Verslaafd aan energie

Energie en milieuvervuiling worden een steeds groter probleem voor Europa.

Wat zijn de plannen, wat wordt er nu al aan gedaan en wat kan jij zelf doen?

De Europese Commissie, het dagelijks bestuur van de Europese Unie, presenteert morgen haar energieplannen voor de komende jaren. Gaat Europa massaal aan de wind- en zonne-energie, zetten we vooral in op energiebesparing, of op kernenergie? Dat er wat moet gebeuren, staat vast.

Europa importeert nu circa 50 procent van zijn energie (olie, gas, kolen, uranium). Dat percentage kan in 2030 zijn opgelopen tot 70. Voor olie en gas afzonderlijk liggen de percentages nog hoger, om en nabij de 90. Met name voor olie en gas wordt Europa erg afhankelijk van landen als Saoedi-Arabië, Rusland, Libië, Algerije.

Daarnaast speelt het broeikaseffect: de aarde warmt op door de toenemende uitstoot van CO2. Elektriciteitscentrales en de transportsector zijn daarvan belangrijke bronnen.

Wat doet Europa nu al?

Energie besparen. De EU heeft als doel de energieconsumptie in 2020 met 20 procent te reduceren ten opzichte van het huidige verbruik. Besparingen zijn vooral te halen in de transportsector (subsidies op schonere transportmiddelen, tegengaan van filevorming, meer openbaar vervoer), in woningen (betere isolatie, zuiniger lampen, boilers, koelkasten), en de industrie (efficiëntere processen). Volgens sommigen is er qua besparing meer te halen, maar autofabrikanten en de bouwsector verzetten zich tegen al te strenge eisen.

Meer duurzame energie. Als alternatief voor aardolie (95 procent van de transportsector is afhankelijk van olieproducten) worden biobrandstoffen ontwikkeld. In 2010 moet, volgens een EU-richtlijn, 5,75 procent van de brandstoffen bestaan uit biobrandstoffen. Er bestaat grote twijfel of alle lidstaten dat gaan halen. De huidige generatie biobrandstoffen (gewonnen uit graan, maïs, suikerriet, palmolie) scoren qua CO2-uitstoot niet eens zo heel veel gunstiger dan aardolie. Meer wordt verwacht van de volgende generatie (gewonnen uit hout, stro, maïs- en graanstengels), maar die laat nog vijf tot tien jaar op zich wachten.

Ook voor elektriciteit heeft de EU een doel gesteld: in 2010 moet 21 procent duurzaam worden opgewekt. Hier draait het vooral om meer inzet van windenergie en van biomassa (als brandstof voor centrales). Wat betreft biomassa zijn er onder meer vragen rondom het gebruik van palmolie – voor de aanleg van de plantages wordt regenwoud gekapt.

Meer concurrentie (moet leiden tot lagere prijzen, en meer innovatie). Daartoe heeft de EU de liberalisering ingezet. Per 1 juli 2007 moeten de lidstaten die hebben doorgevoerd. Consumenten moeten hun energieleverancier dan vrij kunnen kiezen. Eurocommissaris Kroes (Mededinging) heeft herhaalde malen gerapporteerd over het trage verloop van de liberalisering. Bestaande bedrijven misbruiken hun machtspositie. Daarom wil ze energieconcerns opsplitsen, in een transporttak en een bedrijf dat energie produceert en levert. Maar landen als Frankrijk en Duitsland, waar machtige energieconcerns als EdF en Eon zitten, verzetten zich hiertegen.

Een gezamenlijk buitenlands beleid op het gebied van energie. Dat versterkt de onderhandelingspositie ten opzichte van machtige spelers zoals het Russische staatsbedrijf Gazprom. Nu streven de EU-lidstaten vooral hun eigen belang na. Van een gezamenlijk beleid is amper sprake.

Aanleg van gasreserves. Voor aardolie bestaan zulke reserves al. In geval van een crisis kunnen die de EU gedurende negentig dagen voorzien van aardolie. Op de aanleg van gasreserves bestaat geen gezamenlijke visie.

Kernenergie. De EU heeft op dit gebied geen doelstelling, maar de verwachting is dat kernenergie terugkomt. Finland is begonnen met de bouw van een nieuwe centrale. Nederland en Groot-Brittannië spelen ook met deze gedachte.

    • Marcel aan de Brugh