Opnieuw Poolse priester opgestapt wegens vroegere collaboratie

Voor de tweede keer in twee dagen is in Polen een priester opgestapt nadat gebleken is dat hij voor de vroegere communistische geheime dienst heeft gewerkt.

Janusz Bielanski, pastoor van de Wawel kathedraal in Kraków, diende gisteren bij de aartsbisschop van Kraków zijn ontslag in na maanden lang te zijn beschuldigd van collaboratie met de vroegere geheime politie. De Wawel kathedraal wordt gezien als de belangrijkste kerk van Polen; in de kerk liggen talrijke Poolse koningen begraven.

Zondag trok de pasbenoemde aartsbisschop van Warschau, Stanislaw Wielgus zich terug, enkele minuten voordat de mis begon waarin hij zou worden geïnaugureerd. Hij heeft vele jaren lang met de geheime dienst samengewerkt en daarover tot eind vorige week gelogen. De meeste Poolse kranten begroetten gisteren zijn beslissing af te treden.

De affaire-Wielgus heeft de Poolse kerk in een crisis gestort. Maar de prominente bisschop Tadeusz Goclowski ziet dat niet als iets negatiefs. Hij zei gisteren dat de affaire het effect van een schoonmaak heeft en dat „bepaalde veranderingsprocessen zullen worden versterkt”. „We moeten niet bang zijn” voor de afrekening met het communistische verleden, „en tot nu toe was de kerk een beetje bang”, aldus Goclowski. Tot voor kort werd de Poolse kerk gezien als een bastion van verzet tegen het communisme, maar volgens sommige schattingen heeft tien tot vijftien procent van alle katholieke priesters in Polen in de communistische tijd als informant samengewerkt met de geheime dienst van het regime. (Reuters)