Poetins hete winter

Komt het toch nog goed uit dat het ongebruikelijk warm is voor de tijd van het jaar. Gisteren draaide Rusland een vitale oliepijpleiding door Wit-Rusland naar het Westen dicht. Polen is daardoor volledig afgesloten van olietoevoer, Duitsland voor een derde, en ook andere Centraal-Europese landen zien hun toevoer afgeknepen. Acuut is het probleem niet: de getroffen landen hebben, indien dat nodig mocht zijn, reserves genoeg.

Het besluit de pijpleiding af te sluiten kwam na een hoogoplopende ruzie tussen Rusland en Wit-Rusland, die kort voor de jaarwisseling begon met een verhoging van de prijs van zeer goedkoop gas dat Rusland aan zijn buurland levert, gevolgd door een exportheffing op naar Wit-Rusland geëxporteerde olie. Minsk sloeg terug met een heffing op via zijn grondgebied doorgevoerde olie, die in natura werd geïnd door olie af te tappen van de pijpleiding. Daarop draaide het Kremlin gisteren de leiding, die de naam Droezjba (vriendschap) draagt, dicht – met alle gevolgen voor de Europese afnemers aan het andere eind.

Het is binnen een jaar het derde grote incident dat de landen van de Europese Unie pijnlijk wijst op hun afhankelijkheid van de grillen van hun energieleverancier Rusland. Een jaar geleden was er de doorvoerstop bij de gasruzie met Oekraïne die EU-landen de stuipen op het lijf joeg. Vorige maand werd oliemaatschappij Shell met de nodige machinaties de zeggenschap ontnomen over het gasveld Sachalin-II.

De Russische regering heeft er vorig jaar alles aan gedaan te onderstrepen dat Rusland, ondanks het incident met Oekraïne, een betrouwbare leverancier is. Op het eerste gezicht lijkt het Kremlin in de ruzie met Wit-Rusland niet anders te hebben kunnen handelen. Wit-Rusland gokte er duidelijk op dat Rusland geen herhaling wilde van vorig jaar, en zou terugschrikken voor het dichtdraaien van de oliekraan.

Toch draagt president Poetin wel degelijk de verantwoordelijkheid. Wit-Rusland is de laatste bondgenoot in de regio. Als zodanig is het altijd gekoesterd. Maar het enthousiasme van de Wit-Russische president Loekasjenko, de ‘laatste dictator van Europa’, voor een geplande statenbond met Rusland is sterk bekoeld. Zeker na zijn herverkiezing vorig jaar, die door vrijwel de voltallige internationale gemeenschap, uitgezonderd Rusland, werd bekritiseerd.

De prijsverhogingen dragen alle sporen van Russische druk om Loekasjenko in het gareel te brengen: zijn regime is in hoge mate afhankelijk van de indirecte energiesubsidie. Wederexport van goedkoop Russisch gas en doorverkoop van bewerkte Russische olie leveren het land naar schatting jaarlijks 3,5 miljard dollar op. Zonder die inkomsten zit Loekasjenko in het nauw en daar gedraagt hij zich naar. Moskou moet een monster temmen dat het zelf geschapen heeft.

Zonder twijfel zal dezer dagen voor het conflict een oplossing worden gevonden waarbij niemand zijn gezicht verliest. Maar de EU moet gewaarschuwd zijn. Dit is de tweede maal dat Rusland zijn energieleveranties politiek inzet. Niets garandeert dat het de laatste hete winter zal zijn.