financiën belast is met de euro-introductie. „Op Nieuwjaarsdag gaven de geldautomaten probleemloos eurobiljetten uit, er zijn nergens storingen gemeld.” Sinds een week staat Lavric de ene na de andere televisieploeg uit de omringende landen te woord. „Ik heb net de Kroatische tv op bezoek gehad. Kroatië wil de euro op termijn ook en ze leren graag hoe wij het kunstje hebben geflikt.”

Het blakende zelfvertrouwen van staatssecretaris Lavric heeft de hele campagne van de omzetting naar de euro overheerst.

In de meeste jonge EU-lidstaten, zoals Hongarije, Polen, Tsjechië en Slowakije, hebben de wilde privatiseringen in de jaren negentig geresulteerd in instabiele economieën met een zwakke begrotingsdiscipline. Slovenië daarentegen voer een eigenwijze, in zichzelf gekeerde koers en privatiseerde maar mondjesmaat. Nog altijd is ruim 40 procent van de economie in staatshanden.

We hebben geen open economie, waarschuwen sommige Sloveense economen. Het sociale stelsel is erg kostbaar en de hoge belastingen nemen de ondernemingszin weg. Als daarbij de euro mogelijke prijsstijgingen en inflatie met zich meebrengt, zeggen de critici, kan dat de Sloveense economie schaden.

Maar staatssecretaris Lavric zet daar de koele cijfers tegenover. Het gemiddelde Sloveense maandinkomen van 800 euro is hoger dan het gemiddelde in Hongarije of Slowakije. Het begrotingstekort is slechts 1,8 procent van het bruto binnenlands product, de inflatie bedraagt 2,4 procent. „Onze economie kan de euro aan”, zegt Lavric. „We zien het als een glorieus moment: eindelijk zijn we een volwaardig lid van de EU.”

Om teleurstelling en frustratie zoals in 2002, na de euro-introductie in twaalf van de ‘oude’ EU-lidstaten, te voorkomen, stelde de Sloveense overheid het in maart vorig jaar al verplicht om in winkels en horeca de prijzen in zowel de oude valuta tolar als de euro te noteren – 239,64 tolar is 1 euro. Het is daardoor voor de consument nu gemakkelijker om incorrecte prijsstijgingen in euro’s te signaleren.

Desondanks regent het sinds Nieuwjaarsdag klachten bij de Sloveense consumentenbond, die een zwarte lijst bijhoudt. Iedereen die zich bedrogen voelt kan het melden bij de consumentenbond die de lijst publiceert in dagbladen en op internet. Consumentenbondvoorzitter Brenda Kutin nam afgelopen week verslaggevers mee naar een koffiehuis waar ze demonstratief een te hoog geprijsde cappuccino bestelde. Het beoogde effect bleef niet uit: veel Sloveense horecaondernemers zijn inmiddels voorzichtig geworden.

De eerste grote rel betrof een prijsverhoging van 50 procent van een zak ingevroren Kroatische frites. Na publicatie op de zwarte lijst nam de Sloveense supermarktketen de frites meteen uit de schappen.

„Het is een prestigekwestie geworden”, zegt Marjeta Novak. „Restaurants en bedrijven die netjes omrekenen maken zich populair. Euro-integriteit is daarmee een marketing tool geworden.”

Het is voor Novak de zoveelste wisseling van het gangbare betaalmiddel. „In het tijdperk van de Joegoslavische dinar gebruikte iedereen daarnaast al de Duitse mark. Na 1991, tijdens de transitie, hadden we korte tijd slechts vouchers. Daarna kwam de tolar, en nu dan de euro. We staan daardoor wat pragmatischer tegenover weer een nieuwe munt.”

Zijn de Slovenen geschrokken van de euro? Novak: „Voor prijsstijgingen waren we gewaarschuwd, dat had iedereen al ingecalculeerd. Ik denk dat de trots overheerst. Een soort Calimero-effect: wij als klein landje hebben het toch maar mooi voor elkaar gekregen. We zullen er alleen nog aan moeten wennen dat munten plots waarde hebben. Tot voor kort ging je van huis met slechts papieren geld op zak. Het populairste cadeau tijdens de afgelopen Kerstdagen was dan ook een stevige portemonnee.”

De Sloveense centrale bank gaat er in prognoses vanuit dat de prijsaanpassingen na euro-introductie resulteren in een minimale inflatieverhoging (0,1 à 0,2 procent). Wel is de verwachting dat de banksector omzetverlies zal lijden nu banken veel winst uit het omwisselen van valuta’s mislopen. De omwisseling zorgt bij de banken ook voor operationele kosten. De bank Nova Ljubljanska verwacht 50 miljoen euro te moeten investeren.

Daags voor Oudejaarsavond zorgde staatssecretaris Lavric nog voor veel ophef met het besluit dat het winkeliers niet is toegestaan een bord voor de deur te plaatsten met de tekst: ‘Van 500 euro geven wij niet terug’. Lavric, die zich beroept op artikel 23 van de Sloveense Wet op de introductie van de euro, haalde zich daarmee de woede op de hals van het midden- en kleinbedrijf. Lavric: „We hebben nu een compromis bereikt: je mag slechts een verzoek doen aan de klanten om met kleine biljetten te betalen. Ik begrijp de irritatie wel, maar het is overbodig. Een Sloveens pensioen bedraagt amper 500 euro, er zullen dus maar weinig klanten aankomen met een biljet van 500 euro.”

Nog tot 1 juli dit jaar is de dubbele prijsaanduiding (in tolar en in euro) op producten verplicht. Om de Slovenen gunstig te stemmen kregen alle huishoudens, ruim 700.000, van de centrale bank een eurocalculator als cadeautje thuis gestuurd. „Het ding werkt, mijn moeder gebruikt het ook”, zegt Lavric. „Maar die rekenmachientjes zijn van Chinese makelij, dus erg lang zullen ze wel niet meegaan. Ofwel: de Slovenen moeten maar snel stoppen met omrekenen en wennen aan de euro.”