Pas op voor spaartrucs

Banken adverteren met spaartarieven die flink boven de gangbare rente liggen.

Maar het is belangrijk om goed op de kleine lettertjes te letten.

Eind vorig jaar verhoogde ING Bank de rente op haar internetspaarrekening tot 5,75 procent. Een buitenkansje zo lijkt, omdat de internetspaarrente meestal rond de 2,5 procent schommelt. Kapé Breukelaar, voorzitter van de Vereniging Onafhankelijke Financiële Planners, waarschuwt voor te groot enthousiasme.

„Het komt regelmatig voor dat banken tijdelijk stunten met tarievenMaar na een tijdje laten ze de rente weer langzaam zakken.” Zo ook bij de ING-spaarrekening, waar de rente een paar maanden later terugvalt naar de ‘standaard’ internetspaarrente.

Volgens Breukelaar trekt dit soort acties twee groepen cliënten aan. „Allereerst de shoppers: mensen die continu op zoek zijn naar de beste rente. Maar er is ook een grote groep die ingaat op een aanbieding en het geld vervolgens op de rekening laat staan. Dát is de groep waar banken op gokken.”

Het valt Breukelaar op dat banken de laatste tijd regelmatig „met veel bombarie” nieuwe, hoog renderende spaarrekeningen op de markt zetten. „Tegelijk knijpen ze de rente op hun bestaande spaarproducten. Zo staan banken altijd hoog in de vergelijkingslijstjes met een van hun producten.”

Voor spaarders loont het de moeite om niet alleen bij het openen van een rekening de rente te vergelijken, maar om dit te blijven doen. Dit kan aanleiding geven om te veranderen van spaarrekening. Het is dan wel belangrijk om de voorwaarden van de huidige spaarrekening goed te checken.

Veel spaarvormen werken met twee spaartarieven; een hoog tarief voor geld dat langere tijd op de rekening staat en een laag tarief voor geld dat er eerder vanaf wordt gehaald. Bij Rabobank InternetBonussparen is het tarief vanaf een kwartaal aaneengesloten sparen bijvoorbeeld 3 procent en het lage tarief 1 procent. Bij zo’n rekening is het verstandig om pas na afloop van het kwartaal te switchen.

Een ander punt: opnamekosten. Sommige spaarrekeningen bieden een mooie rente maar brengen hun spaarders hoge kosten in rekening zodra ze bij hun geld willen. „Dat is extra vervelend als de aanvangsrente op zo’n rekening heel aantrekkelijk was, maar de bank vervolgens de rente verlaagt”, zegt Breukelaar.

De opnamekosten zijn meestal ongeveer 1 procent, maar kunnen oplopen tot soms 2 procent. Om die 2 procent ‘terug te verdienen’ moet een spaarder zijn geld minimaal anderhalf jaar op de rekening laten staan.

Wat ook voorkomt is dat beleggingsproducten als spaarproducten in de markt worden gezet. Voorbeelden zijn de Robeco Rentemaxrekening en ABN Amro AEX-sparen. De cliënt krijgt dan altijd zijn inleg terug, maar de rente is afhankelijk van beursontwikkelingen. Ook spaarverzekeringen, waarbij periodiek wordt gespaard voor een gegarandeerde uitkering later, worden vaak als ‘gewone’ spaarvormen verkocht.

Om te voorkomen dat mensen op het verkeerde been worden gezet, controleert de Autoriteit Financiële Markten (AFM) of aanbieders cliënten wel voldoende voorlichten. AFM-woordvoerder Drea Berghorst: „Vanaf de eerste kennismaking moet exact duidelijk zijn om wat voor spaarproduct het precies gaat. Is de informatie onvoldoende, dan grijpen wij in, desnoods met een boete.” Berghorst adviseert spaarders om de financiële bijsluiter goed te lezen voor ze in een complex spaarproduct stappen. Bij ‘gewone’ spaarrekeningen moeten ze echter zelf blijven opletten: hiervoor is een bijsluiter niet verplicht.

Voor meer informatie en vergelijkingen: www.independer.nl, www.vragenoversparen.nl/ spaarvormen, www.definancielebijsluiter.nl

    • Heidi Klijsen